Voormetrieke medicinale gewichten algemeen
Medicinale gewichten worden ook wel apothekersgewichten of farmaceutische gewichten genoemd.

In de Griekse en Romeinse oudheid ontstond, vanwege de groeiende kennis over medicijnen, de behoefte om medicijnen nauwkeuriger te kunnen doseren. De meest nauwkeurige manier waarop dat destijds gebeurde was met behulp van de balansen en de gewichten die voor de goud- en zilverweging werden gebruikt. De massa-aanduidingen als libra, uncia, drachme en scrupel, die in ons land zelfs tot 1872 in gebruik waren, duiden op het gebruik van gewichten voor het wegen van goud en zilver.

Voormetriek medicinaal gewicht in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden

Massa’s
Vóór 1820 werd in de Noordelijke Nederlanden een medicinaal gewicht gebruikt dat van het Hollands Troois gewicht is afgeleid. Het voormetrieke Nederlandse medicinale pond was gelijk aan 12 Troois ons en kende volgens het boek Over de standaarden van het Keulsch, Engelsch, Fransch, Hollandsch Trooisch, Amsterdamsch en Brabantsch gewicht van de 13e tot het begin der 19e eeuw, door J.G. Berck en Dictionnaire universel des poids et mesures anciens et modernes, contenant des tables des monnaies de tous les pays; door Horace Doursther de hieronder vermelde indeling. In de grensstreek van Duitsland en de Nederlanden werd ook het Neurenbergs medicinaal gewicht wel gebruikt, om die reden wordt daarvan tevens de indeling vermeld.

Het Nederlands medicinaal pond; Noordelijke Nederlanden
1 medicinaal pond = 3/4 Troois pond = 1,5 Troois mark = 12 Troois ons = 3/4 x 492,167720000 = 369,125790000 gram.


De berekende massawaarden op basis van het tot 1820 in gebruik zijnde Nederlandse medicinale pond van 369,125790000 gram:
1 pond = 12 ons = 96 drachme = 288 scrupel = 576 obool = 5760 grein = 369,125790000 gram
1/12 pond = 1 ons = 8 drachme = 24 scrupel = 48 obool = 480 grein = 30,760482500 gram
1/24 pond = 1/2 ons = 4 drachme = 12 scrupel = 24 obool – 240 grein = 15,380241250 gram
1/96 pond = 1 drachme = 3 scrupel = 6 obool = 60 grein = 3,845060313 gram
1/288 pond = 1 scrupel = 2 obool = 20 grein = 1,281686771 gram
1/576 pond = 1 obool = 10 grein = 0,640843385 gram
1/5760 pond = 1/20 scrupel = 1 grein = 0,064084339 gram

Het Nederlands medicinaal pond; Zuidelijke Nederlanden
Vele steden kenden hun eigen medicinaal gewicht, dat ook gebruikt werd in de onder hun invloedssfeer vallende dorpen.
De indeling van het medicinaal pond in de Zuidelijke Nederlanden was identiek aan de indeling in de Noordelijke Nederlanden.
De verdeling in obolen is echter puur theoretisch en komt in de Zuidelijke Nederlanden niet voor.

Het Neurenbergs medicinaal pond

De berekende massawaarden op basis van het tot 1868 in gebruik zijnde Neurenbergse medicinale pond van 357,85 gram:
1 pond = 12 ons = 96 drachme = 288 scrupel = 576 obool = 5760 grein = 357,85 gram
1/12 pond = 1 ons = 8 drachme = 24 scrupel = 48 obool = 480 grein = 29,820833333 gram
1/24 pond = 1/2 ons = 4 drachme = 12 scrupel = 24 obool = 240 grein = 14,910416667 gram
1/96 pond = 1 drachme = 3 scrupel = 6 obool = 60 grein = 3,727604167 gram
1/288 pond = 1 scrupel = 2 obool = 20 grein = 1,242534722 gram
1/576 pond = 1 obool = 10 grein = 0,621267361 gram
1/5760 pond = 1 grein = 0,062126736 gram

Benamingen
Pond
De benaming pond is afkomstig van het Latijnse libra pondo. Een Romeinse munt, de As, bezat in het begin een massa van 1 Romeins pond, maar werd later steeds lichter geslagen. De As werd net als het medicinale pond verdeeld in 12 uncia.

Ons
De benaming ons is afkomstig van het Latijnse woord uncia, dat wil zeggen; het 1/12 deel van een geheel. In dit geval het 1/12 deel van het medicinale pond.

Drachme
Een Ptolemeïsche zilverdrachme is een Griekse munt (denarius) met een massa van 3,654 gram.

Scrupel
Het woord scrupel is afgeleid van het Latijnse scrupulus, dat klein steentje betekent. De oorsprong daarvan moet in Etrurië gezocht worden. Etrurië was in de oudheid een landschap in het midden van Italië dat Toscane, het noordelijke deel van het huidige Latium en delen van Umbrië omvatte.
In middeleeuwse recepten wordt de scrupel ook wel beschreven als “de ghewichte van 1 tornoisen penninc of lettel meer”. Met een “tornoisen penninc” wordt de Tourse groot bedoeld, een muntstuk dat in de 14e en de 15e eeuw in de Franse stad Tours werd geslagen. Net als de drachme komt de scrupel eveneens overeen met de massa van een munt.

Obool
In de oostelijke provincies c.q. de grensstreek van Duitsland en de Nederlanden kwamen in de 17e en de 18e eeuw medicinale gewichten voor in de vorm van het medicinale teken c.q. het medicinale of medische tekenschrift. Dergelijke gewichten zijn uiterst zeldzaam. Er zijn zelfs doosjes met deze gewichten bekend.
In de oostelijke provincies werden soms ook de uit Neurenberg afkomstige obolen gebruikt. De naam obool is afkomstig van een klein Grieks muntje met de naam obolus.
Een obool is een vlak, ringvormig gewichtje met twee uitsteeksels of lobben. De gewichten van 4, 3 en 2 obolen bestonden uit respectievelijk 4, 3 en 2 van dergelijke, uit één stuk gemaakte, ringetjes. Daarbij gaf het aantal gaatjes en/of het aantal uitsteeksels c.q. lobben het aantal obolen aan.

Grein
Het woord grein is afgeleid van het Latijnse granum frumentum dat graankorrel betekent. De grein bezat de gemiddelde massa van een graankorrel. In Middelnederlandse recepten vindt men omschrijvingen als; 1/2 scrupel = 10 tarwen corne, 1 scrupel = 20 tarwen corne en 1 drachma = 60 tarwen corne

Noot
Het Middelnederlands is een voorloper van de moderne Nederlandse taal. Het werd tussen 1200 en 1500 in het huidige Nederlandse taalgebied gesproken.

Vormen van de gewichten
De voormetrieke medicinale gewichten hebben de vorm van vierkante blokgewichten. De grotere gewichten zijn blokgewichten in de vorm van een afgeknotte piramide met een vierkant grondvlak. Die vorm was gemakkelijk te gieten en kon eenvoudig in een houten blok of kistje opgeborgen worden. De wat kleinere gewichten zijn blokgewichten in de vorm van een blok met een vierkant grondvlak, terwijl de allerkleinste gewichten lamelgewichten zijn, dat wil zeggen; het zijn feitelijk dunne messing plaatjes.

De stad Neurenberg nam vanaf circa 1500 tot 1800 op het Europese vasteland een unieke positie in met betrekking tot het gieten van bronzen en messing voorwerpen. De Neurenbergse geelgieters fabriceerden voorwerpen overeenkomstig de wensen van opdrachtgevers uit vele landen. De belangrijke positie die Neurenberg op dat terrein innam was er de oorzaak van dat de genoemde gewichtsvorm in geheel Europa zelfs na de invoering van het metrieke stelsel tot ver in de 19e eeuw gehandhaafd bleef; in België tot 1860 en in Nederland zelfs tot 1872!

Het kwam ook voor dat muntgewichten met dezelfde vierkante, tapse vorm soms aan de onderzijde werden voorzien van een massa-aanduiding met de karakteristieke tekens van het medicinale tekenschrift.

Op de medicinale blokgewichten werd vóór de invoering van het metrieke stelsel op de bovenzijde de massa-aanduiding door middel van de karakteristieke tekens van het medicinale tekenschrift aangebracht. In de Zuidelijke Nederlanden gebeurde dat overigens soms op zowel de boven- alsook op de onderzijde, terwijl in Vlaanderen de massa van een ons ook wel in gewone letters als ONS werd aangegeven. Een daarbij aangebracht Arabisch cijfer, op de oudere gewichten werden de getallen in Romeinse cijfers aangegeven, gaf het aantal massa-eenheden aan.

Op de boven- maar ook wel op de onderzijde is vaker een stadswapen, bijvoorbeeld van Maastricht , Brugge, Mons of Neurenberg (medicinale gewichten van Neurenbergse origine werden ook in de Nederlanden gebruikt) of het wapen van de fabrikant aangebracht. Ook werd er af en toe wel een jaartal afgeslagen. In Duits sprekende landen werden de hoeken vaker met gestileerde acanthusbladeren versierd.

Naast de vierkante blokgewichten kwamen in de 17e en de 18e eeuw in de grensstreek van Duitsland en de Nederlanden ook medicinale gewichten voor in de vorm van de karakteristieke medicinale tekens. Dat betrof gewichten van een ons, een drachme, een scrupel en een obool en uiteraard de veelvouden daarvan. Dergelijke gewichten zijn vermoedelijk uit Duitsland afkomstig en werden zowel in Duitse als in oud Nederlandse medicinale massa’s vervaardigd. Ze zijn waarschijnlijk slechts sporadisch in Nederland in gebruik geweest.

Weinig voorkomend zijn medicinale gewichten in de vorm van de typische Amsterdamse blokgewichten.

Medicinale sluitgewichten komen alleen in Engeland en wellicht in Italië, maar niet in de Nederlanden voor.


IJken
De voormetrieke medicinale gewichten werden meestal niet geijkt. De apotheker bezat in vele plaatsen namelijk het privilege dat zijn gewichten niet geijkt behoefden te worden.


In Amsterdam berustte het toezicht op de medicinale gewichten bij het Collegium Medicum. Het Collegium Medicum had geen eigen ijkmeester.

In Maastricht werden de medicinale gewichten wel geijkt. In 1721 werd het Brabants medicinaal gewicht ingevoerd “so als ten allen tijde alhier gebruyckelijck geweest is”. In 1761 werd op advies van Prof. Pellerin het “Troyes gewicht ingevoerd, waarvan het medicinale pond houd 12 oncen, ieder scrupel 20 grein en wegende het grein als een dicke tarwe coren”. Het ging daarbij dus om het Troois gewicht “waarvan de prototypes op deze Stadsgriffie sullen worden bewaart, en waarna sy Apothekers alle haare gewigten door een der meesters van ’t goed silversmeeden ambagt sullen moeten laeten egaliseren en met een stadsstarretje laten tekenen”.

De medicinale gewichten van na 01-01-1820 moesten, evenals alle andere maten en gewichten, jaarlijks op de normale manier gejusteerd, geijkt of herijkt worden.

De dozen
De vierkante taps toelopende medicinale gewichten werden wel opgeborgen in fraaie, langwerpige, in de lengterichting taps toelopende dozen, waarvan het deksel met mooi bewerkte haakjes werd afgesloten. Dergelijke dozen bevatten meestal gewichten van 1 en 1/2 pond, 3, 2, 1 en 1/2 uncia, 2, 1 en 1/2 drachme, terwijl de obolen en de greinen in een aparte lade werden opgeborgen. De dozen werden oorspronkelijk in Neurenberg gemaakt, maar zoals gebruikelijk waren de gewichten aangepast aan de wensen van de buitenlandse opdrachtgever.


De vierkante taps toelopende medicinale gewichten werden ook wel opgeborgen in rechthoekige, platte, houten dozen, waarin dan tevens een set obolen aanwezig was.

In de Nederlanden zijn, overeenkomstige de eenvoudige, van losse plankjes vervaardigde Engelse doosjes met een kleine balans en een aantal losse medicinale gewichten, ook dergelijke doosjes met medicinale gewichten vervaardigd. Bekend zijn enkele Amsterdamse doosjes en een doosje van Paulus Dorsman uit 1750.
In de collectie van het Webmuseum goudenzilverweging.nl is een plankjesdoosje aanwezig met binnenin het deksel een handgeschreven etiket waarop een indeling van zowel het Troois alsook het medicinaal gewicht is vermeld. De balans en de bijbehorende in de doos aanwezige gewichten zijn dus gebruikt voor goud- en zilverweging en voor het afwegen van medicamenten.

Er zijn in Duitsland en in Nederland ook platte houten doosjes met medicinale gewichten in de vorm van de karakteristieke medicinale tekens bekend. Doosjes met dit type gewichten zijn echter vrij zeldzaam. 

Uit België zijn apothekersdozen bekend die als karaatgewichtdozen zijn ingericht en zijn voorzien van een etiket van F.J. de Batist c.q. J.F. Neusts. Beide dozen bevatten tien platte medicinale gewichten van 1/2 scrupel tot en met 8 drachme.