Andere onderwerpen

Nederlandse gewichten van brons en messing
Goud
Goud en geld; transport en opslag
In 2016 maakt DNB plannen voor “Uitplaatsing van het waardegebied”
De Koninklijke Nederlandse Munt N.V. niet meer Nederlands!
Zilver
Goud en zilver 1; het toetsen
Goud en zilver 2; het keuren, de Waarborgwet 1986
Goud en zilver 3; de geschiedenis van de Waarborg en de Waarborgwet
Goud en zilver 4; het belang van goud en zilver in het handelsverkeer
Edelstenen
Edelstenen; diamant
Parels
Literatuur over goud- en zilverweging in Nederland d.d. 22-05-2018
Archimedes en goud- en zilverweging
Overzicht ijk- en justeermeesters-generaal van het Troois gewicht in de Nederlanden
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenaert van de(r) Gheere (III)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenard of Lenaert van de(r) Gheere (IV)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Gerrit G(h)eens of Gérard Guens (II)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Roelof Woutersz van der Schure
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Johannes Andries Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Abraham Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Jacob l’Admiral
Instructie voor Jacob l’Admiral d.d. 1 mei 1750
Eed voor de IJkmeester van de stad Goes
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Pieter Jacob le Cointe
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Stephanus Gerardus Nagel
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Theodorus Antonius Nagel
De jaarletters van de ijk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
Ordonnantie op ’t Troys of Swaer Gewichte Groningen 1701 collectie W
Troois gewicht 1; het ontstaan, de oorsprong, van het Frans en het Hollands Troois gewicht
Troois gewicht 2; de ontwikkeling van het Hollands Troois, het Keuls en het Brabants gewicht in Amsterdam
Troois gewicht 3; de ontwikkeling van het Hollands Troois gewicht in de Nederlanden
Troois gewicht 4; de Trooise gewichten
Troois gewicht 4a; Waarom zou men azen snoeien?
Troois gewicht 5; het gebruik van Trooise gewichten tijdens de Franse overheersing (1810-1813)
Troois gewicht 6; het Groot Pijlgewicht; de Franse dormant
Troois gewicht 7; de oude Hollandse dormant van 4 mark uit 1510
Troois gewicht 7a; Welke Nederlandse dormant werd in 1529 met het Groot Pijlgewicht geverifieerd?
Goedkeuringsmerken 1820-1998
Afkeuringsmerken 1820-1998
IJkkantoren 1870-1993
De ijkersopleiding in Delft (1843-1963)
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870
Metriek gewicht 1; Wet 21-08-1816 S34, het metrieke stelsel
Metriek gewicht 2; Besluit 29-03-1817 S15, vaststelling van benamingen
Metriek gewicht 3; Besluit 30-11-1817 S31, toepassing wet 21-08-1816 op het medicinaal gewicht
Metriek gewicht 3a; Besluit 21-10-1819 S52; regeling medicinaal gewicht
Metriek gewicht 4; Besluit 06-03-1819 S8, invoering van het metrieke stelsel
Metriek gewicht 5; Besluit 08-06-1819 S37, gedaante, stof en samenstelling gewichten
Metriek gewicht 6; Besluit 28-09-1819 S49, eerste uitgifte, verificatie en ijking gewichten
Metriek gewicht 7; Besluit 18-12-1819 S58, invoering nieuwe gewichten
Metriek gewicht 8; Besluit 08-11-1820 S24, tijdstip verplicht gebruik nieuwe gewichten
Metriek gewicht 9; Besluit 20-12-1821 S24, instructie ijkers m.b.t. goud- en zilverweging
Metriek gewicht 10; Besluit 18-12-1822 S52, verbod afgeschafte gewichten
Metriek gewicht 11; Besluit 16-08-1823 S32, benamingen in officiële stukken
Metriek gewicht 12; Besluit 03-04-1826 S16, verdere invoering van het eenvormig stelsel van maten en gewichten
Metriek gewicht 13; Besluit 30-03-1827 S13, nadere bepalingen op de jaarlijkse herijk
Metriek gewicht 14; Besluit 02-04-1829 S6, tegengaan misbruiken betreffende nieuwe gewichten
Metriek gewicht 15; Besluit 26-01-1839 S3, nieuwe indeling ressorten arrondissementsijkers
Metriek gewicht 16; Besluit 12-04-1839 S13, over de nieuwe standaarden
Metriek gewicht 17; Besluit 11-12-1842 S25, op 01-01-1843 vervallen Belgische wetten in Limburg
Metriek gewicht 18; Besluit 30-08-1843 S11, over de examens van de arrondissementsijkers
Metriek gewicht 19; Aanwijzing arresten van de Hoge Raad
Dispositie van 30-01-1823 over het gebruik van de nieuwe gewichten in de goud- en zilverhandel collectie W
Extract Raden en Generaal Meesteren der Munt d.d. 24-09-1830 collectie W
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1870-1912
Metriek gewicht 20a; Wet 07-04-1869 S57, H I. Van maten, gewichten enz., art. 1-13
Metriek gewicht 20b; Wet 07-04-1869 S57, H II. Van de ijk, art. 14-21
Metriek gewicht 20c; Wet 07-04-1869 S57, H III. Van het toezicht, art. 22-27
Metriek gewicht 20d; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk IV. Strafbepalingen, art. 28-36
Metriek gewicht 20e; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen, art. 37-44
Metriek gewicht 20f; Besluit 09-11-1869 S167, over de ijkmerken
Metriek gewicht 20g; Besluit 18-11-1870 S178, IJkwet 1869 S57 is van toepassing op medicinale gewichten
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1912-1919
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1919-1941
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-1998 gewone weging
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-1949 fijne weging
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1949-1998 fijne weging
1991 Einde van de fabricage van messing gewichten in Nederland
01-10-1998 Wijziging IJkreglement, afschaffing periodieke herkeuring van gewichten
Het verschil tussen massa en gewicht
De oorsprong van het karaat; de Ceratoniazaden
Het verschil tussen de bankgulden van de Amsterdamse Wisselbank en de courante gulden
De gouden, zilveren en de dubbele standaard
De gouden, zilveren en dubbele standaard in Nederland; 1816-1936
Het systeem van Bretton Woods (1944)
De eerste goudzending die in de oorlogsjaren1914-1918 vanuit Engeland door DNB werd ingevoerd
De gelijkarmige balans en haar benamingen
Paulus Dorsman; meester balansenmaker
De Generaliteits- of Statenleeuw in de Hollandse tuin op de balans van Paulus Dorsman uit 1742
De ijk van weegwerktuigen in Nederland
Het schoonmaken van ijzeren balansen
Het verantwoord schoonmaken van bronzen en messing gewichten

Hoofdzaken wet- en regelgeving 1870-1912

De nieuwe IJkwet d.d. 07-04-1869 (Staatsblad no. 57) trad op 01-01-1870 in werking. In de periode 1870-1912 werden de messing gewichten vervaardigd conform het Koninklijk Besluit d.d. 16-10-1869 (Staatsblad no. 159).

Opschriften 1870-1912
KILOGRAM./KILOGR./KILOG. = 1000 gram of 1 kilogram
HEKTOGRAM./HEKTOGR./HEKTOG. = 100 gram
DECAGRAM./DEKAGR./D.G. = 10 gram
GRAM./G. = gram


De opschriften werden in de wet met kleine letters geschreven. Op de gewichten werden ze echter altijd met hoofdletters afgeslagen, gevolgd door een punt. Naast de genoemde opschriften mocht tevens vermeld worden: POND (= kilogram), ONS, LOOD of WIGTJE. Soms werden deze oude opschriften nog voorafgegaan door de afkorting NED. Dat betrof gewichten uit oude voorraden waarop een overgangsregeling van toepassing was.

Hoewel de opschriften meestal op de kraag van de knop- en krukgewichten werden aangebracht, was de plaats niet voorgeschreven.
De plaats voor de opschriften van de sluitgewichten was daarentegen wel voorgeschreven. De opschriften moesten op de sluitgewichten als volgt aangegeven worden: op de buitenkant van het deksel van het huis in kilogram, hektogram en gram, op de bovenrand van elke pijl in G. (gram) en op de binnenkant in de bodem van het huis en van elke pijl in hektogram, dekagram of gram.

Justeergelegenheid 1870-1912
De knop- en krukgewichten waren oorspronkelijk niet voorzien van een justeeropening. Als een gewicht zonder justeeropening te licht was, werd het in het gewichtlichaam en/of in het grondvlak gejusteerd door met een drevel of drijfijzer een kleine opening in het messing te slaan, waarin daarna het benodigde lood werd aangedreven.

Knopgewichten van 2 en 1 gram, en sluitgewichten waren nooit voorzien van een justeeropening.

Sluitgewichten werden gejusteerd in de bodem van het huis en/of van de pijlen. Justering vond plaats door met een drevel of drijfijzer een kleine opening in het messing te slaan, waarin vervolgens het benodigde lood werd aangedreven.
De aan de ijkkantoren verstrekte model-knopgewichten, die dienden als voorbeeld voor de fabricage, waren wel voorzien van een justeeropening. Om die reden werden de meeste nieuwe gewichten al snel na 1870, rond 1875, met een justeeropening uitgerust.

Het was toegestaan om in de krukgewichten en in de knopgewichten van 5 gram en zwaarder een justeeropening in het grondvlak aan te brengen. De justeeropening moest, om verzekerd te zijn van een goede hechting van het lood aan het gewicht, van schroefdraad of van groeven worden voorzien.
Justering vond plaats door middel van het aandrijven van het benodigde lood in de justeeropening.
Na december 1882 was het niet meer toegestaan om gewichten in het gewichtlichaam te justeren. Als het grondvlak vol met justeringen zat, kon de ijker op de mogelijkheid wijzen om een diepe justeeropening in het grondvlak te boren.

Gieters-, fabrieks- of verkopersmerk 1870-1912
In het Koninklijk Besluit d.d. 16-10-1869 (Staatsblad no. 159) werd voor het eerst voorgeschreven dat op gewichten de naam of het merk van de gieter/fabrikant afgeslagen moest worden. Ook mochten er verkopers- of zelfs eigendomsmerken op worden afgeslagen.


De plaats van het gieters-, fabrieks- of verkopersmerk was in de periode 1870-1912 nog niet voorgeschreven. Meestal werd dit merk op de bovenrand van de knop- en krukgewichten of op het grondvlak afgeslagen. Op de sluitgewichten werd het vaak in de binnenkant van de bodem van alle onderdelen aangebracht.
Het aanbrengen van eigendomsmerken was lange tijd niet meer toegestaan. In 1975 werd besloten het afslaan van een eigendomsmerk op gewichten voor gewone weging onder bepaalde restricties weer toe te laten.

Kantoormerk 1870-1912
Per 01-01-1870 werden de ijk en herijk aan ijkers en adjunct-ijkers opgedragen. De voormalige arrondissementsijkers werden in eerste instantie in die functies benoemd.

Het tussen 1820 en 1870 door de arrondissementsijker afgeslagen particuliere merk werd vervangen door het zogeheten kantoor- of ijkkantoormerk, het nummer van het ijkkantoor in een typisch gevormd stempelveld.
Met ingang van 01-01-1870 werd op nieuwe gewichten voor gewone weging bij de eerste ijk eenmaal het kantoormerk en de geldende jaarletter afgeslagen. Bij herijk op een ander ijkkantoor werd het kantoormerk van dat ijkkantoor niet afgeslagen. Men sloeg dan alleen de geldende jaarletter af.

Op de nauwkeuriger gejusteerde gewichten voor fijne weging werd, hoewel dat niet in de voorschriften werd vermeld, het kantoormerk twee keer naast elkaar afgeslagen. Feitelijk op dezelfde manier als waarop tussen 1820 en 1870 het particuliere merk van de arrondissementsijker op de gewichten voor fijne weging dubbel werd afgeslagen.

De plaats van het kantoormerk was in de periode 1870-1912 nog niet voorgeschreven. Op de messing knop- en krukgewichten werden ze meestal op de bovenrand rond de knop of de kruk afgeslagen. Soms werd het kantoormerk ook wel op het gewichtlichaam afgeslagen. Op de sluitgewichten sloeg men het kantoormerk vaak op de bodem van het huis en van de pijlen af.

Goedkeuringsmerken 1870-1912
De plaats van de goedkeuringsmerken was in de periode 1870-1912 nog niet voorgeschreven.

Op de messing knop- en krukgewichten kunnen de oudste afslagen meestal worden gevonden op de bovenrand van het gewicht rond de knop of kruk, naast het kantoormerk. De volgende jaarletters werden daarnaast of op een willekeurige plaats op de romp afgeslagen. Vaak zijn ze al netjes op de zijkant van het gewichtlichaam, van boven naar beneden en van links naar rechts afgeslagen.
Op de sluitgewichten werden de goedkeuringsmerken meestal op de binnenkant van de bodem van alle onderdelen afgeslagen, maar ook wel op zowel de binnen- als de buitenkant van de schuine wand van het huis en de pijlen.
Pas sinds 01-07-1913 bestond er een instructie waarin de plaats van de ijkmerken op onder meer gewichten nauwkeurig werd omschreven.
Op de gewichten van 2 en 1 gram werden de meeste goedkeuringsmerken op het grondvlak afgeslagen.

Knopgewichten 1870-1912
De nieuwe IJkwet d.d. 07-04-1869 (Staatsblad no. 57) trad op 01-01-1870 in werking. In de periode 1870-1912 werden de messing gewichten vervaardigd conform het Koninklijk Besluit d.d. 16-10-1869 (Staatsblad no. 159), echter niet direct en altijd. Na ingang van de nieuwe IJkwet bleven veel gewichten uit de periode 1820-1870 op onder meer de volgende manieren gewoon in gebruik:

* Meestal werden de gewichten vanaf 1870, zonder deze aan te passen, doorgeijkt.
* Sporadisch kwam het voor dat de gewichten werden aangepast aan de nieuwe IJkwet door:
1. de oude massa-aanduiding en oude arrondissementijkersmerken te handhaven en op het gewicht een kantoormerk en de lopende jaarletters af te slaan.
2. het arrondissementsijkersmerk onherkenbaar te maken en op het gewicht naast de oude massa-aanduiding de nieuwe massa-aanduiding, een kantoormerk en de lopende jaarletters af te slaan.
3. naast de oude massa-aanduiding op het gewicht de nieuwe massa-aanduiding, een fabrieksmerk, een kantoormerk en de lopende jaarletter af te slaan. Dat gebeurde als een fabrikant gewichten met de oude massa-aanduiding op voorraad had en hij die aan de nieuwe wet ging aanpassen.

Het aanpassen van gewichten aan de nieuwe ijkwet die op 01-01-1870 in werking trad, gebeurde voor zover bekend alleen in 1870. Op die manier aangepaste gewichten staan bekend als zogeheten ‘overgangsgewichten’.

In de periode 1870-1912 werden de knopgewichten vervaardigd als cilindrische gewichten met een massa van
1 kilogram, 5, 2, 1 hektogram, 5, 2, 1 dekagram, 5, 2 en 1 gram.

Het cilindrische model is voorgeschreven als ‘eene cilindrische gedaante’ met een vastgegoten knop. In plaats van een knop mochten de gewichten van 1 kilogram en zwaarder ook van een vastgegoten ring worden voorzien.

De afmetingen van de gewichten waren op een enkele uitzondering na niet voorgeschreven. Ieder ijkkantoor ontving, vermoedelijk rond 1877, een set modelgewichten, dat als voorbeeld kon dienen voor de fabrikanten. Afwijkingen ten opzichte van die modellen waren uitdrukkelijk toegestaan.
Om die reden kenden de cilindrische knopgewichten uit de periode 1870-1912 voor wat betreft de vorm van het gewichtlichaam en de knop veel variatie.
Knopgewichten uit de periode 1870-1912 zijn vaak mooie gewichten. Dat geldt vooral voor de gewichten die in 1870 en kort daarna zijn vervaardigd.

Druppelknopgewichten 1870-1912
In de periode 1870-1912 werd er ook nog een speciaal model knopgewichten vervaardigd, de druppelknopgewichten. Ze werden geproduceerd van ongeveer 1847 tot 1875.


De druppelknopgewichten uit deze periode werden vervaardigd met een massa van 5, 2, 1 kilogram, 5, 2, 1 hektogram, 5, 2, 1 dekagram, 5, 2 en 1 gram. Ze werden tot ongeveer 1875 geproduceerd.

Het model van het druppelknopgewicht was niet voorgeschreven, zodat er zowel taps toelopende als cilindrische modellen voorkomen met een aan het gewichtlichaam vastgegoten knop, waarbij deze knopvorm in veel verschillende variaties voorkomt.
Het buiten gebruik raken van de druppelknopgewichten werd in gang gezet door een inspecteur van het IJkwezen, die naar rationalisering en mechanisering van de gewichtenproductie streefde.
Druppelknopgewichten werden vervaardigd tijdens de periode waarin een justeeropening nog niet verplicht was. Na 1912 moesten de knop- en krukgewichten in het grondvlak van een justeeropening zijn voorzien, met uitzondering van de knopgewichten van 2 en 1 gram. Voor de druppelknop-gewichten gold na 1912:
* zolang ze nog de juiste massa hadden mochten ze herkeurd worden.
* als ze niet meer de juiste massa hadden, werden ze vanwege het ontbreken van een justeeropening
bijna allemaal afgekeurd. Zo raakten ze in onbruik.
* ze werden alleen nog ter herkeuring toegelaten als ze van een centrale justeeropening waren
voorzien.


Krukgewichten 1870-1912
In de periode 1870-1912 werden de cilindrische messing krukgewichten vervaardigd met een massa van 50, 25, 20, 10, 5, 2 en 1 kilogram. Gewichten van 10, 5, 2 en 1 kilogram mochten overigens ook van een knop worden voorzien.

Het cilindrische model werd voorgeschreven als ‘eene cilindrische gedaante’ met een vastgegoten ring.
De afmetingen van de gewichten werden, op een enkele uitzondering na, niet voorgeschreven. Elk ijkkantoor ontving, vermoedelijk rond 1877, een complete set modelgewichten, die tot voorbeeld kon dienen voor de gieters. Afwijkingen ten opzichte van die modellen waren echter uitdrukkelijk toegestaan.
In de periode 1870-1912 kenden de cilindrische krukgewichten dan ook met name in de vorm van de kruk enige diversiteit. De kruk kon worden uitgevoerd als een eenvoudig uitgevoerde ‘ring’ maar ook als een enigszins gemodelleerde handgreep. Krukgewichten uit de periode 1870-1912 zijn vaak mooie gewichten. Dat geldt vooral voor de gewichten die in 1870 en kort daarna zijn vervaardigd.


Sluitgewichten 1870-1912
In de periode 1870-1912 werden de sluitgewichten voor gewone en fijne weging vervaardigd met een massa van
1 kilogram, 5, 2 en 1 hektogram. Sluitgewichten van 1 hektogram komen sporadisch voor.


Naast de eerder genoemde opschriften mochten tevens nog vermeld worden: POND (= kilogram), ONS, LOOD of WIGTJE. Soms werden deze oude opschriften nog voorafgegaan door de afkorting NED. Dat betrof gewichten uit oude voorraden waarop een overgangsregeling van toepassing was. Op sluitgewichten zijn deze massa-aanduidingen/de dubbele opschriften tot nu toe niet aangetroffen.

Een metriek sluitgewicht uit de periode 1870-1912 bestaat uit het huis: het buitenste gewicht, dat van een scharnierend deksel en een sluiting is voorzien, waarmee het huis afgesloten wordt. In het huis bevindt zich een reeks exact in elkaar passende gewichten, de zogeheten pijlen.
De massa van het huis en van iedere pijl is even groot als de massa van de daarin passende pijlen. Dat geldt niet voor de massa van de voorlaatste pijl en het kleinste gewicht, deze hebben een gelijke massa. Het kleinste gewicht is overigens geen pijl, maar een massief gewicht dat sluiter of sluitstuk wordt genoemd.
Metrieke sluitgewichten hebben een eenvoudige vorm, zijn glad afgewerkt, en het huis is in tegenstelling tot het huis van voormetrieke sluitgewichten niet versierd. De grotere metrieke sluitgewichten zijn ook niet voorzien van een hengsel.
Op de meeste sluitgewichten uit de periode 1870-1912 is een dubbele afslag van het ijkkantoormerk afgeslagen. Daaruit blijkt dat dergelijke metrieke sluitgewichten vaak voor fijne weging werden gebruikt.
Net als de metrieke sluitgewichten uit de periode 1820-1870 werden ook de sluitgewichten uit de periode 1870-1912 maar in beperkte mate vervaardigd. Dat kwam omdat ze lastig te maken waren, wat tot hoge productiekosten leidde. De laatste exemplaren en vervangende onderdelen werden in de jaren 1855-1888 gemaakt. Omstreeks 1916/1917 werden de laatste exemplaren herijkt.

Milligramgewichten 1870-1912 (goud | zilver | platina | koper | aluminium)
Milligramgewichten opschriften 1870-1912
De massawaarden van 1000, 500, 200 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 milligram werden aangeduid met een getal dat het aantal milligrammen aangaf, zonder de aanduiding mg.


Milligramgewichten vorm 1870-1912
Milligramgewichten waren dunne plaatjes ofwel lamelgewichten met een vierkante vorm. De koperen en aluminium milligramgewichten waren iets hol geslagen.

Milligramgewichten materiaal 1870-1912
Milligramgewichten werden vervaardigd uit messing, zilver, platina, aluminium of uit een ander kostbaar materiaal, zoals goud.


Rond 1870 was aluminium nog duurder dan zilver, om die reden werden milligrammen toen van zilver gemaakt. Toen na verloop van tijd de prijs van aluminium onder de zilverprijs zakte, ging men bijna alle milligrammen uit aluminium vervaardigen. Het verschil tussen zilver en aluminium is wat lastig te zien. Een zilveren milligramgewicht is op het oog circa de helft dunner dan een aluminium gewicht.

Milligramgewichten justeergelegenheid 1870-1912
Het justeren van milligramgewichten bij de herijk was niet toegestaan. Inmiddels zijn er milligramgewichten aangetroffen die, om ze bij de herijk op de vereiste massa te brengen, met tinsoldeer zijn verzwaard. Met ingang van mei 1880 werd dit uitdrukkelijk niet meer toegestaan.


Milligramgewichten fabrieks- of verkopersmerk 1870-1912
Bij Koninklijk Besluit d.d. 19-05-1875 (Staatsblad no. 77) werd bepaald dat de milligramgewichten van 1000 t/m 1 mg niet van een fabrieks- of verkopersmerk hoefden te worden voorzien.


Milligramgewichten kantoormerk 1870-1912
Bij Koninklijk Besluit d.d. 19-05-1875 (Staatsblad no. 77) moest op de milligramgewichten van 1000, 500, 200, 100 en
50 mg een kantoormerk worden afgeslagen. De milligramgewichten van 20, 10, 5, 2 en 1 mg waren daarvan vrijgesteld.


Milligramgewichten goedkeuringsmerken 1870-1912
Bij Koninklijk Besluit d.d. 19-05-1875 (Staatsblad no. 77) werden milligramgewichten vrijgesteld van het aanbrengen van jaarletters.


In het deksel van een kist met gewichten voor fijne weging van G. Swarte uit Groningen zit een etiket met een door de arrondissementsijker Dr. G.A. Venema geschreven tekst. Daaruit blijkt dat er op 16-08-1872 nog geen voorbedrukte milligramenveloppen bestonden. De milligrammen werden toen bij de ijk en herijk door de ijkmeester afgeleverd ‘in verzegeld papier’. Daarmee wordt vermoedelijk bedoeld dat ze in een met een lakzegel verzegeld, gevouwen stuk papier zaten. In het lakzegel stond waarschijnlijk een afdruk van het ijkkantoornummer. Dit strookt namelijk met het gegeven dat de tot nu toe oudst bekende milligramenveloppe een exemplaar uit 1898 van de fabrikant Becker’s Sons te Rotterdam is.

Resumé van de merken in de periode 1870-1912
Op de gewichten uit de periode 1870-1912 kwamen als ijkmerken voor:

* één of twee dezelfde ijkkantoor- of kantoormerken
* de goedkeuringsmerken/jaarletters
* één of meer afkeuringsmerken: gevormd door een verticaal gearceerde, gelijkzijdige driehoek

Uitgebreide informatie over de goed- en afkeuringsmerken, de ijkkantoren en de ijkkantoormerken in de periode
1870-1912 is te vinden op:

www.goudenzilverweging.nl > Documentatie > Goedkeuringsmerken 1820-1998
www.goudenzilverweging.nl > Documentatie > Afkeuringsmerken 1820-1998  
www.goudenzilverweging.nl > Documentatie > IJkkantoren 1870-1993

Foto’s: Webmuseum goudenzilverweging.nl