Andere onderwerpen

Goud
Goud en geld; transport en opslag
In 2016 maakt DNB plannen voor “Uitplaatsing van het waardegebied”
De Koninklijke Nederlandse Munt N.V. niet meer Nederlands!
Zilver
Goud en zilver 1; het toetsen
Goud en zilver 2; het keuren, de Waarborgwet 1986
Goud en zilver 3; de geschiedenis van de Waarborg en de Waarborgwet
Goud en zilver 4; het belang van goud en zilver in het handelsverkeer
Edelstenen
Edelstenen; diamant
Parels
Literatuur over goud- en zilverweging in Nederland d.d. 22-05-2018
Archimedes en goud- en zilverweging
Overzicht ijk- en justeermeesters-generaal van het Troois gewicht in de Nederlanden
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenaert van de(r) Gheere (III)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenard of Lenaert van de(r) Gheere (IV)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Gerrit G(h)eens of Gérard Guens (II)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Roelof Woutersz van der Schure
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Johannes Andries Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Abraham Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Jacob l’Admiral
Instructie voor Jacob l’Admiral d.d. 1 mei 1750
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Pieter Jacob le Cointe
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Stephanus Gerardus Nagel
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Theodorus Antonius Nagel
De jaarletters van de ijk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
Ordonnantie op ’t Troys of Swaer Gewichte Groningen 1701 collectie W
Troois gewicht 1; het ontstaan, de oorsprong, van het Frans en het Hollands Troois gewicht
Troois gewicht 2; de ontwikkeling van het Hollands Troois, het Keuls en het Brabants gewicht in Amsterdam
Troois gewicht 3; de ontwikkeling van het Hollands Troois gewicht in de Nederlanden
Troois gewicht 4; de Trooise gewichten
Troois gewicht 4a; Waarom zou men azen snoeien?
Troois gewicht 5; het gebruik van Trooise gewichten tijdens de Franse overheersing (1810-1813)
Troois gewicht 6; het Groot Pijlgewicht; de Franse dormant
Troois gewicht 7; de oude Hollandse dormant van 4 mark uit 1510
Troois gewicht 7a; Welke Nederlandse dormant werd in 1529 met het Groot Pijlgewicht geverifieerd?
De Nederlandse ijkmerken vanaf 1820-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870
Metriek gewicht 1; Wet 21-08-1816 S34, het metrieke stelsel
Metriek gewicht 2; Besluit 29-03-1817 S15, vaststelling van benamingen
Metriek gewicht 3; Besluit 30-11-1817 S31, toepassing wet 21-08-1816 op het medicinaal gewicht
Metriek gewicht 3a; Besluit 21-10-1819 S52; regeling medicinaal gewicht
Metriek gewicht 4; Besluit 06-03-1819 S8, invoering van het metrieke stelsel
Metriek gewicht 5; Besluit 08-06-1819 S37, gedaante, stof en samenstelling gewichten
Metriek gewicht 6; Besluit 28-09-1819 S49, eerste uitgifte, verificatie en ijking gewichten
Metriek gewicht 7; Besluit 18-12-1819 S58, invoering nieuwe gewichten
Metriek gewicht 8; Besluit 08-11-1820 S24, tijdstip verplicht gebruik nieuwe gewichten
Metriek gewicht 9; Besluit 20-12-1821 S24, instructie ijkers m.b.t. goud- en zilverweging
Metriek gewicht 10; Besluit 18-12-1822 S52, verbod afgeschafte gewichten
Metriek gewicht 11; Besluit 16-08-1823 S32, benamingen in officiële stukken
Metriek gewicht 12; Besluit 03-04-1826 S16, verdere invoering van het eenvormig stelsel van maten en gewichten
Metriek gewicht 13; Besluit 30-03-1827 S13, nadere bepalingen op de jaarlijkse herijk
Metriek gewicht 14; Besluit 02-04-1829 S6, tegengaan misbruiken betreffende nieuwe gewichten
Metriek gewicht 15; Besluit 26-01-1839 S3, nieuwe indeling ressorten arrondissementsijkers
Metriek gewicht 16; Besluit 12-04-1839 S13, over de nieuwe standaarden
Metriek gewicht 17; Besluit 11-12-1842 S25, op 01-01-1843 vervallen Belgische wetten in Limburg
Metriek gewicht 18; Besluit 30-08-1843 S11, over de examens van de arrondissementsijkers
Metriek gewicht 19; Aanwijzing arresten van de Hoge Raad
Dispositie van 30-01-1823 over het gebruik van de nieuwe gewichten in de goud- en zilverhandel collectie W
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1870-1912
Metriek gewicht 20a; Wet 07-04-1869 S57, H I. Van maten, gewichten enz., art. 1-13
Metriek gewicht 20b; Wet 07-04-1869 S57, H II. Van de ijk, art. 14-21
Metriek gewicht 20c; Wet 07-04-1869 S57, H III. Van het toezicht, art. 22-27
Metriek gewicht 20d; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk IV. Strafbepalingen, art. 28-36
Metriek gewicht 20e; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen, art. 37-44
Metriek gewicht 20f; Besluit 09-11-1869 S167, over de ijkmerken
Metriek gewicht 20g; Besluit 18-11-1870 S178, IJkwet 1869 S57 is van toepassing op medicinale gewichten
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1912-1919
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1919-1941
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-1949
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1949-heden
Het verschil tussen massa en gewicht
De oorsprong van het karaat; de Ceratoniazaden
Het verschil tussen de bankgulden van de Amsterdamse Wisselbank en de courante gulden
De gouden, zilveren en de dubbele standaard
De gouden, zilveren en dubbele standaard in Nederland; 1816-1936
Het systeem van Bretton Woods (1944)
De eerste goudzending die in de oorlogsjaren1914-1918 vanuit Engeland door DNB werd ingevoerd
De gelijkarmige balans en haar benamingen
Paulus Dorsman; meester balansenmaker
De Generaliteits- of Statenleeuw in de Hollandse tuin op de balans van Paulus Dorsman uit 1742
De ijk van weegwerktuigen in Nederland
Het schoonmaken van ijzeren balansen
Het verantwoord schoonmaken van bronzen en messing gewichten
Het einde van de productie van messing gewichten in Nederland

Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870

Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870
Met de IJkwet d.d. 21-08-1816 (Staatsblad no. 34) en het Koninklijk Besluit d.d. 08-06-1819 (Staatsblad no. 37) werden in Nederland per 01-01-1820 het Troois gewicht en alle plaatselijke ponden afgeschaft en het metrieke, decimale stelsel, heteenvormig stelsel van maten en gewichten, ingevoerd.

De Trooise gewichten voor goud- en zilverweging werden daarmee vervangen door gewichten voor fijne weging, die nauwkeuriger gejusteerd werden dan de gewichten voor gewone weging c.q. de handelsgewichten. De massa van de gewichten voor fijne weging werd dus veel nauwkeuriger bepaald.
Die grotere nauwkeurigheid werd in vroeger tijden gewaarborgd door zowel de Trooise gewichten van vóór 01-01-1820 alsook de gewichten voor fijne weging van na 01-01-1820 te vervaardigen uit materialen die niet gemakkelijk oxideerden en/of beschadigd raakten. De gekozen materialen waren meestal brons, messing, en in enkele gevallen zelfs zilver. Zo gebruikte de chemicus J. R. Glauber (1604-1670) bij zijn onderzoekingen een set zilveren gewichten. Voor het wegen van gouden munten zijn zelfs enkele zilveren sluitgewichten bekend.
De gewichten voor fijne weging werden gebruikt voor de nauwkeurige weging van kostbare materialen zoals goud en zilver, maar ook voor parels, edelstenen, grondstoffen voor medicamenten en geneesmiddelen volgens doktersrecept. Dergelijke gewichten waren bijvoorbeeld in gebruik bij goudsmeden en apothekers.

Tegenwoordig worden de nauwkeurig gejusteerde gewichten voor fijne weging, die slechts een kleine afwijking van de vereiste massa mogen bezitten, gebruikt voor het afstellen of kalibrerenvan elektronische balansen. Kalibreren betekent in dit geval het vergelijken van de door een elektronische balans aangeduide waarde met een standaard, het gewicht voor fijne weging, en indien noodzakelijk het afregelen van de elektronische balans, zodat de aflezing binnen de door de fabrikant opgegeven meetfout valt.

De IJkwet d.d. 21-08-1816 (Staatsblad no. 34) betrof alleen nog voorschriften met betrekking tot lengtematen en gewichten. In het Koninklijk Besluit d.d. 08-06-1819 (Staatsblad no. 37) werden de nieuwe maten en gewichten met hun definitieve benamingen beschreven. De implementatie van het metrieke stelsel vond echter niet direct per 01-01-1820 maar gefaseerd in de periode daarna plaats. Zo werden de voorschriften voor de inhoudsmaten pas in meerdere fasen vanaf 1822 tot en met 1832 vastgesteld.

Periode 1820-1870
De Wet d.d. 21-08-1816 (Staatsblad no. 34) bepaalde de invoering van een eenvormig stelsel van maten en gewichten per 01-01-1820, het metrieke c.q. decimale stelsel. Gedurende de periode 1820-1870 werden de messing gewichten vervaardigd conform het Koninklijk Besluit d.d. 08-06-1819 (Staatsblad no. 37) ofwel


 “BESLUIT van den 8 Junij 1819, (St. no. 37) omtrent de gedaante, stof en zamenstelling der nieuwe gewigten, derzelver veelvouden en onderdeelen.”

Opschriften 1820-1870
NED. POND (KIL.) / 1000 w = 1000 gram of 1 kilogram

NED. ONC / NED. ONS / 100 w = 100 gram
NED. LOOD / N.L. / 10 w = Nederlands lood = 10 gram
N.W. / w = Nederlands wigtje = 1 gram
KORREL = 0,1 gram

De vermelde opschriften komen het meest voor, maar de periode 1820-1870 kende meerdere varianten. De aanduidingen Ned. pond, Ned. once en Ned. lood zijn op vele manieren aangebracht, zo komen er veel variaties in schrijfwijze, afkortingen en leestekens voor.

Voor Nederlandse ponden:
NED. PONDEN, NEDERLANDSCH POND, NEDERLANDSCHE PONDEN, N.P., KILOGRAMME, KILOG.
Voor Nederlandse onsen:
N.O., NED. ONCE, NED. ONCEN, NED ONSEN
Voor Nederlandse loden:
NED. LODEN, NED. LOODEN
Voor Nederlandse wigtjes:
NED. WIGTJES, NED. WIGTIES

Het Koninklijk Besluit d.d. 08-06-1819 (Staatsblad no. 37) schreef voor dat de opschriften duidelijk moesten worden ingesneden (gegraveerd), afgeslagen of ingeslagen. Voor alle gewichten was de plaats van de opschriften niet vastgelegd. Een uitzondering daarop vormden echter de sluitgewichten,
daarvoor was de plaats van de opschriften namelijk wel vastgelegd. Op de sluitgewichten moesten de opschriften als volgt aangegeven worden: op het deksel van het huis in Ned. pond, Ned. once en in wigtjes, op de rand van elke pijl in wigtjes, en op de bodem van het huis en van elke pijl in Ned. oncen, Ned. loden of Ned. wigtjes.

De opschriften werden in de wet met kleine letters vermeld, ze werden op de gewichten echter altijd met hoofdletters afgeslagen.

Justeergelegenheid 1820-1870
De gewichten waren niet voorzien van een justeeropening. De knop- en krukgewichten werden in het gewichtlichaam en/of in het grondvlak gejusteerd, bij sluitgewichten gebeurde dat in de bodem van het huis en/of van de pijlen. De justering vond plaats door met een drevel of drijfijzer een kleine opening in het messing te slaan waarin vervolgens het benodigde lood werd aangedreven.


Gieters- c.q. fabrieksmerk 1820-1870
Het aanbrengen van een gieters- c.q. fabrieksmerk was nog niet voorgeschreven. Dat gebeurde pas per 01-01-1870.


Goedkeuringsmerken 1820-1870
De op gewichten afgeslagen goedkeuringsmerken van vóór 01-01-1820 bestonden in ons land soms uit een stadswapen met een jaartal of een jaarletter, vaker werd er echter alleen een jaartal of een jaarletter afgeslagen. Daardoor is determineren vaak moeilijk c.q. zelfs onmogelijk.
Per 01-01-1820 kwam daar verandering in, zodat het sinds die datum tamelijk eenvoudig is om de messing gewichten te dateren. Als goedkeuringsmerk werd met de invoering van het metrieke stelsel namelijk gekozen voor jaarletters, die landelijk werden ingevoerd. Van het eerste alfabet (1820-1844) werd alleen de letter en niet de vorm voorgeschreven. De letterstempels werden echter niet centraal vervaardigd, vandaar dat er tussen 1820 en 1844 diverse lettertypes voorkomen.
Gedurende de periode 1820-1836 werden de stempels per plaats/streek gesneden, in Limburg gebeurde dat gedurende de periode 1820-1845. Vanaf 1837, en in Limburg vanaf 1846, werden jaarletters van de alfabetten wel exact voorgeschreven, terwijl de stempels centraal door de Munt te Utrecht werden gesneden. Enige variatie in vormgeving kwam daarbij echter toch nog wel voor. Door de keuze van een steeds ander lettertype zijn vergissingen met betrekking tot de datering tussen dezelfde letters uit de diverse alfabetten niet mogelijk.

Voorschriften voor het stempelveld waarbinnen de jaarletters afgeslagen dienden te worden ontbraken. Zo konden de letters geplaatst zijn in een rond, driehoekig, vierkant stempelveld, of in een stempelveld van een andere vorm, terwijl de jaarletters ook zonder stempelveld afgeslagen mochten worden.

Gedurende de periode 1820-1870 werd de plaats van de goedkeuringsmerken nog niet oorgeschreven.
Op de messing gewichten kunnen de oudste afslagen meestal op de bovenrand rond de knop of kruk, naast het merk van de arrondissementsijker, worden gevonden. De volgende jaarletters werden  daarnaast of op een willekeurig plaats op het gewichtlichaam afgeslagen. Soms gebeurde dat zelfs op het grondvlak van een gewicht en/of op de bovenkant van de knop en/of op de hals van de knop. Op de gewichten van 1 en 2 wigtje werden de meeste goedkeuringsmerken op het grondvlak aangebracht.
Op de sluitgewichten werden de goedkeuringsmerken meestal op de bodem van het huis en van de pijlen afgeslagen, maar dat gebeurde ook wel op de schuine wand van het huis en/of van de pijlen, zowel op de binnen- als op de buitenzijde.

De particuliere merken van de arrondissementsijkers 1820-1870
Bij de invoering van het metrieke stelsel behoorde uiteraard ook de regeling van het toezicht op de inhoudsmaten, ellematen en uiteraard ook op de gewichten. Het toezicht was opgedragen aan de arrondissementsijkers.

Wanneer bij de ijk de messing gewichten aan de voorschriften voldeden werden zij voorzien van de lopende jaarletter en van tenminste één particulier merk van de arrondissementsijker die de keuring had verricht.
Kwam bij de aanbieding voor herijk op een gewicht dat elders was geijkt het eigen merk van de betreffende ijker niet voor, omdat de aanbieder bijvoorbeeld uit een ander arrondissement afkomstig was of door overplaatsing van de ijker naar een ander arrondissement, dan moest het gewicht van een nieuw merk van de arrondissementsijker en uiteraard ook van een lopende jaarletter worden voorzien.
Bij de herijk en/of een ijkerswisseling sloeg de arrondissementsijker zijn merk ook wel tussen de jaarletters op de romp en soms op het grondvlak van een gewicht af. Op sommige gewichten kunnen dus verschillende merken van arrondissementsijkers voorkomen. Het afslaan van het nieuwe merk van de arrondissementsijker was echter geen vaststaande afspraak of regel, en in de loop der tijd hield men zich daar dan ook niet meer aan. Bij de herijk door dezelfde ijker werd overigens alleen een nieuwe jaarletter afgeslagen.

Conform het Koninklijk Besluit d.d. 20-12-1821 (Staatsblad no. 24) Artikel 3, sloeg de arrondissementsijker die de verificatie had verricht bij de eerste ijk op gewichten voor gewone weging, als een gewicht aan de voorschriften voldeed, éénmaal zijn particuliere merk en een jaarletter af.
Op de nauwkeuriger gejusteerde gewichten voor fijne weging, waaronder goud- en zilverweging, sloeg de arrondissementsijker, als onderscheid met de handelsgewichten, tweemaal zijn particuliere merk af.
Het Koninklijk Besluit d.d. 20-12-1821 (Staatsblad no. 24) omvatte “eene instructie voor de arrondissements-ijkers, betreffende hun toezigt over, en hunne visitatie en examinatie van de gewigten, in gebruik op ’s Rijks munten, de kantoren van waarborg der gouden en zilveren werken en alle daaronder ressorterende personen”.

Onder alle daaronder ressorterende personen werden verstaan; “de goud- en zilver-smeden, juweliers, kasthouders, horologiemakers en andere in gouden en zilveren werken handeldrijvende personen, mitsgaders de beleenbankhouders, essaijeurs der commercie en specie-handelaars”.

Een uitgebreide beschrijving van het Koninklijk Besluit d.d. 20-12-1821 (Staatsblad no. 24) is te vinden op www.goudenzilverweging.nl > Documentatie > Metriek gewicht 9; Besluit 20-12-1821 S24, instructie ijkers m.b.t. goud- en zilverweging.
Met name de artikelen 1 t/m 3 zijn voor wat betreft de gewichten voor fijne weging van belang.

Koninklijk Besluit d.d. 20-12-1821 (Staatsblad no. 24) artikel 2 
Dergelijke gewichten “zullen alzoo ter onderscheiding van die welke in alle andere handelingen gebruikt worden, boven en behalve de letters N.P. (Ned. pond), N.O. (Ned. once), N.L. (Ned. lood) en N.W. (Ned. wigtje), ook de cijfers dragen, uitdrukkende in decimale berekening, het respective getal wigtjes, als: 1000, 500, 200, 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1”.

Artikel 2 van het Koninklijk Besluitd.d. 20-12-1821 (Staatsblad no. 24) werd in de praktijk niet altijd strikt nageleefd. Zo werden de cijfers die het aantal wigtjes aangeven over het algemeen wel op handelsgewichten voor fijne weging aangebracht. Op gewichten voor fijne weging die niet voor handelsdoeleinden maar voor speciale doeleinden werden gebruikt gebeurde dat klaarblijkelijk niet consequent. Zo gebeurde dat niet bij de ongeijkte gewichten voor fijne weging, zoals die bij De Munt in gebruik waren. Die gewichten waren voorzien van een standring en een justeerkamer die was afgesloten met een speciale justeerschroef  met een grote iets bolle schroefkop waarin op enige afstand van elkaar twee gaatjes waren geboord. Op die speciaal geboorde, sabotage bestendige schroefkop paste een uitsluitend daarvoor bestemde schroefsleutel, zo werd voorkomen dat de massa van het gewicht door onbevoegde personen ongeoorloofd kon worden gewijzigd.


Bij De Nederlandsche Bank waren gewichten voor fijne weging in gebruik die zijn voorzien van de opschriften conform het Koninklijk Besluitd.d. 20-12-1821 (Staatsblad no. 24)artikel 2. Opvallend is dat die gewichten weliswaar qua opschrift en dubbele afslag van het particuliere merk van de arrondissementsijker voldoen aan het genoemde Besluit conform artikel 1, 2 en 3, echter de cijfers die het aantal wigtjes moeten aangeven ontbreken daarop. Wel zijn er jaarletters op afgeslagen. Dergelijke gewichten zijn in een enkel geval aan de bovenzijde voorzien van een met een afschroefbare knop afgesloten justeerkamer, maar ze kennen over het algemeen geen justeerkamer en geen justeeropening. 

Tussen 1820 en 1870 werden er handelsgewichten geproduceerd waarop door de fabrikant de massa-aanduidingen NPK, NP, NO, NL of NW, met eventueel daarbij de cijfers die het aantal wigtjes aangaven, waren aangebracht. Dergelijke gewichten werden, conform het Koninklijk Besluitd.d. 20-12-1821 (Staatsblad no. 24)artikel 2, altijd gemaakt voor fijne weging. Echter pas nadat de arrondissementijker dergelijke gewichten exact had gejusteerd en conform artikel 3 van het genoemde Besluit twee keer zijn particuliere merk daarin had afgeslagen, gevolgd door de dan geldende jaarletter, waren die gewichten officieel geschikt als handelsgewichten voor fijne weging.

Indien er twee dezelfde merken van een arrondissementsijker naast elkaar zijn aangebracht, betekent dit dat wij te doen hebben met een gewicht voor fijne weging, dat wil zeggen voor de weging van goud, zilver, en andere kostbare handelsgoederen. Medicijnen vielen daar niet onder, immers medicinale gewichten hadden een specifieke vorm waardoor een dubbele afslag van het merk van de arrondissementsijker niet nodig was. Grondstoffen voor medicamenten en geneesmiddelen werden overigens wel met gewichten voor fijne weging afgewogen.
Op de ijkkantoren waar meer dan één ambtenaar in dienst was had niet elke ijker een eigen particulier merk, in dat geval gebruikten alle ijkers hetzelfde merk.

Ook over de plaats van de arrondissementsijkers-merken werd in de periode 1820-1870 nog niets voorgeschreven. Op de messing knop- en krukgewichten konden die merken meestal op de bovenrand rond de knop of kruk worden gevonden. Op de sluitgewichten werden ze meestal op de bodem van het huis en van de pijlen afgeslagen.

Door de ontsluiting van gemeentelijke archieven worden er steeds meer plaatselijke ijkers bekend. Om die reden wordt voor de actuele stand van zaken verwezen naar de rubriek determineren op de website www.oudegewichtjes.nl, daar vindt u onder de rubriek determineren het particuliere merk, de naam en de werkzame periode van de arrondissementijkers, met daarbij verdere aanvullende gegevens, zoals geboorte-, overlijdensdata, studies etc.


Milligramgewichten 1820-1870 (zilver/koper)

Milligramgewichten opschriften 1820-1870
Voor de weging van lichte, kostbare waren werd het wigtje gebruikt dat, net als het Ned. pond, in 1000 delen werd onderverdeeld.

De opschriften voor de milligramgewichten waren niet voorgeschreven. De massawaarden van 1000, 500, 200, 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 milligram werden meestal aangeduid met een getal dat overeenkwam met het aantal milligrammen, echter zonder de aanduiding mg.
Ook werd de massa wel in korrels aangeduid, aangegeven met de letter K., met een punt. Daarvoor gold;
5 korrels = 500 mg  /  2 korrels = 200 mg  /  1 korrel = 100 mg  /  5/10 korrel = 50 mg  /  2/10 korrel = 20 mg  /
1/10 korrel = 10 mg  /  5/100 korrel = 5 mg  /  2/100 korrel = 2 mg  /  1/100 korrel = 1 mg


Milligramgewichten vorm 1820-1870
De metrieke, decimaal ingedeelde milligramgewichten waren vierkante of ronde plaatjes, zogeheten lamelgewichten. Het bij keurmeesters van goud en zilver in gebruik zijnde essaaigewicht mocht van een opstaand randje worden voorzien.


Milligramgewichten materiaal 1820-1870
Milligramgewichten werden uit koper vervaardigd. Conform het Koninklijk Besluit d.d. 08-06-1819 (Staatsblad no. 37) artikel 18 mochten voor het gebruik als essaaigewicht het wigtje en de onderdelen daarvan ook uit zilver worden vervaardigd.


Milligramgewichten justeergelegenheid 1820-1870
Volgens het Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten (1983) werd er over de justering van milligramgewichten bij de herijk niets vermeld. Daarover was in 1983 ook nog niets bekend. Inmiddels zijn er milligramgewichten aangetroffen die met tinsoldeer zijn verzwaard om ze bij de herijk op de vereiste massa te brengen.Met ingang van mei 1880 werd dit echter uitdrukkelijk niet meer toegestaan.


Milligramgewichten fabrieks c.q. verkopersmerk 1820-1870

Over het afslaan van een fabrieks- c.q. verkopersmerk op milligramgewichten werd niets voorgeschreven.

Milligramgewichten het particuliere merk van de arrondissementsijker 1820-1870
Volgens het Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten (1983) werd er over het afslaan van het particuliere merk van de arrondissementsijker op milligramgewichten niets voorgeschreven. Daarover was in 1983 ook nog niets bekend.

Milligramgewichten goedkeuringsmerken 1820-1870

Volgens het Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten (1983) werd er over het afslaan van goedkeuringsmerken op milligramgewichten niets voorgeschreven. Daarover was in 1983 nog niets bekend. Inmiddels zijn er echter milligramgewichten aangetroffen die wel van goedkeuringsmerken zijn voorzien.

Afkeuringmerk 1820-1870
Wanneer een gewicht niet meer voor goedkeuring in aanmerking kwam, bijvoorbeeld omdat het vol met justeringen zat of omdat het niet meer aan de wet- en regelgeving voldeed, werd daarop een afkeuringmerk afgeslagen.

Het afkeuringmerk bestond uit een verticaal gearceerde, gelijkzijdige driehoek, die normaliter door de laatste jaarletter en eenmaal daaronder werd afgeslagen.
Op messing gewichten werden de afkeuringmerken ook wel op het gewichtlichaam of bovenop de knop afgeslagen, en op milligramgewichten vaak onder het getal dat het aantal milligrammen aangeeft.

Foto’s:  Webmuseum goudenzilverweging.nl