Andere onderwerpen

Goud
Goud en geld; transport en opslag
In 2016 maakt DNB plannen voor “Uitplaatsing van het waardegebied”
De Koninklijke Nederlandse Munt N.V. niet meer Nederlands!
Zilver
Goud en zilver 1; het toetsen
Goud en zilver 2; het keuren, de Waarborgwet 1986
Goud en zilver 3; de geschiedenis van de Waarborg en de Waarborgwet
Goud en zilver 4; het belang van goud en zilver in het handelsverkeer
Edelstenen
Edelstenen; diamant
Parels
Literatuur over goud- en zilverweging in Nederland d.d. 22-05-2018
Archimedes en goud- en zilverweging
Overzicht ijk- en justeermeesters-generaal van het Troois gewicht in de Nederlanden
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenaert van de(r) Gheere (III)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenard of Lenaert van de(r) Gheere (IV)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Gerrit G(h)eens of Gérard Guens (II)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Roelof Woutersz van der Schure
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Johannes Andries Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Abraham Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Jacob l’Admiral
Instructie voor Jacob l’Admiral d.d. 1 mei 1750
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Pieter Jacob le Cointe
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Stephanus Gerardus Nagel
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Theodorus Antonius Nagel
De jaarletters van de ijk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
Ordonnantie op ’t Troys of Swaer Gewichte Groningen 1701 collectie W
Troois gewicht 1; het ontstaan, de oorsprong, van het Frans en het Hollands Troois gewicht
Troois gewicht 2; de ontwikkeling van het Hollands Troois, het Keuls en het Brabants gewicht in Amsterdam
Troois gewicht 3; de ontwikkeling van het Hollands Troois gewicht in de Nederlanden
Troois gewicht 4; de Trooise gewichten
Troois gewicht 4a; Waarom zou men azen snoeien?
Troois gewicht 5; het gebruik van Trooise gewichten tijdens de Franse overheersing (1810-1813)
Troois gewicht 6; het Groot Pijlgewicht; de Franse dormant
Troois gewicht 7; de oude Hollandse dormant van 4 mark uit 1510
Troois gewicht 7a; Welke Nederlandse dormant werd in 1529 met het Groot Pijlgewicht geverifieerd?
De Nederlandse ijkmerken vanaf 1820-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870
Metriek gewicht 1; Wet 21-08-1816 S34, het metrieke stelsel
Metriek gewicht 2; Besluit 29-03-1817 S15, vaststelling van benamingen
Metriek gewicht 3; Besluit 30-11-1817 S31, toepassing wet 21-08-1816 op het medicinaal gewicht
Metriek gewicht 3a; Besluit 21-10-1819 S52; regeling medicinaal gewicht
Metriek gewicht 4; Besluit 06-03-1819 S8, invoering van het metrieke stelsel
Metriek gewicht 5; Besluit 08-06-1819 S37, gedaante, stof en samenstelling gewichten
Metriek gewicht 6; Besluit 28-09-1819 S49, eerste uitgifte, verificatie en ijking gewichten
Metriek gewicht 7; Besluit 18-12-1819 S58, invoering nieuwe gewichten
Metriek gewicht 8; Besluit 08-11-1820 S24, tijdstip verplicht gebruik nieuwe gewichten
Metriek gewicht 9; Besluit 20-12-1821 S24, instructie ijkers m.b.t. goud- en zilverweging
Metriek gewicht 10; Besluit 18-12-1822 S52, verbod afgeschafte gewichten
Metriek gewicht 11; Besluit 16-08-1823 S32, benamingen in officiële stukken
Metriek gewicht 12; Besluit 03-04-1826 S16, verdere invoering van het eenvormig stelsel van maten en gewichten
Metriek gewicht 13; Besluit 30-03-1827 S13, nadere bepalingen op de jaarlijkse herijk
Metriek gewicht 14; Besluit 02-04-1829 S6, tegengaan misbruiken betreffende nieuwe gewichten
Metriek gewicht 15; Besluit 26-01-1839 S3, nieuwe indeling ressorten arrondissementsijkers
Metriek gewicht 16; Besluit 12-04-1839 S13, over de nieuwe standaarden
Metriek gewicht 17; Besluit 11-12-1842 S25, op 01-01-1843 vervallen Belgische wetten in Limburg
Metriek gewicht 18; Besluit 30-08-1843 S11, over de examens van de arrondissementsijkers
Metriek gewicht 19; Aanwijzing arresten van de Hoge Raad
Dispositie van 30-01-1823 over het gebruik van de nieuwe gewichten in de goud- en zilverhandel collectie W
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1870-1912
Metriek gewicht 20a; Wet 07-04-1869 S57, H I. Van maten, gewichten enz., art. 1-13
Metriek gewicht 20b; Wet 07-04-1869 S57, H II. Van de ijk, art. 14-21
Metriek gewicht 20c; Wet 07-04-1869 S57, H III. Van het toezicht, art. 22-27
Metriek gewicht 20d; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk IV. Strafbepalingen, art. 28-36
Metriek gewicht 20e; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen, art. 37-44
Metriek gewicht 20f; Besluit 09-11-1869 S167, over de ijkmerken
Metriek gewicht 20g; Besluit 18-11-1870 S178, IJkwet 1869 S57 is van toepassing op medicinale gewichten
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1912-1919
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1919-1941
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-1949
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1949-heden
Het verschil tussen massa en gewicht
De oorsprong van het karaat; de Ceratoniazaden
Het verschil tussen de bankgulden van de Amsterdamse Wisselbank en de courante gulden
De gouden, zilveren en de dubbele standaard
De gouden, zilveren en dubbele standaard in Nederland; 1816-1936
Het systeem van Bretton Woods (1944)
De eerste goudzending die in de oorlogsjaren1914-1918 vanuit Engeland door DNB werd ingevoerd
De gelijkarmige balans en haar benamingen
Paulus Dorsman; meester balansenmaker
De Generaliteits- of Statenleeuw in de Hollandse tuin op de balans van Paulus Dorsman uit 1742
De ijk van weegwerktuigen in Nederland
Het schoonmaken van ijzeren balansen
Het verantwoord schoonmaken van bronzen en messing gewichten
Het einde van de productie van messing gewichten in Nederland

Metriek gewicht 20c; Wet 07-04-1869 S57, H III. Van het toezicht, art. 22-27

De serie documenten Metriek gewicht 20a, 20b e.v. belicht de Wet d.d. 07-04-1869 (Staatsblad no. 57) en een aantal besluiten als vervolg op de genoemde wet.

Wet d.d. 07-04-1869 (Staatsblad 57); betreffende maten, gewichten en weegwerktuigen
WET van den 7 April 1869, S. 57, betreffende de Maten, Gewichten en Weegwerktuigen (IJKWET)
Zooals deze laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 25 Juli 1919, S. 522.

De Wet d.d. 07-04-1869 (Staatsblad no. 57) wordt vanwege de omvang in de transcriptie niet in zijn geheel beschreven, alleen de artikelen die betrekking hebben op de gewichten worden vermeld. Het betreft de volgende uitgave:

NEDERLANDSCHE STAATSWETTEN
Editie Schuurman & Jordens No. 14
IJKWET
Wet van den 7den April 1869, S. 57, zooals deze wet is gewijzigd bij de wetten van 27 Mei 1869, S. 88, 19 Juni 1871,
S. 62, 31 December 1872, S. 160 en 161, 8 Juli 1874, S. 96, 28 December 1879, S. 249, 30 December 1880, S. 254,
30 December 1881, S. 253, 15 April 1886, S. 64, 2 Mei 1897, S. 122 en 25 Juli 1919, S. 522,
betreffende de
MATEN, GEWIGTEN EN WEEGWERKTUIGEN
met
aanteekeningen, bijlagen en alphabetisch register
ELFDE DRUK
door
Dr. L. Leijdesdorff
Referendaris ter Gemeente-Secretarie van Utrecht
Zwolle - W.E.J. Tjeenk Willink - 1925
Voor mogelijke aanvullingen en wijzigingen zie men achter het register

Transcriptie Hoofdstuk III.
HOOFDSTUK III.
VAN HET TOEZIGT.

Artikel 22.
De ijk der maten, gewigten, weegwerktuigen en gasmeters is opgedragen aan ijkers en adjunct-ijkers.
Zij worden door Ons benoemd en ontslagen.
Zij mogen geen handel drijven in maten, gewigten, weegwerktuigen en gasmeters, noch in goederen, die bij de maat of het gewigt verkocht worden.
Dit verbod is ook van toepassing op de inwonende leden van hun gezin.
Zij bekleeden geen ambten of bedieningen dan met Onze toestemming.

Artikel 23.
Om tot ijker benoembaar te zijn wordt den leeftijd van twintig jaren en voor adjunct-ijker die van achttien jaren vereischt. Niemand wordt tot ijker of adjunct-ijker benoemd dan na te hebben voldaan aan een in het openbaar afgelegd examen, dat door Ons bij algemeenen maatregel van inwendig bestuur wordt geregeld. De bepaling omtrent het examen is niet van toepassing op de bij het in werking treden dezer wet in dienst zijnde arrondissements-ijkers.

Artikel 24.
Het toezigt op den ijk der maten, gewigten, weeg- en meetwerktuigen is opgedragen aan een inspecteur, die even als de ijkers en adjunct-ijkers zijne bediening uitoefent volgens de daartoe door Onzen Minister van Arbeid, Handel, en Nijverheid te geven voorschriften.
Het 2de, 3de, 4de en 5de lid van art. 22 dezer wet zijn op den inspecteur van toepassing.
Deze inspecteur heeft gelijke verpligting en bevoegdheid als die, welke bij artt, 26 en 27 van deze wet aan de ijkers opgelegd en toegekend is.

Artikel 25.
De inspecteur, ijkers en adjunct-ijkers worden bij het aanvaarden hunner bediening volgens een door Ons vast te stellen formulier beëedigd door de regtbank van het arrondissement, waarin hunne standplaats gelegen is.

Artikel 26.
De ambtenaren van Rijks- en gemeente-politie zijn belast met het opsporen van de overtredingen dezer wet en der verordeningen omtrent de maten, gewigten, en meet- en weegwerktuigen.
De ijkers en de adjunct-ijkers, de ambtenaren in dienst bij de administratie der in- en uitgaande regten en accijnzen, alsmede die der registratie zijn verpligt om van de overtreding dezer wet of der verordeningen omtrent de maten, gewigten, en meet- en weegwerktuigen, welke zij in de uitoefening hunner bediening ontdekken, proces-verbaal op te maken.

Artikel 27.
De plaatsen bedoeld in het eerste lid van art. 11, zijn, zelfs ondanks den wil der bewoners en gebruikers, aan de visitatie der ambtenaren, vermeld in art. 26, eerste lid, en van de ijkers en adjunct-ijkers onderworpen gedurende den tijd, dat zij voor het publiek geopend zijn.
Gebouwen, niet voor het publiek toegankelijk, zijn alleen des daags aan deze visitatie onderworpen.
Indien voor den toegang tot de plaatsen, bedoeld in het tweede lid, het binnentreden van tot woning dienende gebouwen of gedeelten van gebouwen vereischt wordt, geschied dit binnentreden door voormelde ambtenaren op schriftelijken last der ijkers of adjunct-ijkers en in tegenwoordigheid van het hoofd, of een door dezen aangewezen lid van het gemeentebestuur of wel van een commissaris van politie.
Van dit binnentreden en van de redenen, die daartoe geleid hebben, wordt door hem, die krachtens bovenstaande bepaling daarbij tegenwoordig is geweest, binnen tweemaal vier en twintig uren proces-verbaal opgemaakt en aan dengeen, wiens woning is binnengetreden, in afschrift medegedeeld.
De dag wordt met betrekking tot de bepaling in het tweede lid gerekend gedurende de maanden April tot en met September van zes uur des morgens tot negen uur des avonds, en gedurende de overige maanden des jaars van zeven uur des morgens tot zeven uur des avonds te loopen.

Foto’s: Webmuseum Goudenzilverweging.nl