Andere objecten

16 pond / Zeeuwse Dormant uit 1612 collectie DNB
600 guldens van 20 stuiver met de zak collectie W
300 Friese florijnen van 28 stuiver particuliere collectie
1000 ruiterschellingen van 5 1/2 stuiver particuliere collectie
70 gouden dukaten collectie DNB
8 zilveren rijders collectie DNB
50 mark krukgewicht collectie DNB
50 mark krukgewicht collectie W
8 mark krukgewicht collectie W
6 mark krukgewicht collectie W
4 mark krukgewicht uit Utrecht collectie W
4 mark krukgewicht collectie W
2 mark krukgewicht collectie W
1 mark krukgewicht collectie W
1/4 mark krukgewicht collectie W
1 Keuls Trooise mark krukgewicht collectie W
1/2 Keuls Trooise mark krukgewicht collectie W
1 mark blokgewicht collectie W
2 Gents ons dubbelconisch blokgewicht met vuurslag collectie W
2 denier particuliere collectie
1/8 pond Leeuwarden of 1/8 Troois pond collectie W
2 Troois pond sluitgewicht S.G. Nagel collectie W
1 Troois pond sluitgewicht S.G. Nagel collectie W
16 Troois lood sluitgewicht P.J. le Cointe collectie W
8 Troois lood sluitgewicht J. l’Admiral collectie W
½ kati krukgewicht / slaper van de stad Batavia collectie W
2 engels vervaardigd door Abraham Groengraft collectie W
Bijzonder gewicht van 4 engels vervaardigd door Jacob l’Admiral collectie W
4 engels vervaardigd door Jacob l’Admiral collectie W
4 engels vervaardigd door Jacob l’Admiral collectie W
3 engels vervaardigd door Jacob l’Admiral collectie W
2 engels vervaardigd door Jacob l’Admiral collectie W
4 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
3 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
3 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
2 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
1 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
1/2 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
1/2 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
1/2 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
1/4 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
4 engels vervaardigd door Stephanus Gerardus Nagel collectie W
3 engels vervaardigd door Stephanus Gerardus Nagel collectie W
3 engels vervaardigd door Stephanus Gerardus Nagel collectie W
2 engels vervaardigd door Stephanus Gerardus Nagel collectie W
1 engels vervaardigd door Stephanus Gerardus Nagel collectie W
1/2 engels vervaardigd door Stephanus Gerardus Nagel collectie W
4 engels vervaardigd door Theodorus Antonius Nagel collectie W
3 engels vervaardigd door Theodorus Antonius Nagel collectie W
2 engels vervaardigd door Theodorus Antonius Nagel collectie W
1/2 engels vervaardigd door Theodorus Antonius Nagel collectie W
3 engels vervaardigd door Gerrit Mathijsz Man collectie W
2 engels met het opschrift 2 ENG / Franse of Trooise lelie collectie W
1 engels met het opschrift 1 EN / Franse of Trooise lelie collectie W
10, 9, 8, 7, 5, 4 en 3 engels vervaardigd en geijkt door F.J. de Batist collectie W
3, 2 en 1 engels vervaardigd en geijkt door Jacques Delmotte collectie W
5 engels geijkt door Wolschot collectie W
5 engels vervaardigd door Jacobus Franciscus Wolschot collectie W
3 engels met drie Franse of Trooise lelies collectie W
1 Troois lood met cijfer I en één Franse of Trooise lelie collectie W
3 engels met drie Franse of Trooise lelies collectie W
5 engels vervaardigd door Laurens Constant particuliere collectie
4 engels uit de Zuidelijke Nederlanden particuliere collectie
3 engels vervaardigd door Paulus Dorsman particuliere collectie
5 aas afkomstig uit Luik collectie W
Spanen doosje met Hollands Trooise azen uit de Noordelijke Nederlanden collectie W

4 mark krukgewicht uit Utrecht collectie W

Type gewicht
Krukgewicht
Gebruik van het gewicht
Troois gewicht ten behoeve van goud- en zilverweging
Gieter/fabrikant
Onbekend
Opschriften
Aan één zijde van de kruk is op de kraag afgeslagen: 4 MARK
Het cijfer 4 staat voor 4 Troois mark
Door de letter M van MARK is het merk van de Utrechtse ijkmeester Augustijn van Sompeke of Augustijn Sompe afgeslagen

Aan de andere zijde van de kruk is op de kraag het cijfer 4, het wapen van de stad Utrecht en een eenvoudig gestileerde Franse of Trooise lelie afgeslagen
Berekende massa
4 mark = 4 x 246,083860000 = 984,335440000 gram
Gewogen massa
989,2 gram
De overschrijding van de berekende massa wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat het gewicht in de onderzijde veelvuldig met lood is gejusteerd c.q. verzwaard
IJkmerken
Aan één zijde van de kruk op de kraag, het wapen van de stad Utrecht en een eenvoudig gestileerde Franse of Trooise lelie
In Utrecht werden gewichten geijkt met het stadswapen

Met de eenvoudig gestileerde Franse of Trooise lelie wordt aangegeven dat we te maken hebben met een Troois gewicht ten behoeve van goud- en zilverweging
Eerste ijk
n.v.t., tenminste geen jaartal, wel het wapen van de stad Utrecht en de Franse of Trooise lelie
Laatste ijk
n.v.t., tenminste geen jaartal, wel het wapen van de stad Utrecht en de Franse of Trooise lelie
Aantal keer geijkt
1 x
IJkmeester
Aan één kant van de kruk is op de kraag, door de letter M van MARK, het merk van de Utrechtse ijkmeester van de ellen, maten en gewichten Augustijn van Sompeke of Augustijn Sompe afgeslagen
Het merk van deze ijkmeester was tot 11-03-2017 nog niet bekend!

Optie 1
Het boek 2000 jaar gewichten in de Nederlanden spreekt op blz. 76 over Augustijn van Sompeke
Hij werd benoemd op 11-01-1627, “op een pacht van vijftich gulden jearlijcx”
Ook zijn opvolgers werden op diezelfde voorwaarde benoemd
Van Sompeke was goud- en zilversmid
Tot wanneer van Sompeke zijn ambt heeft bekleed is onbekend, echter zijn opvolger, Roeloff van Cuylenborch, werd in 1633 benoemd
Op basis van dat gegeven zou de conclusie luiden dat van Sompeke het ambt van ijkmeester vanaf 1627-1633, dus maximaal slechts 6 of 7 jaar, uitoefende

Optie 2
Het boek 18 eeuwen Meten en wegen in de Lage Landen spreekt op blz. 167 over Augustijn Sompe, die zijn ambt uitgeoefend zou hebben van 1627-1673 en ook goud- en zilversmid was
Als bron wordt op blz. 374 onder no. 69 opgegeven; Enquête van de Landdrost van het Departement Utrecht, (1809) Nationaal Archief IBR 463

De beide in Optie 1 en 2 genoemde boeken baseren zich klaarblijkelijk op verschillende bronnen met als gevolg dat niet alleen de naam van de ijkmeester anders worden geschreven maar dat ook de vermelde ambtsperiode verschilt
Uit de in de beide boeken vermelde ambtsperiodes van de overige Utrechtse ijkmeesters van de ellen, maten en gewichten blijkt dat die ijkmeesters elkaar steeds achtereenvolgend opvolgden, zonder dat er gedurende een bepaalde periode, tegelijkertijd, voor dezelfde taak meerdere ijkmeesters in functie waren
Om die reden is ijkmeester van Sompeke of Sompe dan ook hoogstwaarschijnlijk in 1633 opgevolgd door Roeloff van Cuylenborch of Roeloff van Cuijlenborg, de beide genoemde boeken vermelde ook hier een andere schrijfwijze van de naam
Vermoedelijk heeft de bron van 18 eeuwen Meten en wegen in de Lage Landen en/of de schrijver van dat boek abusievelijk voor 1633 het jaartal 1673 gelezen

Het was overigens niet ongebruikelijk dat er gedurende een bepaalde periode tegelijkertijd voor dezelfde taak meerdere ijkmeesters in functie waren of dat een ijkmeester werd afgewisseld door een andere en later weer dezelfde functie ging uitoefenen
Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat van Sompeke of Sompe na 1633 zijn ambt uitoefende en al zeker niet continu tot 1673
De vermoedelijke conclusie luidt dan ook dat Augustijn van Sompeke of Sompe het ambt van ijkmeester vanaf 1627-1633, dus maximaal slechts 6 of 7 jaar, uitoefende

Het merk van Augustijn van Sompeke of Sompe
Het merk van ijkmeester Augustijn van Sompeke of Sompe is het paard van Sint Maarten, met daaronder de letters AS, afgeslagen in een rechthoekig stempelveld met afgesnoten hoeken
Waarom in zijn merk het paard van Sint Maarten is afgebeeld wordt hieronder nader toegelicht

Vóór 1528 was de oude stadsbanier van Utrecht van links boven naar rechts onder in twee delen doorsneden, het bovenste gedeelte was wit, het onderste rood
In het bovenste, witte gedeelte was toen nog de schutspatroon van de stad Utrecht, Sint Maarten of Sint Martinus te paard samen met een bedelaar, afgebeeld
Volgens één van de vele legenden die over Sint Maarten bestaan zou hij zittend op een paard, met zijn zwaard zijn rode mantel in tweeën hebben gesneden en de helft aan een naakte bedelaar hebben toegeworpen
Vanwege het feit dat Sint Maarten de schutspatroon van de stad was werden de Utrechtse bisschoppen wel Sint Maartens-mannen genoemd, terwijl de mindere geestelijkheid en de aanzienlijke burgerij als dienstmannen of dienstknechten van Sint Maarten werden betiteld

In 1528 moest bisschop Hendrik van Beieren het wereldlijk gezag over het oude Sticht van Utrecht aan keizer Karel V afstaan, op bevel van Karel V werd vanaf toen alles wat aan de heerschappij van de bisschop herinnerde verwijderd

Het Utrechtse stadswapen is een, van de heraldisch rechter bovenhoek naar de linker benedenhoek, ofwel een van links boven naar rechts onder, schuin doorsneden schild, waarvan het bovenste gedeelte van zilver en het onderste gedeelte van keel (rood) is
Het stadswapen is gelieerd aan de oude stadsbanier, waarop in het bovenste witte veld de schutspatroon van de stad, Sint Maarten te paard samen met een bedelaar, te zien was
Vóór 1528 was Sint Maarten ook in het bovenste zilveren veld van het stadswapen afgebeeld
Sinds 1528, toen Karel V alles wat aan de heerschappij van de bisschop herinnerde liet verwijderen, bestaat het stadswapen uit enkel twee lege velden zonder wapenstukken
Het onderste rode gedeelte stond toen, en nu nog, symbool voor de halve rode mantel van Sint Maarten, als symbool van de barmhartigheid, de Christelijke milddadigheid of goedgeefsheid en de liefde
Op de stedelijke munten kwam het stadswapen overigens al sinds 1477, waarschijnlijk als uiting van verzet tegen de usurpaties (wederrechtelijke inbezitnemingen) van de Bisschop David van Bourgondië, in die vorm voor
Bijzonderheden
De diameter van de kraag van het gewicht, net onder de kruk, is iets groter dan de bovenzijde van het gewichtlichaam, net onder de kraag
Het gewichtlichaam loopt naar de bovenkant iets taps toe

Op het gewichtlichaam zijn de volgende sierringen aangebracht:
* Drie dubbele sierringen in de bovenkant
* Drie dubbele sierringen in het midden
* Drie dubbele sierringen in de onderkant

De justering
In de onderkant zijn vele, zowel grote als kleine, ronde, loden justeringen aangebracht
Verder is een groot deel van de onderzijde van het gewicht met lood gejusteerd

De Utrechtse Ordonnantie op het IJkambt van ellen, gewichten en maten d.d. 10-01-1627, aangevuld c.q. uitgebreid d.d. 19 februari 1638, vermeldt een aantal voorschriften over het ijken van Trooise gewichten, deze worden in de hieronder genoemde artikelen weergegeven

Ordonnantie op het Yckampt van Ellen, Gewichten, en Maaten, den 10 Januar MDCXXVII; geamplieert den 19 Februar MDCXXXVIII

Noot
Amplieren is aanvullen, uitbreiden, MDCXXVII = 1627, MDCXXXVIII = 1638

Artikel I
In den eersten, dat de Troysche wigten die de goud- ende silversmeeden gebruyken, te licht bevonden zynde, met geen loot, ofte tin en zullen mogen worden verswaart, maar met koper in de wicht moeten geriveert worden.

Noot
In het boek 2000 jaar gewichten in de Nederlanden wordt dat op blz. 75 en 76 omschreven als;
Trooise gewichten “die de goud- ende silversmeeden gebruyken” mochten niet met lood of tin worden verzwaard, ze moesten worden gejusteerd “met koper in de wicht”
Het woord geriveert wordt hier vertaald als gejusteerd, echter riveren betekent letterlijk omklinken, met geklonken werk omsluiten, omslaan, nieten
Dat te lichte Trooise gewichten “met geen loot, ofte tin en zullen mogen worden verswaart, maar met koper in de wicht moeten geriveert worden” betekent dus feitelijk dat te lichte Trooise gewichten niet uitsluitend met lood of tin mochten worden verzwaard, maar dat ze gejusteerd moesten worden met lood of tin dat met koper in het gewicht omklonken c.q. omsloten moest worden
Een gewicht justeren door middel van alleen het vastklinken van koper in het gewicht zou niet het gewenste resultaat opleveren, want op die manier kan een gewicht niet verzwaard worden

Artikel II
Aangaande het Engelsch gewicht, als dat te licht word bevonden, en sal niet gelapt mogen worden, maar moeten in stucken gesneeden zijn.

Noot
Met te licht “Engelsch gewicht” worden de kleine Trooise gewichten bedoeld, die mochten “niet gelapt” ofwel gejusteerd worden, maar dienden in stukken gesneden c.q. vernietigd te worden

Artikel IV
Item, alle sware gewichten, die ringen, of handvaten hebben, en sullen niet verswaart worden, met gebogen loot om deselve ringen, of handvaten, maar op wigten gegoten.

Noot
Het gaat hier waarschijnlijk niet om Trooise koperen/bronzen gewichten maar om ijzeren, zogeheten loodkraaggewichten.

Artikel VII
Dat de yckinge van de maten, ende Keulsche gewigten gedaan sal worden jaarlycx, terstont na Nieuw-jaar, ook van de wichten, en maaten tot Vreeswyk, alias de Vaart, daar van aldaar dan publicatie sal worden gedaan, ende van de Troysche, ofte goudsmeden gewichten binnen veertien dagen, na Lichtmisse.

Noot
Maria-Lichtmis of kortweg Lichtmis is een christelijk feest dat op 2 februari gevierd wordt.

Het ijkmerk
Gewichten werden in Utrecht geijkt met het stadswapen; een van links boven naar rechts onder doorsneden schild

De ijkmeester
Augustijn van Sompeke of Sompe werd op 11-01-1627, een dag na de afkondiging van de Ordonnantie van 10-01-1627, benoemd
Het gewicht werd wel door hem geijkt, dit ondanks het feit dat de justering niet voldoet aan de in de Ordonnantie d.d. 10-01-1627 gestelde eisen
Het gewicht is immers niet gejusteerd met lood of tin dat met koper in het gewicht omklonken c.q. omsloten is, maar het is in de onderzijde veelvuldig met uitsluitend lood gejusteerd

Het gewicht is vermoedelijk al lange tijd vóór de afkondiging van de Utrechtse Ordonnantie d.d. 10-01-1627 in gebruik geweest en met lood gejusteerd
Waarschijnlijk heeft ijkmeester van Sompeke of Sompe het gewicht nog geijkt kort na de afkondiging van de Ordonnantie op 10-01-1627 en zijn benoeming op 11-01-1627
Het is niet aannemelijk dat het gewicht, gezien de in de Ordonnantie d.d. 10-01-1627 gestelde eis met betrekking tot de justering en nadat van Sompeke of Sompe op 11-01-1627 was benoemd, nog lang in gebruik is geweest
Het zal kort na de publicatie van de Ordonnantie d.d. 10-01-1627 ongetwijfeld niet meer gebruikt zijn

De weerstand die de ijk- en justeermeesters-generaal in Utrecht ondervonden
Het gewicht werd, vermoedelijk in 1627, door de Utrechtse ijkmeester Augustijn van Sompeke of Augustijn Sompe geijkt
In 1627 was Gerrit Geens de op 11-12-1621 door de Staten van Holland benoemde ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht over het gehele gewest Holland en West-Friesland
Geens oefende zijn functie van 1621 tot 1658 dus uitsluitend in Holland en West-Friesland uit, en werd niet aangesteld over de gehele Unie c.q. de geünieerde Zeven Provinciën
Dit gewicht werd dan ook niet gejusteerd en geijkt door de in Utrecht niet bevoegde Gerrit Geens, maar om die reden door de plaatselijke, Utrechtse ijkmeester Augustijn van Sompeke of Augustijn Sompe
Op 25-03-2017 vroeg de conservator van het Webmuseum goudenzilverweging.nl aan twee gerenommeerde verzamelaars van de Gewichten en Maten Verzamelaars Vereniging of ze ooit een Troois gewicht waren tegengekomen dat niet door een ijk- en justeermeester-generaal maar door een plaatselijke ijker was geijkt
Dat was in hun rijke, decennialange verzamelaarleven nog nooit gebeurd en maakt dit gewicht daarom uniek en uiterst zeldzaam

Van alle ijk- en justeermeesters-generaal van de Trooise gewichten werd overigens alleen Jacob l’Admiral, in functie van 1745 tot 1770, over de gehele Unie aangesteld
Hij werd op 10-03-1745 door de Staten van Holland benoemd tot ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht over het gehele gewest Holland en West-Friesland
Alleen hij kreeg, om meer eenheid te waarborgen, op 01-05-1750 van de Staten-Generaal ook nog de aanstelling tot “Ykmeester of Justeermeester-Generaal van de kleine Yk- of Troische Gewigten over de Geheele Unie” c.q. de geünieerde Zeven Provinciën

Jacob l’Admiral had zijn aanstelling over de gehele Unie waarschijnlijk mede te danken aan de “ongelijkwigtigheid” van de gouden dukaten die de verschillen Munthuizen van de Republiek toen produceerden en aan de “inaccuraatheijd” van de algemeen in gebruik zijnde goud- of muntgewichten

Vóór hem oefenden de ijk- en justeermeesters-generaal hun functie uitsluitend in Holland en West-Friesland uit, maar l’Admiral verkreeg op 01-05-1750 het recht om alle zilversmeden in de Zeven Provinciën te bezoeken en de balansschalen en gewichten te controleren en te ijken
Op 01-05-1750 werd door de Staten-Generaal ook zijn instructie vastgesteld, die tevens de definitieve bepaling van zijn salaris inhield en waarin werd vastgesteld dat de herijkperiode voor de Trooise gewichten op 3 jaar werd gesteld

Jacob l’Admiral ondervond buiten Holland bij de uitoefening van zijn ambt echter weinig medewerking, om die reden werden zijn opvolgers niet meer over de gehele Unie aangesteld, maar oefenden zij hun functie weer uitsluitend in Holland en West-Friesland uit

Saillant detail is in dit kader dat Jacob l’Admiral bij de uitoefening van zijn werkzaamheden niet alleen in de gehele Unie, maar met name in Utrecht, veel weerstand ondervond
Hij richtte zich in een brief van 08-10-1752 tot de stedelijke regering met de mededeling dat hij diezelfde week Utrecht zou bezoeken om daar de “goud en andere Troysche gewigten en schaalen” te ijken
De Utrechtse gecommitteerden tot de ijk brachten na overleg met het goud- en zilversmedengilde rapport uit
De dekens van het gilde hadden geen bezwaar tegen de komst van l’Admiral, ze boden hem zelfs aan om voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden hun gildekamer te gebruiken “mits dan bevrijdt te zijn van ’t jaarlijks ijcken bij Geelkerken”
Met Geelkerken werd Theodorus van Geelkerken bedoeld, hij was tussen 1730 en 1778 de Utrechtse ijkmeester

Bij publicatie van 08-11-1752 werd zijn komst op 15 en 16-11-1752 bekend gemaakt
Op verzoek van de dekens van het goud- en zilversmedengilde werd van Geelkerken op 01-05-1763 echter door de vroedschap, het bestuurscollege van Utrecht, opnieuw gemachtigd om de Trooise gewichten te ijken
Hoewel l’Admiral de verplichting had om eenmaal per drie jaar de Trooise gewichten te komen ijken, de herijkperiode voor de Trooise gewichten was in zijn instructie van 01-05-1750 immers op 3 jaar vastgesteld, was hij in 1763 al zeven jaar niet meer in Utrecht geweest
Jacob l’Admiral diende bij de Staten-Generaal, naast een klacht over een aantal andere zaken, ook een klacht in over van Geelkerken’s vernieuwde machtiging om de Trooise gewichten te ijken
De Staten-Generaal correspondeerden daarover met de Staten van Utrecht en op 06-08-1766 werd de kwestie in een vergadering van de Staten van Utrecht besproken
Via de vroedschap werden de gecommitteerden tot de ijk vervolgens over de kwestie geïnformeerd, en het door de gecommitteerden tot de ijk uitgebrachte rapport viel voor l’Admiral ongunstig uit
Dat rapport werd aan de burgemeester overhandigd om het in de vergadering van de Staten van Utrecht te kunnen gebruiken

De opvolger van Jacob l’Admiral was Pieter Jacob le Cointe, hij was van 1770-1781 de ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht over het gehele gewest Holland en West-Friesland, en dus niet meer over de gehele Unie
Toen Pieter Jacob le Cointe later aan de Staten van Utrecht verzocht om ook over Utrecht met het ambt van ijk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht te worden begunstigd, werd dat verzoek afgewezen
De afwijzing werd als volgt beargumenteerd; “vermids de ondervinding geleerd heeft, dat ’t zelve ampt, wanneer door een persoon buiten de stad woonachtig, bekleed is, zeer slecht waargenoomen word, en de stad daar en boven thans nog van een eykmeester voorzien is, die zijn pligt zedert veele jaren met getrouwigheid, ijver en kundigheid heeft waargenomen”.

De eerlijkheid gebied te vermelden dat de taak die l’Admiral in 1750 als ijk- en justeermeester-generaal voor de gehele Unie werd opgedragen, feitelijk voor één persoon onuitvoerbaar was
Op zijn verzoek besloten de Staten-Generaal in 1758 dan ook de tekst van het tweede artikel van zijn instructie te wijzigen
Daarna hoefde l’Admiral niet meer zelf alle steden en plaatsen te bezoeken, maar enkel nog de grotere steden, de inwoners van nabij gelegen kleinere plaatsen mocht hij via een advertentie oproepen om bij hem langs te komen om hun gewichten en (balans)schalen te laten ijken

Overigens blijkt ook uit de stadspublicaties van Haarlem dat de ijk- en justeermeester-generaal van “de kleine Yk- of Troische Gewigten” weliswaar met enige regelmaat, maar zeker niet exact elke drie jaar, zitting hield in de kamer van het lokale goud- en zilversmedengilde
Het stadsbestuur vaardigde vlak voor een dergelijke zitting een ordonnantie uit, waarbij de bezitters van de gewichten voor goud- en zilverweging werden gesommeerd daar, op de in de ordonnantie genoemde dagen, te verschijnen om hun gewichten en (balans)schalen te laten ijken
Inventarisnummer
n.v.t. / Collectie W
Foto's
Webmuseum goudenzilverweging.nl