Andere onderwerpen

Goud
Goud en geld; transport en opslag
In 2016 maakt DNB plannen voor “Uitplaatsing van het waardegebied”
De Koninklijke Nederlandse Munt N.V. niet meer Nederlands!
Zilver
Goud en zilver 1; het toetsen
Goud en zilver 2; het keuren, de Waarborgwet 1986
Goud en zilver 3; de geschiedenis van de Waarborg en de Waarborgwet
Goud en zilver 4; het belang van goud en zilver in het handelsverkeer
Edelstenen
Edelstenen; diamant
Parels
Literatuur over goud- en zilverweging in Nederland d.d. 22-05-2018
Archimedes en goud- en zilverweging
Overzicht ijk- en justeermeesters-generaal van het Troois gewicht in de Nederlanden
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenaert van de(r) Gheere (III)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenard of Lenaert van de(r) Gheere (IV)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Gerrit G(h)eens of Gérard Guens (II)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Roelof Woutersz van der Schure
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Johannes Andries Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Abraham Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Jacob l’Admiral
Instructie voor Jacob l’Admiral d.d. 1 mei 1750
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Pieter Jacob le Cointe
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Stephanus Gerardus Nagel
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Theodorus Antonius Nagel
De jaarletters van de ijk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
Ordonnantie op ’t Troys of Swaer Gewichte Groningen 1701 collectie W
Troois gewicht 1; het ontstaan, de oorsprong, van het Frans en het Hollands Troois gewicht
Troois gewicht 2; de ontwikkeling van het Hollands Troois, het Keuls en het Brabants gewicht in Amsterdam
Troois gewicht 3; de ontwikkeling van het Hollands Troois gewicht in de Nederlanden
Troois gewicht 4; de Trooise gewichten
Troois gewicht 4a; Waarom zou men azen snoeien?
Troois gewicht 5; het gebruik van Trooise gewichten tijdens de Franse overheersing (1810-1813)
Troois gewicht 6; het Groot Pijlgewicht; de Franse dormant
Troois gewicht 7; de oude Hollandse dormant van 4 mark uit 1510
Troois gewicht 7a; Welke Nederlandse dormant werd in 1529 met het Groot Pijlgewicht geverifieerd?
De Nederlandse ijkmerken vanaf 1820-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870
Metriek gewicht 1; Wet 21-08-1816 S34, het metrieke stelsel
Metriek gewicht 2; Besluit 29-03-1817 S15, vaststelling van benamingen
Metriek gewicht 3; Besluit 30-11-1817 S31, toepassing wet 21-08-1816 op het medicinaal gewicht
Metriek gewicht 3a; Besluit 21-10-1819 S52; regeling medicinaal gewicht
Metriek gewicht 4; Besluit 06-03-1819 S8, invoering van het metrieke stelsel
Metriek gewicht 5; Besluit 08-06-1819 S37, gedaante, stof en samenstelling gewichten
Metriek gewicht 6; Besluit 28-09-1819 S49, eerste uitgifte, verificatie en ijking gewichten
Metriek gewicht 7; Besluit 18-12-1819 S58, invoering nieuwe gewichten
Metriek gewicht 8; Besluit 08-11-1820 S24, tijdstip verplicht gebruik nieuwe gewichten
Metriek gewicht 9; Besluit 20-12-1821 S24, instructie ijkers m.b.t. goud- en zilverweging
Metriek gewicht 10; Besluit 18-12-1822 S52, verbod afgeschafte gewichten
Metriek gewicht 11; Besluit 16-08-1823 S32, benamingen in officiële stukken
Metriek gewicht 12; Besluit 03-04-1826 S16, verdere invoering van het eenvormig stelsel van maten en gewichten
Metriek gewicht 13; Besluit 30-03-1827 S13, nadere bepalingen op de jaarlijkse herijk
Metriek gewicht 14; Besluit 02-04-1829 S6, tegengaan misbruiken betreffende nieuwe gewichten
Metriek gewicht 15; Besluit 26-01-1839 S3, nieuwe indeling ressorten arrondissementsijkers
Metriek gewicht 16; Besluit 12-04-1839 S13, over de nieuwe standaarden
Metriek gewicht 17; Besluit 11-12-1842 S25, op 01-01-1843 vervallen Belgische wetten in Limburg
Metriek gewicht 18; Besluit 30-08-1843 S11, over de examens van de arrondissementsijkers
Metriek gewicht 19; Aanwijzing arresten van de Hoge Raad
Dispositie van 30-01-1823 over het gebruik van de nieuwe gewichten in de goud- en zilverhandel collectie W
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1870-1912
Metriek gewicht 20a; Wet 07-04-1869 S57, H I. Van maten, gewichten enz., art. 1-13
Metriek gewicht 20b; Wet 07-04-1869 S57, H II. Van de ijk, art. 14-21
Metriek gewicht 20c; Wet 07-04-1869 S57, H III. Van het toezicht, art. 22-27
Metriek gewicht 20d; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk IV. Strafbepalingen, art. 28-36
Metriek gewicht 20e; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen, art. 37-44
Metriek gewicht 20f; Besluit 09-11-1869 S167, over de ijkmerken
Metriek gewicht 20g; Besluit 18-11-1870 S178, IJkwet 1869 S57 is van toepassing op medicinale gewichten
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1912-1919
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1919-1941
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-1949
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1949-heden
Het verschil tussen massa en gewicht
De oorsprong van het karaat; de Ceratoniazaden
Het verschil tussen de bankgulden van de Amsterdamse Wisselbank en de courante gulden
De gouden, zilveren en de dubbele standaard
De gouden, zilveren en dubbele standaard in Nederland; 1816-1936
Het systeem van Bretton Woods (1944)
De eerste goudzending die in de oorlogsjaren1914-1918 vanuit Engeland door DNB werd ingevoerd
De gelijkarmige balans en haar benamingen
Paulus Dorsman; meester balansenmaker
De Generaliteits- of Statenleeuw in de Hollandse tuin op de balans van Paulus Dorsman uit 1742
De ijk van weegwerktuigen in Nederland
Het schoonmaken van ijzeren balansen
Het verantwoord schoonmaken van bronzen en messing gewichten

Edelstenen; diamant

Diamant
Diamant is zuiver gekristalliseerde koolstof die niet alleen als delfstof wordt aangetroffen maar sinds de 20e eeuw ook synthetisch gefabriceerd kan worden. Diamant is voor zover bekend het hardste in de natuur voorkomende materiaal en is dan ook het ijkpunt voor hardheid 10 op de hardheidsschaal van Mohs. In 2012 waren er slechts twee eveneens uit zuivere koolstof opgebouwde en industrieel vervaardigde materialen bekend die harder dan diamant waren.

Diamanten werden gevormd doordat de koolstof waaruit ze bestaan, miljarden jaren geleden op een diepte tussen 140 en 300 kilometer in de aardmantel, onder grote druk en hitte werd samengeperst en gekristalliseerd. Ze worden spaarzaam en op bepaalde plaatsen ter wereld door middel van het magma (het vloeibare gesteente dat zich onder het aardoppervlak bevindt) van explosieve vulkanen naar het aardoppervlak gebracht. Dat gebeurt via de zogeheten kimberlietpijpen waarmee het kimberliet, genoemd naar de plaats Kimberley in Zuid-Afrika, naar het aardoppervlak wordt gebracht. Kimberliet is het kenmerkend blauw gekleurde vulkanisch gesteente c.q. het gestolde magma dat eens diep in de aarde te vinden was.
Behalve in kimberlietpijpen en hun directe omgeving komen diamanten ook voor in alluviale afzettingen. In India was de delta van de Krishna rivier van oudsher de vindplaats van alluviale diamanten. Alluviale diamant wordt ook gevonden in het kustgebied van Namibië en in het aansluitende kustgebied van Zuid-Afrika. In die voor onbevoegden afgesloten gebieden komt diamant voor in een zandlaag enige meters onder de oppervlakte. Een deel van de diamant spoelt ook wel de Atlantische Oceaan in en wordt daar door diamantvissers gewonnen. Zij werken onder licentie van de firma De Beers.

Cecil Rhodes richtte in 1888 de firma De Beers op om de diamanthandel te controleren. De Beers S.A. is nu een groot diamantbedrijf dat vrijwel een wereldmonopolie op diamant bezit. Ook landen van de voormalige Sovjet-Unie zijn inmiddels belangrijke diamantproducenten geworden. Het bedrijf Alrosa uit de Russische deelrepubliek Jakoetië is het tweede bedrijf dat 20% van de wereldproductie in handen heeft. In Australië is Rio Tinto met de Argylemijn in het gebied Kimberley de grootste producent van gekleurde diamanten. De voornaamste diamant producerende landen zijn Australië, Zaïre, Botswana en Rusland, Zuid Afrika komt op de vijfde plaats. In de loop van de geschiedenis is er in totaal slechts 500 ton diamant gewonnen.

Een diamantvoorkomen is pas economisch winbaar als er tenminste 1 karaat diamant van edelsteenkwaliteit per ton gesteente aanwezig is. Het delven van diamant is namelijk, ondanks alle moderne technieken, nog altijd zeer gecompliceerd. Naast zijn zeldzaamheid bepaalt dit de hoge waarde van de diamant, er moet gemiddeld immers iets meer dan zes ton ruw gesteente verwerkt worden om één gram ruwe diamant te winnen. In de jaren negentig van de 20e eeuw was er een diamond rush in Noord-Canada na de ontdekking van een kimberlietpijp met economisch winbare diamant in Lac de Gras in 1991. Deze kimberlietpijp wordt nu geëxploiteerd door BHP-Billiton, het mijnbouwbedrijf dat in 2001 ontstond door de fusie tussen het Australische Broken Hill Proprietaryen het Britse Billiton.

Slechts 15 tot 20 procent van de gevonden diamanten is geschikt om in een sieraad te verwerken. Naast edelsteenkwaliteit levert een diamantvoorkomen in de praktijk een veelvoud van de edelsteenkwaliteit aan lage kwaliteit diamant. Deze diamant vindt zijn weg als industriële diamant. Van de jaarlijks gewonnen diamant is ongeveer 80% industriële diamant.
Naast de op natuurlijke wijze gewonnen industriële diamant wordt er, vanwege zijn extreme hardheid, jaarlijks nog eens ongeveer viermaal zoveel synthetische diamant voor industrieel gebruik geproduceerd. Circa 90% van alle diamantslijppoeder is tegenwoordig synthetisch. Het overgrote deel van de synthetische diamanten wordt nog onder hoge druk vervaardigd, echter een groeiend aandeel wordt geproduceerd door middel van opdamping bij lage druk. De kleine kristallen die deze techniek oplevert, vinden hun toepassing als ultraharde coating bij de fabricage van voorgevormd gereedschap.
Onderzoekers van het Carnegie Institution of Washington ontdekten in 2004 een procedé waarmee binnen 24 uur diamant gesynthetiseerd kan worden dat meer dan 50% harder is dan natuurlijk diamant. Synthetische diamant wordt in de industrie onder meer gebruikt voor slijpen, boren, snijden, polijsten en draadtrekken. Synthetische diamant valt overigens alleen in een laboratorium van natuurlijke diamant te onderscheiden.

Geschiedenis van de diamant
In 2500 voor Christus zouden de Chinezen al diamant gebruikt hebben om edelstenen te polijsten. Rond die tijd zouden in India al diamanten als sieraad gedragen zijn en ook de Bijbel vermeldt diamant. In Europa werden diamanten gedurende de 6e tot de 5e eeuw voor christus bekend.

Het moderne diamantslijpen door middel van een gietijzeren draaischijf, diamantpoeder en olijfolie werd in 1456 uitgevonden door Lodewijk van Berken uit Brugge. Dat vormde het begin van de diamantnijverheid te Brugge. Na de verzanding van het Zwin eind 15e eeuw verplaatste niet alleen de havenactiviteit, maar ook de diamantnijverheid zich naar Antwerpen. Na de val van Antwerpen in 1585 vluchtten veel gegoede Antwerpenaren voor de Inquisitie naar Amsterdam. Dat feit markeerde het begin van de diamantnijverheid daar.
In de 17e eeuw bracht de Franse ontdekkingsreiziger Jean Baptiste Tavernier grote diamanten mee uit India en beschreef de diamantwinning daar. Tot de 18e eeuw werden diamanten alleen in India gedolven. Hier komen ook de bekendste diamanten uit de geschiedenis vandaan.
In 1714 werden in Brazilië diamanten ontdekt. Erasmus Jacobs vond in 1866 nabij de Oranjerievier de eerste diamant in Zuid-Afrika; de zogeheten Eureka. Kort daarop werd ook diamant gevonden in Kimberley. In de 20e eeuw werden belangrijke diamantvoorraden ontdekt in Siberië, Canada en Australië.

Fysische eigenschappen van diamant
Diamant is een transparant kristal met een zeer hoge brekingsindex en een hoge dispersie waardoor het licht, al naargelang de slijpvorm, in juwelen schitterend gebroken en weerkaatst wordt. Bovendien wordt het gepolijste, glanzende oppervlak van een diamant door de grote hardheid niet mat.

Slijpvormen van diamant
Na het slijpen van de diamant ontstaat de unieke, aantrekkelijke flonkering. 
Diamant kan in verschillende vormen worden geslepen. De meest gebruikte slijpvorm is de briljant (rond en met 57 facetten). Andere veel voorkomende slijpvormen zijn; de Ovaal (ovaalvormig), de Princess (rechthoekig), de Marquise of Navette (lensvormig), de Peer (in de vorm van een waterdruppel), de Emerald (opgebouwd uit rechthoekige facetten aan elke kant en aan de hoeken), het Hart (hartvormig), het roos- of antiekslijpsel ofwel de rosette (met symmetrisch geplaatste driehoekige facetten en een platte onderkant) en de Baguette (langwerpig).

Het meten van de prijsbepalende factoren van een geslepen diamant
Ruwe diamanten worden bewerkt om het licht door de diamant letterlijk schitterend te breken. Na de bewerking blijft er een steen over met een schittering en kleurenspel die op verschillende criteria wordt beoordeeld om tot een waarde- of prijsbepaling te komen. De vier criteria die de waarde of prijs van een diamant bepalen zijn de vier C's; Cut, Carat, Clarity en Colour.

Cut (maaksel)
Met de Cut duidt men
het maaksel van de steen aan. De vorm waarin de steen geslepen wordt is daar een onderdeel van. Het maaksel heeft betrekking op de kwaliteit van het slijpen en de verhoudingen van de slijpvorm. De essentie ligt in de juiste verhoudingen en de verfijning van de geslepen steen. Met de verhoudingen worden bedoeld; de hoogte van de kroon, de kroonhoek, de diepte van de paviljoenzijde, de tafelspiegeling en de verhouding van de rondist ten opzichte van de totale diepte van de steen. Onder de verfijning verstaat men de precieze afwerking van het totale maaksel. Hoe regelmatig is de rondist, is de kollet zwaar of licht, zijn er symmetrieverschillen tussen kroon en paviljoenzijde, sluiten de facetten recht op elkaar aan, ligt de kollet exact in het midden of ligt de tafel decentraal. Al deze zaken zijn direct van invloed op het spel van het licht in de steen, die namelijk zo geslepen dient te worden dat de schittering optimaal is. 
Het maaksel is mensenwerk in tegenstelling tot de zuiverheid, kleur en ten dele het gewicht. De Cut is dan ook een grote prijsbepalende factor binnen de vier C’s. Een steen met een mooi rond gewicht, loepzuiver en de hoogste kleur in een briljante slijpvorm kan een topsteen lijken, maar als de steen te diep (spijker) of te ondiep (visoog) is geslepen is het lichtspel in de steen dood en heeft de steen een geringere waarde. Kortom, het maaksel is van groot belang omdat het uiteindelijk het belangrijkste in de steen tot uiting laat komen, namelijk de schittering en het kleurenspel in haar volle glorie.

Carat (karaat)
De massa van edelstenen wordt uitgedrukt in karaat. Een karaat is gelijk aan 0,2 gram of 100 punten, er gaat dus
5 karaat in één gram. Het karaat wordt altijd in twee decimalen uitgedrukt. Zo is 0,24 karaat gelijk aan 24 punten, met andere woorden; een diamant van 24 punten is een diamant met een massa van 0,24 karaat. Het karaat vindt zijn oorsprong in een in de oudheid gebruikt standaardgewicht; de massa van een zaadje van de johannesbroodboom (Ceratonia siliqua).

Clarity (zuiverheid of helderheid)
Onder de clarity wordt de zuiverheid of helderheid van een geslepen diamant verstaan. De steen kan zowel inwendige als uitwendige kenmerken vertonen. De inwendige kenmerken bestaan veelal uit gletsen (inwendige scheuren), resten koolstof die niet geheel uitgekristalliseerd zijn, insluitingen van stikstof of van andere mineralen die gedurende het kristallisatieproces van een diamant in de buurt waren en die tijdens de kristallisatie in de steen ingesloten werden. Dat kunnen andere stenen zoals bijvoorbeeld granaat zijn, maar ook reeds gekristalliseerde diamantkristallen. Dit worden insluitsels genoemd. De hoeveelheid insluitsels in een diamant bepaalt de zuiverheid van de steen. Inwendige kenmerken komen in allerlei vormen maar ook in diverse gradaties van intensiteit voor. Het zijn groeilijnen die de opbouw van de ruwe steen laten zien.
Er zijn echter ook uitwendige kenmerken, zoals de baard of braam, die overblijft wanneer de steen te hard gesneden is, en de nijf, die achterblijft wanneer de steen zuinig gesneden is. Beide kenmerken zijn op de rondist te zien. Al deze kenmerken bepalen de zuiverheid van de steen. Die zuiverheid wordt conform een tabel voor de zuiverheid ten opzichte van de zichtbaarheid van de inwendige kenmerken in verschillende categorieën ingedeeld; in volgorde worden aangegeven; de zuiverheid, de benaming en de zichtbaarheid.

LC = Loup Clean = Geen enkel kenmerk is zichtbaar met de loep

VVS1 / VVS2 = Very very small internal characteristics  = De kenmerken zijn erg moeilijk tot moeilijk te vinden met de loep

VS1 / VS2 = Very small internal characteristics = De kenmerken zijn vrij gemakkelijk te vinden met de loep

SI1 / SI2 = Small internal characteristics = De kenmerken zijn gemakkelijk tot erg gemakkelijk te vinden met de loep

P1 = Pique 1 = De kenmerken zijn moeilijk te vinden met het blote oog door de bovenkant van de diamant

P2 = Pique 2 = De kenmerken zijn makkelijk te vinden met het blote oog en hebben weinig invloed op de schittering van de diamant

P3 = Pique 3 = De kenmerken zijn erg gemakkelijk te vinden met het blote oog en hebben invloed op de schittering van de diamant

De beoordeling van de clarity gebeurt overigens altijd visueel, onder een lamp die een licht gelijkwaardig aan daglicht uitstraalt en met een speciale loep. Door de lens van een dergelijke loep, met een vergroting van 10, kan de diamant volledig scherp en zonder kleurafwijkingen worden waargenomen.

Colour (kleur)
Diamanten worden in diverse kleuren gevonden, van lichtgeel tot kanariegeel, lichtblauw, groen, rose en rood. Kleurdiamanten worden ook wel Fancy Color Diamonds genoemd. Ten opzichte van witte diamanten komen natuurlijk gekleurde diamanten in de natuur veel minder voor, ze zijn dus erg zeldzaam, doorgaans kostbaarder en bij het grote publiek veel minder bekend. Marketing van kleurdiamanten vindt ook minder plaats, hetgeen de bekendheid bij het publiek uiteraard niet ten goede komt. De oorzaak daarvan is dat het voornaamste diamantkartel, de DTC (Diamond Trading Company; de marketingtak van De Beers) er alle belang bij heeft om vooral de verkoop van hun gangbare witte diamant te stimuleren.

De manier waarop een kleurdiamant beoordeeld wordt is tamelijk subjectief. Een zuivere diamant is kleurloos. Meestal geldt dan ook; hoe minder kleur, hoe zuiverder, hoe waardevoller. Bepaalde relatief veel voorkomende verkleuringen, zoals geel, laten de waarde van de diamant dalen. Uiteraard blijven deze stenen waardevol; zo werd in 2011 een gele diamant geveild voor circa 8 miljoen euro. Minder voorkomende kleuren zoals roze en blauw zorgen daarentegen voor een waardestijging; in 2010 bracht een roze diamant het recordbedrag van 34 miljoen euro op. Ook zwarte diamant, die mogelijk van buitenaardse oorsprong is, is zeldzaam. In 2011 en 2012 ontdekten wetenschappers voor het eerst hemellichamen die volgens hen voornamelijk uit diamant bestaan, al wordt de claim uit 2011 betwist.

De kleur van een diamant wordt bepaald aan de hand van een set zogeheten masterstones ofwel ijkstenen. Dat is een door verschillende vooraanstaande diamantairs beoordeelde verzameling stenen met verschillende kleuren in de hoogste graden, die als standaarden worden beschouwd. De beoordeling gebeurt meestal visueel, alhoewel er tegenwoordig ook elektronische beoordelingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door middel van een fotospectrometer; een optisch instrument waarmee de eigenschappen van licht gemeten kunnen worden.

Naast de erg zeldzame kleurdiamanten worden er relatief veel kleurloze of witte diamanten gevonden die overigens wel verschillende tinten kunnen hebben. Deze tinten zijn internationaal benoemd en worden door de diverse laboratoria gebruikt bij het certificeren van diamanten. De IDC (International Diamond Council) gebruikt het volgende kleurenschema, waarbij in volgorde de kleur, de Nederlandse benaming en de oude benaming worden aangegeven;

D = Fijnste wit+ = Jager
E = Fijnste wit = River
F = Fijn wit+ = River
G = Fijn wit = Top Wesselton
H = Wit = Wesselton
I = Licht getint wit+ = Top Crystal
J = Licht getint wit = Crystal
K = Getint wit+ = Top Cape
L = Getint wit = Top Cape
M = Getinte kleur = Cape
N = Getinte kleur = Low Cape
O = Getinte kleur = Very Light Yelllow
P-Z = Getinte kleur = Light Yellow

Edelsteenlaboratoria
Edelsteenlaboratoria houden zich uitsluitend bezig met het door middel van de modernste middelen en technieken op de vier C's beoordelen van geslepen edelstenen en dus niet met de markt. Ze geven dan ook geen waardeoordeel in geld. De essentie van het laboratorium ligt in de wetenschappelijke grondslag waarmee de kenmerken van geslepen diamanten beoordeeld worden. Het eindresultaat wordt neergelegd in het certificaat waarop de details van de vier beoordelingen staan vermeld met als extra beoordeling de Finish Grade, die bij grotere en hoge kwaliteiten een extra rol speelt. Het certificaat heeft een nummer dat refereert aan het werkblad waarop de steen is geïdentificeerd en gegradueerd. Dit nummer wordt met een laser in de rondist gezet. Van het certificaat wordt een microfoto gemaakt die gelijktijdig met de steen wordt geseald c.q verzegeld. Gecertificeerde stenen worden ook vaak gebruikt als onderdeel van een beleggingsportefeuille en verdwijnen in een kluis om op een later tijdstip, bijvoorbeeld na een periode van 15 tot 20 jaar, opnieuw verhandeld te worden. Als een gecertificeerde steen uit de seal c.q. de verzegeling wordt gehaald en in een sieraad wordt verwerkt, kan de steen op een later tijdstip, aan de hand van het nummer en het werkblad, altijd geïdentificeerd en vervolgens opnieuw geseald worden. Enkele voorbeelden van edelsteenlaboratoria zijn; de Hoge Raad voor de Diamant (HRD), het Nederlands Edelsteen Laboratorium (NEL), het International Gemological Institute (IGI) en het Gemological Institute of America (GIA). Zoals te verwachten wordt er ook met dergelijke certificaten wel gefraudeerd..........…

Centra voor de diamanthandel
De belangrijkste centra voor de diamanthandel zijn Londen (waar De Beers is gevestigd) en Antwerpen. Van alle ruwe diamanten wordt 80% en van alle geslepen diamanten wordt 50% via Antwerpen verhandeld. Antwerpen kent vier diamantbeurzen, waarvan de oudste uit 1886 dateert. In 2011 werd in Antwerpen voor 44,6 miljard euro aan diamanten verhandeld. Wereldwijd zijn er rond de 28 diamantbeurzen, daarvan is de diamantbeurs te Amsterdam overigens ook van behoorlijk belang.

Bloed- of conflictdiamant
Het winnen van diamanten in bepaalde delen van Afrika roept tegenwoordig ethische bezwaren op omdat de opbrengsten uit die diamantwinning door verschillende rebellengroeperingen wordt gebruikt om hun oorlogen te financieren. Men spreekt in dergelijke gevallen van bloed- of conflictdiamanten.

In het begin van de 21e eeuw zijn de eerste stappen genomen om de handel in bloeddiamanten tegen te gaan door de uitgifte van oorsprongcertificaten. Dat leidde in 2003 tot het diamantcertificaat dat bekend is als het Kimberly Process Certification Scheme (KPCS), genoemd naar een conferentie in de Zuid-Afrikaanse stad Kimberly. Het diamantcertificaat KPCS had als doel om de handel in bloeddiamanten tegen te gaan. Het KPCS definieert een bloeddiamant als „een ruwe diamant waarvan de opbrengst gebruikt wordt door rebellenbewegingen om wettige regeringen omver te werpen”. In die definitie ligt juist een deel van het probleem, het KPCS staat namelijk machteloos als „wettige regeringen” bij de diamantwinning mensenrechten schenden.

Diamanten krijgen van oudsher een certificaat met betrekking tot de vier C’s; Cut, Carat, Clarity en Colour. Het KPCS, een samenwerkingsverband tussen 75 landen en goed voor 99,8% van de wereldwijde diamantproductie, voegde daar in 2003 een vijfde certificaat aan toe; clean (schoon). De lidstaten verplichtten zich te controleren of ruwe diamanten “conflictvrij” zijn. Daarnaast kent het KPCS drie toezichthouders die controleren of de leden de standaarden naleven; de World Diamond Council (WDC), die de diamantindustrie vertegenwoordigt, en de mensenrechtenorganisaties Global Witness (GW) en Partnership Africa-Canada (PAC). Volgens het KPCS heeft het keurmerk ervoor gezorgd dat het aandeel bloeddiamanten in de wereldproductie vanaf de jaren '90 van de 20e eeuw is teruggelopen van 15% tot minder dan 1%.

Hoewel is afgesproken dat diamanten nog alleen zullen mogen circuleren met een attest waaruit blijkt dat ze niet in conflictgebieden zijn gewonnen, staat het proces nog steeds in de kinderschoenen. Dat komt omdat de controle moeilijk is en omdat de regeringen die voor de attestatie moeten instaan juist in oorlogsgebieden meestal geen grote garantie voor betrouwbaarheid bieden. Bovendien staan er zulke grote bedragen op het spel, dat smokkel, corruptie en fraude uiterst verlokkelijk zijn. In de toekomst zal een oplossing wellicht gezocht moeten worden in een spectrografisch bewijs van oorsprong. Aan die technologie wordt gewerkt.

Dat alles is er de oorzaak van dat het KPCS-certificaat volgens Global Witness geen enkele waarde heeft. Global Witness acht het KPCS-certificaat zelfs medeplichtig aan het witwassen van bloeddiamanten. Voor consumenten
is het belangrijk om te weten dat een KPCS-certificaat geen garantie geeft op bloedvrije diamanten, immers diamanthandelaren kunnen vaak helemaal geen uitsluitsel geven over het herkomstgebied van de diamanten. Voor bewuste kopers is dat een onacceptabel gegeven.

Foto: Webmuseum goudenzilverweging.nl