Andere onderwerpen

Goud
Goud en geld; transport en opslag
In 2016 maakt DNB plannen voor “Uitplaatsing van het waardegebied”
De Koninklijke Nederlandse Munt N.V. niet meer Nederlands!
Zilver
Goud en zilver 1; het toetsen
Goud en zilver 2; het keuren, de Waarborgwet 1986
Goud en zilver 3; de geschiedenis van de Waarborg en de Waarborgwet
Goud en zilver 4; het belang van goud en zilver in het handelsverkeer
Edelstenen
Edelstenen; diamant
Parels
Literatuur over goud- en zilverweging in Nederland d.d. 22-05-2018
Archimedes en goud- en zilverweging
Overzicht ijk- en justeermeesters-generaal van het Troois gewicht in de Nederlanden
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenaert van de(r) Gheere (III)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Lenard of Lenaert van de(r) Gheere (IV)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Gerrit G(h)eens of Gérard Guens (II)
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Roelof Woutersz van der Schure
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Johannes Andries Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Abraham Groengraft
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Jacob l’Admiral
Instructie voor Jacob l’Admiral d.d. 1 mei 1750
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Pieter Jacob le Cointe
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Stephanus Gerardus Nagel
IJk- en justeermeester-generaal van het Troois gewicht Theodorus Antonius Nagel
De jaarletters van de ijk- en justeermeesters-generaal in de Noordelijke Nederlanden
Ordonnantie op ’t Troys of Swaer Gewichte Groningen 1701 collectie W
Troois gewicht 1; het ontstaan, de oorsprong, van het Frans en het Hollands Troois gewicht
Troois gewicht 2; de ontwikkeling van het Hollands Troois, het Keuls en het Brabants gewicht in Amsterdam
Troois gewicht 3; de ontwikkeling van het Hollands Troois gewicht in de Nederlanden
Troois gewicht 4; de Trooise gewichten
Troois gewicht 4a; Waarom zou men azen snoeien?
Troois gewicht 5; het gebruik van Trooise gewichten tijdens de Franse overheersing (1810-1813)
Troois gewicht 6; het Groot Pijlgewicht; de Franse dormant
Troois gewicht 7; de oude Hollandse dormant van 4 mark uit 1510
Troois gewicht 7a; Welke Nederlandse dormant werd in 1529 met het Groot Pijlgewicht geverifieerd?
De Nederlandse ijkmerken vanaf 1820-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1820-1870
Metriek gewicht 1; Wet 21-08-1816 S34, het metrieke stelsel
Metriek gewicht 2; Besluit 29-03-1817 S15, vaststelling van benamingen
Metriek gewicht 3; Besluit 30-11-1817 S31, toepassing wet 21-08-1816 op het medicinaal gewicht
Metriek gewicht 3a; Besluit 21-10-1819 S52; regeling medicinaal gewicht
Metriek gewicht 4; Besluit 06-03-1819 S8, invoering van het metrieke stelsel
Metriek gewicht 5; Besluit 08-06-1819 S37, gedaante, stof en samenstelling gewichten
Metriek gewicht 6; Besluit 28-09-1819 S49, eerste uitgifte, verificatie en ijking gewichten
Metriek gewicht 7; Besluit 18-12-1819 S58, invoering nieuwe gewichten
Metriek gewicht 8; Besluit 08-11-1820 S24, tijdstip verplicht gebruik nieuwe gewichten
Metriek gewicht 9; Besluit 20-12-1821 S24, instructie ijkers m.b.t. goud- en zilverweging
Metriek gewicht 10; Besluit 18-12-1822 S52, verbod afgeschafte gewichten
Metriek gewicht 11; Besluit 16-08-1823 S32, benamingen in officiële stukken
Metriek gewicht 12; Besluit 03-04-1826 S16, verdere invoering van het eenvormig stelsel van maten en gewichten
Metriek gewicht 13; Besluit 30-03-1827 S13, nadere bepalingen op de jaarlijkse herijk
Metriek gewicht 14; Besluit 02-04-1829 S6, tegengaan misbruiken betreffende nieuwe gewichten
Metriek gewicht 15; Besluit 26-01-1839 S3, nieuwe indeling ressorten arrondissementsijkers
Metriek gewicht 16; Besluit 12-04-1839 S13, over de nieuwe standaarden
Metriek gewicht 17; Besluit 11-12-1842 S25, op 01-01-1843 vervallen Belgische wetten in Limburg
Metriek gewicht 18; Besluit 30-08-1843 S11, over de examens van de arrondissementsijkers
Metriek gewicht 19; Aanwijzing arresten van de Hoge Raad
Dispositie van 30-01-1823 over het gebruik van de nieuwe gewichten in de goud- en zilverhandel collectie W
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1870-1912
Metriek gewicht 20a; Wet 07-04-1869 S57, H I. Van maten, gewichten enz., art. 1-13
Metriek gewicht 20b; Wet 07-04-1869 S57, H II. Van de ijk, art. 14-21
Metriek gewicht 20c; Wet 07-04-1869 S57, H III. Van het toezicht, art. 22-27
Metriek gewicht 20d; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk IV. Strafbepalingen, art. 28-36
Metriek gewicht 20e; Wet 07-04-1869 S57, Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen, art. 37-44
Metriek gewicht 20f; Besluit 09-11-1869 S167, over de ijkmerken
Metriek gewicht 20g; Besluit 18-11-1870 S178, IJkwet 1869 S57 is van toepassing op medicinale gewichten
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1912-1919
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1919-1941
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-heden
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1941-1949
Hoofdzaken wet- en regelgeving 1949-heden
Het verschil tussen massa en gewicht
De oorsprong van het karaat; de Ceratoniazaden
Het verschil tussen de bankgulden van de Amsterdamse Wisselbank en de courante gulden
De gouden, zilveren en de dubbele standaard
De gouden, zilveren en dubbele standaard in Nederland; 1816-1936
Het systeem van Bretton Woods (1944)
De eerste goudzending die in de oorlogsjaren1914-1918 vanuit Engeland door DNB werd ingevoerd
De gelijkarmige balans en haar benamingen
Paulus Dorsman; meester balansenmaker
De Generaliteits- of Statenleeuw in de Hollandse tuin op de balans van Paulus Dorsman uit 1742
De ijk van weegwerktuigen in Nederland
Het schoonmaken van ijzeren balansen
Het verantwoord schoonmaken van bronzen en messing gewichten

Goud

Goud
Goud heeft gedurende de geschiedenis van de mens altijd een belangrijke rol gespeeld. Men vermoedt dat goud het eerste metaal is dat de mens kende. Zo zijn gouden sieraden al bekend uit de Steentijd en werden gouden munten al tijdens de 7e eeuw voor Christus gebruikt.
Goud is één van de bodemschatten die miljoenen jaren geleden onder enorme druk in dieper gelegen lagen van de aardkorst zijn ontstaan. Goud beschikt over veel uiterst positieve eigenschappen; het is een natuurlijk, zacht (de hardheid is slechts 2,5 tot 3 Mohs, terwijl diamant een hardheid van 10 Mohs heeft), helder, niet corroderend, hoogglanzend en waardevol edelmetaal met een volle gele kleur. Goud is bijvoorbeeld gemakkelijk te verwerken en is toch bestand tegen agressieve chemicaliën zoals zuren. Bovendien behoort het vanwege zijn uitstekende geleidingsvermogen met name in de elektronica-industrie tot de meest gevraagde grondstoffen.

Op de bodem van sommige rivieren wordt goud gevonden doordat het van de bergen afstromende water de goudkorreltjes meevoert. Wanneer het rivierwater langzaam stroomt of stilstaat, zakken de gouddeeltjes naar de bodem. Eén van de eenvoudigste, maar zeker ook de meest tijdrovende manier van goudwinning is het goudwassen. Daarbij wordt een grote zwarte stenen schaal met zand van de rivierbodem gevuld en in het water heen en weer geschud zodat de lichtere korrels wegstromen. Vervolgens laat men het mengsel in de schaal ronddraaien en het zand en de steentjes weglopen. Daarna doet men er weer water bij en wordt het proces herhaald. Dat gaat net zo lang door totdat er een paar kleine schilfertjes goud op de bodem van de schaal overblijven. Goud is immers tot achttien keer zwaarder dan zand en steentjes, dus het zakt sneller naar de bodem van de schaal, die zwart is om de goudschilfertjes goed te kunnen onderscheiden. Ook in zeeën en oceanen is goud aanwezig, gemiddeld bevat elke kubieke meter (1000 liter) zeewater ongeveer 0,03 milligram goud.

Hoewel goud voor het eerst werd ontdekt in rivierbeddingen in Azië en Afrika, wordt het tegenwoordig voornamelijk verkregen via ondergrondse mijnwinning. Om het goud te kunnen winnen moeten enorme hoeveelheden materiaal worden verplaatst. Op een diepte van 3000 meter moet gemiddeld drie ton erts gedolven en verwerkt worden om 100 gram goud te winnen. Goud wordt vaak gevonden op plaatsen waar vroeger vulkanen actief waren. Daar is het ontstaan uit heet, vloeibaar magma (het vloeibare gesteente dat zich onder het aardoppervlak bevindt) dat bij afkoeling hard en rotsachtig is geworden. Het op die manier ontstane goud kan op diverse manieren in de aarde aanwezig zijn;
Als stofgoud; goud in hele kleine deeltjes
Als goudklompjes; goud in klompjes, die ook wel nuggets worden genoemd
Als goudader; goud dat in een lange, smalle laag in de grond voorkomt
Hoewel goud, in tegenstelling tot de meeste andere metalen, vooral in zuivere vorm voorkomt en niet uit ertsen gewonnen hoeft te worden, wordt het maar zelden in de vorm van stofgoud of goudklompjes aangetroffen. Het meeste goud wordt gevonden in zeer kleine partikels en fijn verdeeld in het omringende gesteente. Voor de winning is zodoende een speciaal proces nodig waarbij enorme hoeveelheden materiaal verzet moeten worden.

In de 20e eeuw werd het meeste goud in Afrika gevonden. Ook wordt veel goud gevonden in de Verenigde Staten, Australië, China, Canada, de Russische Federatie, Peru, Oezbekistan, Indonesië en Brazilië. In Europa wordt het meeste goud in Roemenië gevonden.
In het Latijn heet goud aurum. Daar heeft dit scheikundig element het symbool Au aan te danken.

Goud en zilver als muntmateriaal
De waardevolle edelmetalen goud en zilver worden al meer dan 2.500 jaar gebruikt voor de productie van munten. De legendarische koning Croesus (561-546 v. Chr.) was de laatste koning van het koninkrijk Lydië in Klein-Azië, dat in 545 v. Chr. bij het Perzische rijk werd ingelijfd. Tijdens zijn bewind vond rond 550 v. Chr. de eerste muntslag plaats van goud- en zilverstukken uit (bijna) zuiver goud en zilver, van gelijke grootte en met een uniforme waarde. Koning Croesus liet gouden en zilveren staters slaan waarbij de massaverhouding tussen de beide muntsoorten zo was uitgekiend dat, bij een waardeverhouding van 13,33 : 1 tussen het goud en het zilver, één gouden stater precies twintig zilveren staters waard was. Het juiste goud- en zilvergehalte van de staters werd daarbij gewaarborgd door de muntstukken te stempelen met het koninklijke zegel; een leeuw die een stier aanvalt, waarbij van de beide dieren alleen de kop was afgebeeld. Juist om die reden waren de Lydische speciën al snel uitermate gewild als betaalmiddel.     
Voordat de eerste munten werden geslagen moesten niet-uniforme goud- en/of zilverstukken of zelfs goudstof worden gewogen om er de waarde van te kunnen bepalen. Door de invoering van de goud- en zilverstukken die qua grootte gelijk en qua waarde uniform waren kon men op de massa vertrouwen. Het voordeel van dergelijke munten was overduidelijk; ze vereenvoudigden de goederenhandel definitief. Dat was er ook de reden van dat de nieuwe betaalmiddelen zich snel langs de toenmalige handelswegen verspreidden. Tot in de 20e eeuw werd er regelmatig met gouden en zilveren munten betaald. Tegenwoordig dienen met name de gouden munten vooral als verzamel- of beleggingsobject. 

Gouden beleggings- en verzamelmunten
Momenteel worden gouden munten praktisch niet meer gebruikt voor betalingen, hoewel dat nog wel op elk moment mogelijk zou zijn. Elke munt heeft immers een nominale waarde, die echter meestal ver onder de intrinsieke waarde ofwel de waarde van het edelmetaal ligt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verzamel- en beleggingsmunten. Bij de beleggings- of bullionmunten is de waarde van de munt gebaseerd op de massa aan fijn goud die in de munt is verwerkt, gekoppeld aan de marktwaarde van het goud. Beleggingsmunten worden in grote aantallen geslagen en zijn bij bijna alle banken te verkrijgen. Gouden (beleggings)munten zijn waardevol, crisisbestendig en duurzaam, ze hebben zich in de loop der tijd bewezen als één van de meest geliefde beleggingsvormen. Volgens een wettelijke richtlijn van de Europese Unie zijn sinds 1998 bepaalde gouden munten zelfs vrijgesteld van omzetbelasting. Tot de meest geliefde, beroemde en tegenwoordig nog uitgegeven exemplaren behoren; de Krugerrand uit Zuid-Afrika, de Maple Leaf uit Canada, de Wiener Philharmoniker uit Oostenrijk, de gouden Nugget (kangoeroe) uit Australië , de gouden Panda uit China, de golden Eagle uit de Verenigde Staten en de gouden Libertad uit Mexico. 

Goudkleuren  /  de kleurenpracht van goudlegeringen

Zuiver goud is een erg zacht metaal dat gemakkelijk te bewerken is maar ook snel slijt. Om die redenen is zuiver goud ongeschikt om er een juweel van te vervaardigen. Om goud slijtvast en steviger te maken is men er legeringen mee gaan maken. De verschillende aan goud toegevoegde metalen brengen verkleuringen met zich mee zodat goud daaraan haar kleurnuances ontleent. 
Het kleurenspectrum van de tegenwoordig gangbare goudlegeringen is enorm. Er zijn tal van kleuren mogelijk zoals; een volle gele kleur, zilverwit, rood, lichtgroen of groen, blauw en grijs goud. Voor de traditionele vervaardiging van sieraden werd vroeger uitsluitend het natuurlijk voorhanden zijnde driestoffensysteem van goud, zilver en koper gebruikt. Tegenwoordig worden er echter veel verschillende metalen ingezet, zoals platina, zink, tin en nikkel. Al naargelang de eisen worden zo de kleur, de hardheid, de dichtheid en vooral de prijs veranderd.

Geelgoud is in feite de meest geliefde, natuurlijke en pure kleur van goud. Ook kunnen door een kleine hoeveelheid andere materialen kleurvariaties verkregen worden. Over het algemeen gaat het daarbij om 50% koper en 50% zilver. Men probeert bij geelgoud zo goed mogelijk de echte kleur van zuiver goud te benaderen.

Witgoud heeft een wat koelere uitstraling en bevat legeringen als nikkel, zink, koper, tin, paladium of manganese. Witgoud is door deze toevoeging altijd een beetje duurder dan geelgoud.
Tegenwoordig gebruiken goudsmeden de legering van goud en palladium, omdat mensen soms overgevoelig voor nikkel zijn. Palladium geeft geen allergische reactie en kan dus op of door de huid gedragen worden. Dit witgoud is niet wit maar gelig van kleur. Voor een perfecte witte kleur worden sieraden daarom vaak gerodineerd. Er wordt dan door middel van elektrolyse een zeer dun laagje rodium op het sieraad aangebracht. Echter, deze opper laag is aan slijtage onderhevig en na verloop van tijd zal een witgouden sieraad zijn originele gelige kleur terug krijgen.

Roodgoud of rosegoud; bij roodgoud, een veel voorkomende en gewilde variant met een warme, romantische uitstraling, is er meestal sprake van een legering met in verhouding veel koper en een klein beetje zilver. Naarmate men meer koper toevoegt zal de legering roder worden.

Groengoud is een legering van goud met een grote hoeveelheid zilver of cadmium.

Blauwgoud is een legering van goud met wat ijzer.

Grijsgoud is een legering van goud met een toevoeging van tussen de 5 en 20% ijzer.


Het keuren van goud
Al meer dan 600 jaar worden edelmetalen voorwerpen gecontroleerd op het gehalte aan edelmetaal, dit is dan ook de oudste vorm van consumentenbescherming die we in Nederland kennen. Het door de waarborginstelling afgeslagen gehalteteken garandeert het gehalte aan platina, goud, zilver of palladium in het sieraad of gebruiksvoorwerp.

In Nederland zijn per 25-02-1994 de Waarborg Platina, Goud en Zilver N.V., hierna te noemen WaarborgHolland (WH) en per 11-03-2002 Edelmetaal Waarborg Nederland B.V. (EWN) door de Minister van Economische Zaken, op basis van de Waarborgwet 1986, aangewezen als waarborginstelling belast met het onderzoek naar het wettelijk gehalte aan edelmetaal in alle sier- en gebruiksvoorwerpen die in Nederland worden vervaardigd en geïmporteerd en die bestemd zijn voor de Nederlandse markt. Dergelijke producten dienen door de producent en/of importeur bij de WH of de EWN te worden aangeboden teneinde ze te laten keuren op hun gehalte aan edelmetaal. Wanneer de producten aan de wettelijke minimum gehalte eis voldoen c.q. wanneer deze gehaltes overeenstemmen met de wettelijke gehaltes, worden de wettelijk vastgestelde keurtekens c.q. de betreffende gehalte- of waarborgtekens door de WH c.q. de EWN in het product aangebracht. Daarmee is voor de consument duidelijk aan welk gehalte edelmetaal het betreffende voorwerp in ieder geval voldoet.

WaarborgHolland en Edelmetaal Waarborg Nederland zijn tevens aangesloten bij de Conventie van Wenen. De Conventie voor het waarborgen van edele metalen is een internationale overeenkomst tussen verschillende landen met betrekking tot de wederzijdse handel in voorwerpen vervaardigd uit edelmetaal. Het verdrag is ondertekend in Wenen en werd van kracht in 1975.

De Waarborgwet 1986
De hoofddoelstelling van de Waarborgwet 1986 is bescherming van de consument tegen bedrog en van de ondernemer tegen oneerlijke concurrentie met betrekking tot de gehaltes van edelmetaal. Voor de consument heeft dat met name betrekking op de gehaltes van edelmetaal in sier- en gebruiksvoorwerpen. Ter bescherming van consument en ondernemer worden voorwerpen van edelmetaal, voordat deze te koop worden aangeboden, gekeurd op wettelijk erkende gehaltes. Zowel ondernemers als particulieren kunnen edelmetalen voorwerpen ter keuring aanbieden.

Gehaltes van goud
Sierobjecten zoals bijvoorbeeld sierraden kunnen niet van zuiver goud gemaakt worden omdat puur goud daarvoor te zacht is. Om die reden moeten sierobjecten van een goudlegering worden vervaardigd. In dit geval is dat een door smelten verkregen mengsel van verschillende metalen waarbij een bepaald gedeelte uit een ander metaal dan goud bestaat. De goudlegering maakt dat het goud de eigenschappen krijgt die nodig zijn om er iets van te kunnen maken. Al naargelang de eisen worden door de toegevoegde materialen, de zogeheten bijzet die meestal uit zilver of koper bestaat, de kleur, de hardheid, de taaiheid en/of de kneedbaarheid, de dichtheid en vooral de prijs van het goud veranderd en/of verbeterd.

Goudgehalte in het aantal delen per 1000 delen fijn
Internationaal wordt het goud- of zilvergehalte aangegeven in het aantal delen per 1000 delen fijn; ofwel het aantal delen per 1000 delen fijn c.q. puur of zuiver goud of zilver. De gehaltes van de platina, gouden en zilveren werken die in Nederland op grond van de Waarborgwet 1986 artikel 1 met in de Waarborgwet vastgestelde keurmerken worden gewaarborgd zijn;

Voor platina werken
Het gehalte van 950/1000.
Daarbij dient aangetekend te worden dat in platina alliages iridium als platina worden beschouwd.

Voor gouden werken
De gehaltes 916/1000, 833/1000, 750/1000 en 585/1000.
Anders gezegd de gehaltes van 22, 20, 18 en 14 (goud)karaat.

Voor zilveren werken
De gehaltes van 925/1000, 835/1000 en 800/1000.
Anders gezegd; eerste, tweede en derde gehalte zilver.

Met betrekking tot goud geven die cijfers het goudgehalte aan.

Het karaat als eenheid van goudgehalte / van goudwaarde / van de zuiverheid van goud (K)
.
Naast het karaat als massa-eenheid voor edelstenen en parels wordt de eenheid van goudgehalte eveneens uitgedrukt in karaat, feitelijk goudkaraat. In het Nederlands kent karaat twee betekenissen; ten eerste als eenheid van goudgehalte / van goudwaarde / van de zuiverheid van goud, feitelijk het goudkaraat, en ten tweede als massa-eenheid voor edelstenen en parels.

Noot
Zie onder het hoofditem Documentatie het subitem De massa van het karaat in de Nederlanden.
Zie onder het hoofditem Gewichten het subitem Karaatgewichten.


Het karaat is als eenheid van goudgehalte, afgekort met de letter K, feitelijk een eenheid waarin het massagehalte aan goud in een legering wordt aangeduid. Het karaat is daarmee een kwaliteitsaanduiding van goud waarmee de verhouding van de hoeveelheid goud tot de goudlegering wordt aangegeven. Anders gezegd; het karaat geeft het aantal delen goud op 24 delen van een goudlegering aan. Zuiver goud wordt aangeduid met 24 karaat (24 delen zuiver goud op 24 delen ofwel 24/24) Hoe hoger het aantal karaat, hoe hoger het goudgehalte oftewel hoe zuiverder of puurder het goud. Het karaat is dus het 1/24 massadeel zuiver goud van een goudlegering. Een lager getal aan karaat geeft aan dat de samenstelling van het materiaal niet geheel uit goud bestaat. Daarbij geldt als voorbeelden;

24 karaat goud is gelijk aan 24/24 x 1000 = 1000 delen per 1000 delen fijn, dus puur of zuiver goud.
18 karaat goud is gelijk aan 18/24 x 1000 = 750 delen per 1000 delen fijn.
14 karaat goud is gelijk aan 14/24 x 1000 = 585 delen per 1000 delen fijn, anders gezegd; bij een gouden sieraad van 14 karaat betekent dit dat er 585 delen per 1000 delen fijn c.q. puur of zuiver goud in het sieraad zijn verwerkt. De andere 415 deeltjes zijn van zilver, van koper of van een ander metaal.

Het karaat wordt onderverdeeld in 100 punten en wordt altijd in twee decimalen uitgedrukt.
Zo is 0,18 karaat gelijk aan 18 punten.


      Gehalte van goud       Gehalte in %      Gehalte in %       Gehalte in        Gehalte       Gehalte
                                          zuiver goud =     zuiver goud =   duizendsten =         in                 in
                                          aantal delen/       aantal grein/     aantal grein/        karaat          grein
                                            1000 x 100            288 x 100         288 x 1000

  1000 per 1000 delen fijn       100,000              100,000             1000,000               24              288
    916 per 1000 delen fijn         91,600                91,667               916,667               22              264 
    833 per 1000 delen fijn         83,300                83,333               833,333               20              240 
    750 per 1000 delen fijn         75,000                75,000               750,000               18              216 
    585 per 1000 delen fijn         58,500                58,333               583,333               14              168 
    500 per 1000 delen fijn         50,000                50,000               500,000               12              144 
 41,60 per 1000 delen fijn           4,160                  4,167                 41,667                 1                12 
   3,47 per 1000 delen fijn           0,347                  0,347                   3,472            1/12                  1   


     Gehalte van goud             Gehalte in                  Gehalte in
                                                massa fijn:                 massa fijn:
                                                   in mark                       in gram

  1000 per 1000 delen fijn        1000/1000               246,083860000        
    916 per 1000 delen fijn          916/1000               225,412815760               
    833 per 1000 delen fijn          833/1000               204,987855380 
    750 per 1000 delen fijn          750/1000               184,562895000        
    585 per 1000 delen fijn          585/1000               143,959058100     
    500 per 1000 delen fijn          500/1000               123,041930000  
 41,60 per 1000 delen fijn       41,60/1000                 10,253494167    
   3,47 per 1000 delen fijn         3,47/1000                   0,854457847      

Foto: Gerard Warburg  /  Webmuseum goudenzilverweging.nl