Andere onderwerpen

Goud
Goud en geld; transport en opslag
In 2016 maakt DNB plannen voor “Uitplaatsing van het waardegebied”
De Koninklijke Nederlandse Munt N.V. niet meer Nederlands!
Zilver
Goud en zilver 1; het toetsen
Goud en zilver 2; het keuren, de Waarborgwet 1986
Goud en zilver 3; de geschiedenis van de Waarborg en de Waarborgwet
Goud en zilver 4; het belang van goud en zilver in het handelsverkeer
Edelstenen
Edelstenen; diamant
Parels
Literatuur over goud- en zilverweging in Nederland d.d. 22-05-2018
Archimedes en goud- en zilverweging
Overzicht ijk- en justeermeesters-generaal van het Troois gewicht in de Nederlanden
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenaert van de(r) Gheere (III)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenard of Lenaert van de(r) Gheere (IV)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Gerrit G(h)eens of Gérard Guens (II)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Roelof Woutersz van der Schure
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Johannes Andries Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Abraham Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Jacob l’Admiral
Instructie voor Jacob l’Admiral d.d. 1 mei 1750
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Pieter Jacob le Cointe
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Stephanus Gerardus Nagel
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Theodorus Antonius Nagel
De jaarletters van de ijk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
Ordonnantie op ’t Troys of Swaer Gewichte Groningen 1701 collectie W
Troois gewicht 1; het ontstaan, de oorsprong, van het Frans en het Hollands Troois gewicht
Troois gewicht 2; de ontwikkeling van het Hollands Troois, het Keuls en het Brabants gewicht in Amsterdam
Troois gewicht 3; de ontwikkeling van het Hollands Troois gewicht in de Nederlanden
Troois gewicht 4; de Trooise gewichten
Troois gewicht 4a; Waarom zou men azen snoeien?
Troois gewicht 5; het gebruik van Trooise gewichten tijdens de Franse overheersing (1810-1813)
Troois gewicht 6; het Groot Pijlgewicht; de Franse dormant
Troois gewicht 7; de oude Hollandse dormant van 4 mark uit 1510
Troois gewicht 7a; Welke Nederlandse dormant werd in 1529 met het Groot Pijlgewicht geverifieerd?
De Nederlandse ijkmerken vanaf 1820-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870
Metriek gewicht 1; Wet 21-08-1816 S34, het metrieke stelsel
Metriek gewicht 2; Besluit 29-03-1817 S15, vaststelling van benamingen
Metriek gewicht 3; Besluit 30-11-1817 S31, toepassing wet 21-08-1816 op het medicinaal gewicht
Metriek gewicht 3a; Besluit 21-10-1819 S52; regeling medicinaal gewicht
Metriek gewicht 4; Besluit 06-03-1819 S8, invoering van het metrieke stelsel
Metriek gewicht 5; Besluit 08-06-1819 S37, gedaante, stof en samenstelling gewichten
Metriek gewicht 6; Besluit 28-09-1819 S49, eerste uitgifte, verificatie en ijking gewichten
Metriek gewicht 7; Besluit 18-12-1819 S58, invoering nieuwe gewichten
Metriek gewicht 8; Besluit 08-11-1820 S24, tijdstip verplicht gebruik nieuwe gewichten
Metriek gewicht 9; Besluit 20-12-1821 S24, instructie ijkers m.b.t. goud- en zilverweging
Metriek gewicht 10; Besluit 18-12-1822 S52, verbod afgeschafte gewichten
Metriek gewicht 11; Besluit 16-08-1823 S32, benamingen in officiële stukken
Metriek gewicht 12; Besluit 03-04-1826 S16, verdere invoering van het eenvormig stelsel van maten en gewichten
Metriek gewicht 13; Besluit 30-03-1827 S13, nadere bepalingen op de jaarlijkse herijk
Metriek gewicht 14; Besluit 02-04-1829 S6, tegengaan misbruiken betreffende nieuwe gewichten
Metriek gewicht 15; Besluit 26-01-1839 S3, nieuwe indeling ressorten arrondissementsijkers
Metriek gewicht 16; Besluit 12-04-1839 S13, over de nieuwe standaarden
Metriek gewicht 17; Besluit 11-12-1842 S25, op 01-01-1843 vervallen Belgische wetten in Limburg
Metriek gewicht 18; Besluit 30-08-1843 S11, over de examens van de arrondissementsijkers
Metriek gewicht 19; Aanwijzing arresten van de Hoge Raad
Dispositie van 30-01-1823 over het gebruik van de nieuwe gewichten in de goud- en zilverhandel collectie W
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1870-1912
Metriek gewicht 20a; Wet 07-04-1869 S57, H I. Van maten, gewichten enz., art. 1-13
Metriek gewicht 20b; Wet 07-04-1869 S57, H II. Van de ijk, art. 14-21
Metriek gewicht 20c; Wet 07-04-1869 S57, H III. Van het toezicht, art. 22-27
Metriek gewicht 20d; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk IV. Strafbepalingen, art. 28-36
Metriek gewicht 20e; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen, art. 37-44
Metriek gewicht 20f; Besluit 09-11-1869 S167, over de ijkmerken
Metriek gewicht 20g; Besluit 18-11-1870 S178, IJkwet 1869 S57 is van toepassing op medicinale gewichten
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1912-1919
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1919-1941
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-1949
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1949-heden
Het verschil tussen massa en gewicht
De oorsprong van het karaat; de Ceratoniazaden
Het verschil tussen de bankgulden van de Amsterdamse Wisselbank en de courante gulden
De gouden, zilveren en de dubbele standaard
De gouden, zilveren en dubbele standaard in Nederland; 1816-1936
Het systeem van Bretton Woods (1944)
De eerste goudzending die in de oorlogsjaren1914-1918 vanuit Engeland door DNB werd ingevoerd
De gelijkarmige balans en haar benamingen
Paulus Dorsman; meester balansenmaker
De Generaliteits- of Statenleeuw in de Hollandse tuin op de balans van Paulus Dorsman uit 1742
De ijk van weegwerktuigen in Nederland
Het schoonmaken van ijzeren balansen
Het verantwoord schoonmaken van bronzen en messing gewichten
Het einde van de productie van messing gewichten in Nederland

Troois gewicht 2; de ontwikkeling van het Hollands Troois, het Keuls en het Brabants gewicht in Amsterdam

1471 Amsterdam; alle waren wegen “mytter stede gewechten”
Volgens de uit 1471 stammende en oudst bewaarde Amsterdamse keur met betrekking tot gewichten moesten alle waren gewogen worden “mytter stede gewechten”.

1475 Amsterdam; het Keuls gewicht alsook “onser stede gewychten” werden voorgeschreven
In 1475 mochten “alle cruden, zyde, mandalen, dalen ende ryss, ende oick sulver” gewogen worden met Keuls gewicht wanneer ze ook met Keuls gewicht waren ingekocht, echter “alle andere weechbaere goeden, hoedanych dat die zyn, alze vyghen, rasynen, wass, vlas, zeep, kaerssen ende andere” moesten “by onser stede gewychten, ende gheen andere” verhandeld worden.
Volgens de ordonnantie uit 1475 moest op “onser stede gewychten” het stadswapen worden gegoten en op het Keuls gewicht niet.

1487 In Amsterdam mocht alleen het Troois gewicht worden gebruikt
In 1487 werd in Amsterdam het uitsluitend gebruik van Troois gewicht bevolen; “dat nyemant, wye hy sy, inwegen, noch uutwegen noch enygersins wegen en sall bynnen deser stede vryhede dan alleen mit Troyssche wychte”.
De keur van 1487 bevat onder meer de bepaling; “dat nyemant, wie hy zy, binnen zinen huyse geen gewichte en houde, zy en zyn gheyct ende geteykent mit der stede wapen als Trois gewichte wesende”.
Volgens de keur van 1487, toen in Amsterdam verordonneert werd om alleen het Troois gewicht te gebruiken, moest het stadswapen op het Troois gewicht afgeslagen worden.

1494 Amsterdam voerde het Keuls gewicht weer in, behalve voor zilverwerk, dat werd met Troois gewicht gewogen
In 1494 voerde men het Keulse gewicht opnieuw in, behalve echter voor zilverwerk, dat men diende te wegen “als men overal coustumeliken es te doen”, dat betekende dus sinds 1487 met Troois gewicht.
Bij deze herinvoering van het Keuls gewicht in 1494 werd tevens bepaald “dat men in der stede waghe onderhouden sal die wichten, die altyts ende tot noch toe geweest hebben”; dat was sinds 1487 het Troois gewicht.
 
1502 In Amsterdam werd het Keuls gewicht alweer afgeschaft en vervangen door het Troois gewicht
In 1502 werd het Keuls gewicht alweer afgeschaft en vervangen door het Troois gewicht.
De afschaffing van het Keuls gewicht werd in 1502 als volgt geformuleerd; dat uitsluitend mocht worden gewogen met “zulcke gewichte als men gebruict in der stede waghe, twelck es Troysche gewichte”.

1504 en 1509 In Amsterdam werd men eraan herinnerd om alleen het Troois gewicht te gebruiken
In 1504 en 1509 bleek het nog eens nodig om in herinnering te brengen dat het Troois gewicht gebruikt moest worden.
Vervolgens bleef de gehele 16e eeuw alleen het Troois gewicht het wettelijke gewicht te Amsterdam.

De gehele 16e eeuw bleef in Amsterdam alleen het Troois gewicht bleef het wettelijk toegestane gewicht
Uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat in Amsterdam op het einde van de 15e eeuwhet Troois gewicht het Keuls gewicht geheel had verdrongen als massa-eenheid in de goud- en zilverhandel, bij juweliers, geldwisselaars en in de munthuizen. Nadat in het begin van de 16e eeuw het Keuls gewicht in Amsterdam door het Troois gewicht was vervangen bleef gedurende de gehele 16e eeuw alleen het Troois gewicht in Amsterdam het wettelijk toegestane gewicht.

22-01-1600 Keur Amsterdam; er werd opnieuw voorgeschreven om alleen het Troois gewicht te gebruiken
In de keur van 22-01-1600 werd opnieuw voorgeschreven dat er alleen met Troois gewicht mocht worden gewogen.

30-08-1630 Keur Amsterdam
De keur hield de legalisatie / het gebruik in van het Amsterdams, Brabants, Luiks, medicinaal en het Keuls gewicht, het Troois gewicht voor goud- en zilverweging werd niet genoemd, het gebruik daarvan was vanzelfsprekend
Bij de keur van 30-08-1630 werd zowel het verzwaarde gewicht (het Amsterdamse pond van 494,090 gram) alsook het voor enkele goederen ingeburgerde lichte gewicht (het Brabantse pond van 469,098 gram en het Luiks pond van
467,09 gram) gelegaliseerd. De regeling van 30-08-1630 is tot het begin van de 18e eeuw van kracht gebleven. Het Troois gewicht was in gebruik bij de goud-, zilver- en geldhandel. In de keur van 30-08-1630 wordt de handel in edele metalen in het geheel niet genoemd, het was blijkbaar vanzelfsprekend dat men daarbij uitsluitend het Troois gewicht gebruikte.

Het Hollands Troois gewicht te Amsterdam; 1 pond = 492,167720000 = 492,168 gram
Hoewel in 1502 het Keuls gewicht te Amsterdam door het Trooisch gewicht werd vervangen, en het Keuls gewicht
gedurende de periode net vóór en na 1600 onder de naam Brabants gewicht weer een deel van het aan het Troois gewicht verloren terrein terugwon, verloor het Troois gewicht ook op een andere manier in Amsterdam terrein. Volgens de historieschrijver Jan Wagenaar zou het Amsterdams gewicht (1 pond = 494,090 gram) omstreeks 1630 zijn ontstaan door verzwaring van het Troois gewicht (1 pond = 492,168 gram). Jan Wagenaar omschrijft die verzwaring als volgt;
“dat men, al vroeg, om de agting van ’t Amsterdamsch Waag-Gewigt, ’t welk het zelfde als het Trooisch Gewigt plagt te zyn, te beeter te bewaaren, op het zelve, boven het Trooisch Gewigt nog eenige toebaat heeft willen geeven.”

Van Swinden stelt het verschil tussen het Amsterdams pond en het Troois pond op 40 azen;
1 Amsterdams pond = 1 Troois pond + 40 aas = 492,167720000 + (40 x 0,048063254 = 1,992530160) =
494,090250160 gram = 494,090 gram.

Noot
Volgens Zevenboom is het verschil 494,090 - 492,168 gram = 1,922 gram
Volgens van Swinden is het verschil 40 aas = 40 x 0,048063254 gram = 1,922530160 gram

Oorspronkelijk werd waarschijnlijk alleen het waaggewicht verzwaard, maar de kleinhandel nam deze zwaardere gewichten later blijkbaar over. In de keur van 22-01-1600 had men nog eens opnieuw voorgeschreven dat alleen met Troois gewicht mocht worden gewogen.

Misschien was dat opnieuw een poging om het verzwaren van de gewichten te stoppen, maar resultaat heeft dit niet gehad, want uiteindelijk heeft het Amsterdamse stadsbestuur zich bij de feiten neergelegd en bij de keur van 30-08-1630 zowel het verzwaarde gewicht (het Amsterdamse pond van 494,090 gram) als het voor enkele goederen ingeburgerde lichte gewicht (het Brabantse pond van 469,098 gram) gelegaliseerd.

Na de afscheiding van de Republiek in 1581 steeg de Hollandse Trooise mark langzaam ten opzichte van de Parijse mark c.q. de Parijse standaard die nog steeds in het Zuiden werd gebruikt. Daardoor ontstond er een licht verschil tussen de Trooise gewichtstelsels van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden.

Het Amsterdams gewicht of Amsterdams waaggewicht; 1 pond = 494,090250160 gram = 494,090 gram
In 1502 werd het Keuls gewicht te Amsterdam dus door het Trooisch gewicht vervangen. Het Keuls gewicht kon gedurende de periode net vóór en na 1600 onder de naam Brabants gewicht weer een deel van het aan het Troois gewicht verloren terrein terugwinnen. Het Brabants gewicht kwam namelijk na de val van Antwerpen in 1585, via de zich in Amsterdam vestigende kooplieden uit de Zuidelijke Nederlanden, naar Amsterdam. De naam Brabants pond en het handje uit het stadswapen van Antwerpen dat, ter onderscheiding van andere gewichtssoorten, op het Brabants gewicht werd afgeslagen duiden daar op.

Ook op een andere manier verloor het Troois gewicht in Amsterdam terrein. Volgens de historieschrijver Jan Wagenaar zou het Amsterdams gewicht (1 pond = 494,090 gram) omstreeks 1630 zijn ontstaan door verzwaring van het Troois gewicht (1 pond = 492,168 gram) Jan Wagenaar omschrijft dat als volgt:
“dat men, al vroeg, om de agting van ’t Amsterdamsch Waag-Gewigt, ’t welk het zelfde als het Trooisch Gewigt plagt te zyn, te beeter te bewaaren, op het zelve, boven het Trooisch Gewigt nog eenige toebaat heeft willen geeven.”

Van Swinden stelt het verschil tussen het Amsterdams pond en het Troois pond op 40 azen;
1 Amsterdams pond = 1 Troois pond + 40 aas = 492,167720000 + (40 x 0,048063254 = 1,992530160)=
494,090250160 gram = 494,090 gram.

Noot
Volgens Zevenboom is het verschil 494,090 - 492,168 gram = 1,922 gram
Volgens van Swinden is het verschil 40 aas = 40 x 0,048063254 gram = 1,922530160 gram

Het Amsterdams gewicht werd als volgt onderverdeeld;
1 Amsterdams pond = 494,090 gram = 16 ons; 1 ons = 30,880 gram = 2 lood; 1 lood = 15,440 gram = 10 engels;
1 engels = 1,544 gram = 32 aas; 1 aas = 0,048 gram.

Oorspronkelijk werd waarschijnlijk alleen het waaggewicht verzwaard, maar de kleinhandel nam deze zwaardere gewichten later blijkbaar over. In de keur van 22-01-1600 had men nog eens opnieuw voorgeschreven dat alleen met Troois gewicht mocht worden gewogen.

Misschien was dat opnieuw een poging om het verzwaren van de gewichten te stoppen, maar resultaat heeft dit niet gehad, want uiteindelijk heeft het Amsterdamse stadsbestuur zich bij de feiten neergelegd en bij de keur van 30-08-1630 zowel het verzwaarde gewicht (het Amsterdamse pond van 494,090 gram) als het voor enkele goederen ingeburgerde lichte gewicht (het Brabantse pond van 469,098 gram) gelegaliseerd.

Het gebruik van het Amsterdams gewicht was voorgeschreven voor de handel in zijde in het klein en verder voor alle andere artikelen zowel in de groot- als in de detailhandel.

Bij de keur van 31-01-1721 werd nog uitdrukkelijk verordonneert dat in koffie- en theewinkels uitsluitend met Amsterdams gewicht gewogen diende te worden.

Het Brabants gewicht te Amsterdam; 1 pond = 469,098 gram
In 1502 werd het Keuls gewicht in Amsterdam door het Troois gewicht vervangen. Het Keuls gewicht kon gedurende de periode net vóór en na 1600 onder de naam Brabants gewicht weer een deel van het verloren terrein terugwinnen. Het Brabants gewicht kwam na de val van Antwerpen in 1585, via de zich in Amsterdam vestigende kooplieden uit de Zuidelijke Nederlanden naar Amsterdam. De naam Brabants pond en het handje uit het stadswapen van Antwerpen dat, ter onderscheiding van andere gewichtssoorten, op het Brabants gewicht werd afgeslagen duiden daar op.

Na de val van Antwerpen c.q. de inname van Antwerpen door de Spaanse troepen in 1585, vertrokken veel protestantse en joodse families naar de Noordelijke Nederlanden. Niet alleen rijke handelaren en kooplieden, die zich met name in Amsterdam vestigden, verlieten Antwerpen, maar ook studenten en textielarbeiders kozen voor een leven in ballingschap. De belangrijkste reden om de Zuidelijk Nederlanden te verlaten was wellicht de eis van de overwinnaar Alexander Farnese dat alle inwoners van de stad het katholieke geloof moesten uitdragen. De inwoners die dat niet deden, kregen vier jaar de tijd om zich te bekeren. Weigerden zij dat, dan dienden zij hun spullen te verkopen en de stad te verlaten. Of het geloof voor alle vluchtelingen de reden voor hun vertrek is geweest is moeilijk vast te stellen, ongetwijfeld speelden ook economische motieven daarbij een rol.

Zo is ook in Amsterdam het Keuls gewicht, onder de naam Brabants gewicht, tot de invoering van het metrieke stelsel op 01-01-1820 in ons land, nooit helemaal verdwenen. In Amsterdam was het Keuls gewicht, ten opzichte van de andere gewichtssoorten die daar in gebruik waren, echter wel van ondergeschikte betekenis. De bepalingen van de keur van
30-08-1630 laten daar al geen twijfel over bestaan, maar het kan ook worden afgeleid uit het feit dat van het Brabants gewicht,uitgezonderd een stel standaarden (in 1953 aanwezig in de Technische Hogeschool te Delft), slechts een betrekkelijk klein aantal pijlgewichten bekend is en vrijwel geen enkel gewicht van een andere soort.

In Amsterdam diende men met het Brabants gewicht kwikzilver, cochenille (een rode kleurstof) en zijde “in ’t gros” (in de groothandel) af te wegen.

In andere steden, met name in Haarlem, gebruikte men Brabants gewicht voor garens. In Amsterdam voegde men daarom bij de keur van 14-10-1633 op verzoek van de garentwijnders aan de eerdergenoemde artikelen nog garens toe.

Bij de keur van 29-01-1643 werd het de kammenmakers toegestaan hun werk met Brabants gewicht te wegen en te verhandelen.

Het Brabants gewicht werd te Amsterdam als volgt onderverdeeld;
1 pond = 469,098 gram = 16 ons; 1 ons = 29,319 gram = 2 lood; 1 lood = 14,6595 gram = 10 engels;
1 engels = 1,466 gram = 32 aas; 1 aas = 0,046 gram.

Het Luiks gewicht te Amsterdam; 1 pond = 467,09 gram / 467,10 gram
Met Luiks gewicht, ook een lichte gewichtssoort, mochten Luikse spijkers en andere ijzerwaren worden gewogen.

Het Medicinaal gewicht te Amsterdam; 1 pond = 369,126 gram
Apothekers gebruikten bij de handel in medicamenten ook het Amsterdams gewicht, maar bij de bereiding van recepten echter het medicinaal gewicht. Het medicinale gewicht, dat ook buiten Amsterdam overal door geneeskundigen en apothekers werd gebruikt, is feitelijk het Trooise gewicht echter met een andere onderverdeling dan meestal in de goud- en zilverhandel gebruikelijk was. Het Troois pond dat in de goud- en zilverhandel werd gebruikt kende een onderverdeling in 16 onsen, terwijl het medicinale pond een onderverdeling in 12 onsen kende. Het medicinale pond kende dus volgens Zevenboom een metrieke massawaarde van 492,168 gram/16 x 12 = 369,126 gram.

De onderverdeling van het medicinaal gewicht te Amsterdam
1 pond = 369,126 gram = 12 ons; 1 ons = 30,760 gram = 8 drachme; 1 drachme = 8,203 gram = 3 scrupel;
1 scrupel = 1,282 gram = 20 grein; 1 grein = 0,064 gram.

Het Keuls gewicht te Amsterdam; 1 pond = 467,710 gram
1 Keuls Trooise pond = 467,5 gram.
1 Keuls Trooise mark is 467,5 gram / 2 = 233,75 gram.

Gezien de ordonnantie uit 1475, waarin werd voorgeschreven dat op “onser stede gewychten” c.q. op de Trooise gewichten het stadswapen moest worden gegoten en op het Keuls gewicht niet, en de keur van 30-08-1630, zullen er na 1630 geen Trooise gewichten meer worden aangetroffen waarop het stadswapen was gegoten.

Behalve in Amsterdam handhaafde het Keuls gewicht zich tot de invoering van het metrieke stelsel op 01-01-1820 op tal van plaatsen in ons land, vooral in de kleinhandel, zij het meestal onder een andere naam, als handelsgewicht.
In het bijzonder in de 17e en de 18e eeuw hield de oorspronkelijke naam Keuls gewicht geen stand. Men duidde het Keuls gewicht wel aan met de plaats- of stadsnaam, bijvoorbeeld als Maastrichts gewicht. Sommige steden hanteerden een eigen gewichtseenheid, die weliswaar op het Keuls gewicht teruggreep, maar waaraan men de naam van de stad gaf. Zo sprak men bijvoorbeeld over Haags of Delfts gewicht. Gelijke afstamming sloot plaatselijke massaverschillen echter geenszins uit……!

Vaak werd er, om het Keuls gewicht ter onderscheiding van het zwaardere waag- of negotiegewicht aan te duiden, over “ligt gewicht” of “huisgewicht” gesproken. Zo stond in het verslag van de Eerste Klasse van het Hollands Instituut van
17 Wintermaand 1814 (17-12-1814) aan de Secretaris van Staat voor de Binnenlandse Zaken; “….het ligt gewicht, dat nog bijna overal hier te lande gebruikt wordt, is tastbaar eene verbastering van het Keulsche”.

De “stede gewechten” is geen eigen Amsterdamse gewichtssoort, maar Troois gewicht
Moeten de “stede gewechten” uit de keur van 1471 beschouwd worden als een eigen Amsterdamse gewichtssoort? In zijn verhandeling De gewichten die voor 1820 te Amsterdam werden gebruikt en de ijkmerken die daarop worden aangetroffenstelt K.M.C.Zevenboom de vraag of we de “stede gewechten” uit de keur van 1471 moeten beschouwen als een eigen Amsterdamse gewichtssoort.
Hoewel de tegenstelling die in 1475 wordt gemaakt tussen het Keuls gewicht en “onser stede gewychten” daar volgens K.M.C. Zevenboom weliswaar op zou kunnen wijzen, geeft hij echter aan dat daar bezwaren tegen bestaan en dat het zeer onwaarschijnlijk is dat “onser stede gewychten” identiek zouden zijn aan het sinds de17e eeuw erg bekende Amsterdamse gewicht.
Het 17e-eeuwse Amsterdams pond van 494,090 gram was zwaarder dan het Troois pond van 492,168 gram en kan in zekere zin wel als een specifieke Amsterdamse gewichtssoort gelden.
 
Bij de herinvoering van het Keuls gewicht in 1494 werd tevens bepaald “dat men in der stede waghe onderhouden sal die wichten, die altyts ende tot noch toe geweest hebben”, dat was sinds 1487 het Troois gewicht. In 1502 werd de afschaffing van het Keuls gewicht als volgt beschreven; dat uitsluitend mocht worden gewogen met “zulcke gewichte als men gebruict in der stede waghe, twelck es Troysche gewichte”. Aan de waag was het Troois gewicht dus blijkbaar al vele jaren in gebruik.
De waagmeesters wilden over het algemeen in hun waaggebouw met zwaardere ponden wegen dan de ponden die men in de omgeving gebruikte. Ze hoopten op die manier de bedrijvigheid aan hun waag te bevorderen. Om die reden was de overheid soms genoodzaakt om tegen de willekeurige verzwaring van het waaggewicht op te treden. Zie als voorbeeld het hieronder genoemde plakkaat van Filips II d.d. 23-04-1563.

Het plakkaat van Filips II d.d. 23-04-1563
In een plakkaat van Filips II (1527-1598) d.d. 23-04-1563 “beroerende de Wage van seeckere Steden alhier in Hollandt” wordt vermeld dat men daar van oudsher aan de waag het Keuls gewicht gebruikte, maar dat er al eerder verwarring was ontstaan omdat “eenige hen vervordert hadden haerluyden Gewichten te verswaren boven het Ceuls gewicht, eenige een, twee ofte drie ponden op ’t hondert”. Er waren toen commissarissen gestuurd naar Delft, Leiden, Gouda, Rotterdam, Schiedam, Schoonhoven, Gorcum, Oudewater, Woerden, Vlaardingen en andere plaatsen om de gewichten daar weer aan het Keuls gewicht gelijk te maken. De waagmeesters hadden echter hun gewichten opnieuw verzwaard, en via het genoemde plakkaat werden ze daarom onder bedreiging van boete bevolen om die weer aan het Keuls gewicht gelijk te maken, “daeraf de Leggers ende authentycque Gewichten rustende zyn onder onsen Rentmeester van Noort-Hollandt”.

Vaak was het waaggewicht ook zwaarder dan het in de kleinhandel gebruikte gewicht, maar het was zeker nooit lichter dan dit zogeheten “huisgewicht”. Als de “stede gewechten” uit de keur van 1471 dezelfde massa gehad zouden hebben als de latere Amsterdams gewichten (het pond van 494,090 gram) dan zou in 1487, toen in Amsterdam verordonneerd werd om alleen het Troois gewicht te gebruiken, hebben gegolden;
1
Dat men aan de waag plotseling met een lichter pond (het Trooise pond van 492,168 gram) zou zijn gaan wegen
2
Gesteld dat de verschillende wijzigingen niet voor de waag hebben gegolden en men daar “altyts” Troois gewicht heeft gebruikt, zouden de gewichten in de kleinhandel (de “stede gewechten” van 494,090 gram) soms zwaarder zijn geweest dan aan de waag (het Trooise pond van 492,168 gram).
Zowel punt 1 als punt 2 is in strijd met hetgeen hiervoor is opgemerkt.

Er is nog een andere reden waarom het onwaarschijnlijk is dat Amsterdam rond 1500 een eigen gewicht zou hebben gekend. Het bezit van een eigen gewicht was immers slechts weggelegd voor een stad die veel belangrijker was dan de omliggende steden, met andere woorden voor een stad die een sterkere invloed op haar omgeving uitoefende dan zij zelf van die omgeving ondervond. Een dergelijke positie nam Amsterdam aan het eind van de 15e eeuw zeker nog niet in.

Conclusie; met de “stede gewechten” wordt het Troois gewicht bedoeld
Om de genoemde redenen lijkt het verreweg het waarschijnlijkst dat met de “stede gewechten” het Troois gewicht wordt bedoeld. Dan is ook te begrijpen dat volgens de ordonnantie uit 1475 op “onser stede gewychten” het stadswapen moest worden gegoten en op het Keuls gewicht niet, terwijl volgens de keur van 1487, toen in Amsterdam werd verordonneert om alleen het Troois gewicht te gebruiken, het op de Trooise gewichten gegoten stadswapen geen verwarring kon veroorzaken. In de opeenvolgende keuren c.q. ordonnanties uit de periode net vóór 1500 komt de strijd tot uiting tussen het Keuls gewicht en het steeds meer terrein winnende Troois gewicht.

De ordonnantie uit 1475 schreef voor dat op “onser stede gewychten” c.q. op de Trooise gewichten het stadswapen moest worden gegoten en op het Keuls gewicht niet. Tot de keur van 30-08-1630 werd op de Trooise gewichten het Amsterdamse stadswapen aangebracht, na de keur van 30-08-1630 zullen er geen Trooise gewichten meer worden aangetroffen waarop het stadswapen was gegoten of afgeslagen. 

Foto: Webmuseum goudenzilverweging.nl