Trooise gewichten (vóór 1820)
Trooise gewichten werden in ons land bij munthuizen, in de goud- en zilverhandel, door geldwisselaars, goudsmeden en door juweliers gebruikt voor de massabepaling van kostbare zaken zoals goud, zilver, edelstenen en parels. Ook werden er andere waardevolle zaken zoals specerijen, dure kleurstoffen (verfstoffen of pigmenten) maar tevens medicamenten mee afgewogen. Het Troois gewicht werd namelijk, zij het met een andere onderverdeling, ook als medicinaal gewicht gebruikt. Het voormetrieke medicinale pond kende een onderverdeling in 12 Troois ons terwijl het Hollands Troois pond in 16 Troois ons werd onderverdeeld.


In de Wisselbank waren Trooise bankgewichten in gebruik voor het wegen van vastgestelde partijen gouden en zilveren munten uit de omloop, meestal samen met de muntzak, het label en de zegel. Daarnaast gebruikte men in banken, Wisselbanken en munthuizen naast Trooise bankgewichten ook aparte Trooise gewichten voor het wegen van ongemunt edelmetaal. Trooise gewichten werden, omdat er hogere nauwkeurigheidseisen aan werden gesteld dan aan de reguliere in de koophandel gebruikte gewichten c.q. de handelsgewichten, steeds onder streng toezicht gecontroleerd. De weegnauwkeurigheid voor de Trooise gewichten was vroeger, gemeten naar de huidige maatstaven, dan ook zeer redelijk. De allerkleinste Trooise gewichten waren de azen met een massawaarde van 0,048063254 gram. Het zijn gewichten in de vorm van dunne lamellen, vervaardigd uit koper of uit een koperlegering.

Het snoeien van aasgewichten of azen, zoals dat wel met munten gebeurde, moet vrij eenvoudig geweest zijn. Alleen in Luik nam men daartegen maatregelen; daar verlangde men niet alleen dat aasgewichten van een kartelrand waren voorzien, maar daarnaast moesten ze ook geijkt zijn.

Trooise gewichten dateren van vóór 1820 omdat het Troois gewicht, met de IJkwet van 21-08-1816 (Staatsblad 34), op 01-01-1820 in de Nederlanden werd afgeschaft.

De onderverdeling van het Hollands Troois pond
1 pond=2 mark=16 ons=32 lood=320 engels=1280 vierling=2560 trooiske=5120 deuske=10240 aas=492,167720000 gram
1/2 pond= 1 mark=8 ons=16 lood=160 engels=640 vierling=1280 trooiske=2560 deuske=5120 aas=246,083860000 gram
1/4 pond= 1/2 mark=4 ons=8 lood=80 engels=320 vierling=640 trooiske=1280 deuske=2560 aas=123,041930000 gram
1/8 pond=1/4 mark=2 ons=4 lood=40 engels=160 vierling=320 trooiske= 640 deuske=1280 aas=61,520965000 gram
1/16 pond=1/8 mark=1 ons=2 lood=20 engels=80 vierling=160 trooiske=320 deuske=640 aas=30,760482500 gram
1/32 pond=1/16 mark=1/2 ons=1 lood=10 engels=40 vierling=80 trooiske=160 deuske=320 aas=15,380241250 gram
1/64 pond=1/32 mark=1/4 ons=1/2 lood=5 engels=20 vierling=40 trooiske=80 deuske=160 aas=7,690120625 gram
1/128 pond=1/64 mark=1/8 ons=1/4 lood=2,5 engels=10 vierling=20 trooiske=40 deuske= 80 aas=3,845060313 gram
1/256 pond=1/128 mark=1/16 ons=1/8 lood=1,25 engels=5 vierling=10 trooiske=20 deuske=40 aas=1,922530156 gram
1/320 pond=1/160 mark=1/20 ons=1/10 lood=1 engels=4 vierling=8 trooiske=16 deuske=32 aas=1,538024125 gram
1/640 pond=1/320 mark=1/40 ons=1/20 lood=1/2 engels=2 vierling=4 trooiske=8 deuske=16 aas=0,769012063 gram
1/1280 pond=1/640 mark=1/80 ons=1/40 lood=1/4 engels=1 vierling=2 trooiske=4 deuske=8 aas=0,384506031 gram
1/2560 pond=1/1280 mark=1/160 ons=1/80 lood=1/8 engels=1/2 vierling=1 trooiske=2 deuske=4 aas=0,192253016 gram
1/5120 pond=1/2560 mark=1/320 ons=1/160 lood=1/16 engels =1/4 vierling=1/2 trooiske=1 deuske=2 aas=0,096126508 gram
1/10240 pond=1/5120 mark=1/640 ons=1/320 lood=1/32 engels=1/8 vierling=1/4 trooiske=1/2 deuske=1 aas=0,048063254 gram

De kleinste Trooise gewichten; de engelsen en de azen
Grote betalingen c.q. betalingen van kostbare zaken werden in vroeger tijden met gouden en zilveren munten verricht. Die munten waren vaak al gedurende vele tientallen jaren in omloop en daardoor nogal gesleten. Ook werden ze uit winstbejag wel gesnoeid. Dat alles had tot gevolg dat de muntmassa lager was dan die behoorde te zijn. Voor de controle van de massa van gouden en/of zilveren munten waren vanaf het einde van de 16e eeuw tot ongeveer 1800 muntgewichtdozen in gebruik. Daarin zaten een muntbalans en een aantal muntgewichten, waarop de blokbeeldenaar van de betreffende munt was aangebracht, terwijl ieder muntgewicht de massa van de betreffende munt bezat. 

Noot
De blokbeeldenaar was een ingeslagen afbeelding van de muntbeeldenaar of een kenmerkend deel van de muntbeeldenaar van de munt waarvoor het muntgewicht was vervaardigd. Op een muntgewicht werd een kenmerkend deel van de muntbeeldenaar namelijk vaker tot hoofdmotief verheven.   

In vele muntgewichtdozen was aan de binnenkant van het deksel een etiketje geplakt, meestal met de naam van de muntgewichtmaker en in de Nederlanden tevens met afbeeldingen van de belangrijkste munten/muntgewichten. Daarbij werd soms ook de massa van de betreffende munt vermeld.
De meeste muntgewichtdozen waren ingericht voor het wegen van gouden munten. Er zijn slechts weinig dozen bekend met muntgewichten voor zilveren munten. Nog zeldzamer zijn de zogeheten dubbele dozen voor zowel gouden als zilveren munten.

Bankiers waren uiteraard bekend met de Ordonnanties waarin de massa' s van alle gangbare internationale gouden en zilveren munten waren aangegeven in Trooise massa-eenheden, dat wil zeggen in engelsen en in azen. De azen waren de kleinste Trooise gewichten. Het Hollands Troois aas (Amsterdam) bezat een massa van 0,048063254 gram ofwel circa 48 mg, terwijl het Brabants Troois aas (Antwerpen) een massa kende van ongeveer 46 mg. Voor normale handelsdoeleinden werden dergelijke kleine massa's verwaarloosd.

In het begin van de 18e eeuw begonnen bankiers, in plaats van een steeds groter aantal muntgewichten, een kleine serie Trooise gewichten te gebruiken; in Engeland pennyweights (dwts), in Frankrijk esterlins of deniers en in de Zuidelijke Nederlanden engelsen.

In ons land was dat wellicht een stimulans om muntgewichten te gaan vervangen door engelsen. Naast de muntgewichtdozen waren er voor de controle van de massa van gouden en/of zilveren munten ook kleine dozen in gebruik waarin zich Trooise engelsen en azen bevonden. Bij het wegen van een munt met engelsen en azen moest men de gevonden massa controleren aan de hand van een lijst waarop de officiële massa’s (al dan niet met koersvermelding) in engelsen en azen stonden vermeld. Een dergelijke lijst was vaak tegen de binnenzijde van het deksel van de doos geplakt.  
Er zijn echter maar drie Noord-Nederlandse dozen bekend waarvan het etiket de massa uitsluitend in engelsen en azen aangeeft. Ze dateren alle drie van omstreeks 1800.

Om de massa van gouden en zilveren munten te controleren werden dus niet alleen muntgewichten maar ook engelsen en azen gebruikt. Engelsen en azen werden daarnaast gebruikt om de massa van andere kleine gouden en zilveren objecten te bepalen. 

Ongeijkte engelsen stammen vaak uit de 17-e eeuw en werden gebruikt voor de weging van zilveren munten.
Engelsen kennen meestal een massawaarde van 5, 4, 3, 2, 1, 1/2 en 1/4 engels, terwijl de massa van 1 engels werd onderverdeeld in 32 azen. Meestal gebeurde dat door middel van gewichten van 16, 8, 4, 2, 1 en 1 aas.

In de collectie van het Webmuseum goudenzilverweging.nl bevindt zich een kist met daarin naast medicinale gewichten uitsluitend kleinere Trooise gewichten. Aan de binnenkant van het deksel van die kist is een eenvoudig handgeschreven etiket aangebracht waarop de massa van de gewichten in zowel medicinale alsook Trooise massa-eenheden (waaronder engelsen en azen) is aangegeven.

Bijbetaling in geval van een te lichte gouden munt 
Voor gouden munten gold over het algemeen een remedie van 2 azen ofwel 0,096126508 gram.

Voor ieder aas die een gouden munt meer dan de toegestane remedie van 2 azen te licht was, diende men in de 17e eeuw 2 stuivers per aas bij te betalen. Later bedroeg die bijbetaling 1,5 stuiver per aas.
De mindere massa werd bepaald met behulp van aasgewichten, dat waren messing lamelgewichten met een massa-eenheid van 0,048063254 gram ofwel 48 mg. De aasgewichten zaten in een apart vakje in elke doos en waren slechts zelden van een ijkmerk voorzien. De weegnauwkeurigheid was dus 1 aas of 0,048063254 gram.

De zilverazen c.q. de stuiverazen
In het boek 2000 jaar gewichten in de Nederlanden vermelden de heren D.A. Wittop Koning en G.M.M. Houben de zogeheten zilverazen. Zilverazen werden gebruikt om de massa van zilveren munten te corrigeren ten opzichte van de massa van de muntgewichten waarmee de zilveren munten werden gewogen. Voor de zilverazen geldt;
1 zilveraas = 1 stuiveraas = 1/4 Trooise engels = 8 Trooise aas = 0,384506031 gram.
Een zilveraas is dus iets heel anders dan een zilversmedenaas, immers 1 zilversmedenaas = 1 Trooise aas = 0,048063254 gram.

Bijbetaling in geval van een te lichte zilveren munt

Omdat men niet erg geïnteresseerd was in de muntstukken van weinig waarde, werd de mindere massa gewogen met zogenaamde zilverazen of stuiverazen. Stuiverazen waren vierkante lamelgewichten van messing, waarop een cijfer was afgeslagen dat het aantal stuiverazen aangaf, bijvoorbeeld 6, 5, 4, 3, 2 en 1 stuiveraas. Daarnaast werd op de stuiverazen de letter S, die stond voor stuiveraas, afgeslagen. Stuiverazen komen slechts voor in het opbergvak voor de azen in muntgewichtdozen voor zilveren munten. Vaak zijn ze echter verloren gegaan. 

Via Rio Holtman ontving ik informatie over een Ordonnantie uit 1608, “houdende de reductie van den cours”.
Daarin staat onder punt III;

III.
Ende soo enige der voorsz Silvere penningen lichter worden bevonden ende te excederen de voorsz respective geconsenteerde Remedien tot een ofte uyterlijck anderhalf Engelsch toe  /  sal daer voor worden betaelt van elck aes anderhalven penninck Hollants  /  doende de sesthien der selver penninghen eenen stuyver  /  ende soo verre eenighe der voorsz Silvere Specien quamen te excederen boven de voorsz geconsenteerde remedien meer als anderhalven Engelsch  /  Wy hebben all de selve verclaert ende verclaren by desen voor billoen.

Met andere woorden;
III
En als enige van de eerdergenoemde zilveren muntstukken lichter blijken te zijn en de eerdergenoemde daarop betrekking hebbende toegestane remedie tot één of uiterlijk anderhalf Engels blijkt te overschrijden  /  zal daarvoor worden betaald van elk aas (noot; mindere massa) 1,5 penninck Hollants  /  een stuiver heeft een waarde van 16 van dergelijke penningen  /  en als enige van de eerdergenoemde zilveren geldstukken de eerdergenoemde toegestane remedie meer dan 1,5 engels overschrijdt  /  hebben wij die allemaal verklaard en verklaren wij die hierbij allemaal
voor biljoen.

Noot
In dit geval betekent billoen; slechte zilvermunt, slechte, afgekeurde zilveren munten, afgekeurd zilvergeld, buiten omloop c.q. buiten gebruik gestelde zilveren munten.

Voor ieder aas die een zilveren munt meer dan de toegestane remedie tot 1 of uiterlijk 1,5 engels te licht was, moest men dus 1,5 penninck Hollants bijbetalen. Daarbij gold;
1 stuiver = 16 penninck Hollants.
Als een zilveren munt bijvoorbeeld 0,5 engels = 16 aas meer dan de toegestane remedie te licht was, moest men
16 x 1,5 pennick Hollants = 24 penninck Hollants = 1,5 stuiver bijbetalen.

De ordonnantie uit 1608 vermeldde dus de volgende boetes per aas te lichte massa;
1 aas te lichte massa  /  boete 1,5 penning
2 aas te lichte massa  /  boete 2 x 1,5 = 3 penning
3 aas te lichte massa  /  boete 3 x 1,5 = 4,5 penning
4 aas te lichte massa  /  boete 4 x 1,5 = 6 penning
5 aas te lichte massa  /  boete 5 x 1,5 = 7,5 penning
6 aas te lichte massa  /  boete 6 x 1,5 = 9 penning
7 aas te lichte massa  /  boete 7 x 1,5 = 10,5 penning
8 aas te lichte massa  /  boete 8 x 1,5 = 12 penning = 12/16 stuiver = 3/4 stuiver
9 aas te lichte massa  /  boete 9 x 1,5 = 13,5 penning
10 aas te lichte massa  /  boete 10 x 1,5 = 15 penning
11 aas te lichte massa  /  boete 11 x 1,5 = 16,5 penning
12 aas te lichte massa  /  boete 12 x 1,5 = 18 penning
13 aas te lichte massa  /  boete 13 x 1,5 = 19,5 penning
14 aas te lichte massa  /  boete 14 x 1,5 = 21 penning
15 aas te lichte massa  /  boete 15 x 1,5 = 22,5 penning
16 aas = 0,5 engels te lichte massa  /  boete 16 x 1,5 = 24 penning = 24/16 stuiver = 1 1/2 stuiver
32 aas = 1 engels te lichte massa  /  boete 32 x 1,5 = 48 penning = 48/16 stuiver = 3 stuiver
48 aas = 1,5 engels te lichte massa  /  boete 48 x 1,5 = 72 penning = 72/16 stuiver = 4 ½ stuiver

Noot
1/2 Troois engels = 16 Troois aas = 16 x 0,048063254 = 0,769012063 gram.
1 Troois engels = 32 Troois aas = 32 x 0,048063254 = 1,538024125 gram
1,5 Troois engels = 48 Troois aas = 48 x 0,048063254 = 2,307036188 gram

Wanneer een zilveren munt de toegestane remedie meer dan 1,5 engels overschreed werd die munt voor biljoen verklaard ofwel afgekeurd c.q. buiten omloop gesteld.

Over het wegen van zilverstukken schrijft G.A. van Borssum Buisman;
Op gezag van de desbetreffende muntplaccaten moest voor ieder aas onderwicht van een zilveren munt (na aftrek van de remedie) 2 penningen betaald worden: het gewicht van 1/4 engels vertegenwoordigde dus de waarde van 1 stuiver. In een doos met muntgewichten voor het wegen van zilverstukken van Jan Caen (1645) staat dan ook bij het vakje, waarin zich blokjes met een gewicht van 8 aas en veelvouden daarvan bevinden, "stuiver-azen" geschreven. (Ook werden ze wel "silver aasen" genoemd.)

In modern Nederlands betekent dat toen;
Op gezag van de desbetreffende muntplakkaten moest men voor iedere aas die een zilveren munt meer dan de toegestane remedie te licht was, 2 penningen Hollants bijbetalen: de massa van 1/4 engels vertegenwoordigde dus de waarde van 1 stuiver. In een doos met muntgewichten voor het wegen van zilverstukken van Jan Caen (1645) staat dan ook bij het vakje, waarin zich blokjes met een gewicht van 8 aas en veelvouden daarvan bevinden, stuiverazen geschreven. (Ook werden ze wel zilverazen genoemd.)

Voor de zilveraas of stuiveraas gold; 1 zilveraas = 1 stuiveraas = 1/4 engels = 8 aas = 0,384506031 gram = 1 stuiver.
De zilveraas kwam in geldwaarde immers overeen met 8 aas x 2 penningen Hollants = 16 penningen Hollants = 1 stuiver. De zilveraas werd daarom ook wel stuiveraas genoemd, immers per zilveraas te lichte massa moest 1 stuiver worden bijbetaald. Zilverazen waren uitsluitend in gebruik in Amsterdamse dozen met muntgewichten voor zilveren munten.
 
Hier werd dus een nauwkeurigheid vereist van slechts 8 azen ofwel 0,384506031 gram.

Door middel van het gebruik van kleine, nauwkeurig gejusteerde Trooise gewichten, waarmee de massa van gouden en zilveren munten gecontroleerd kon worden, was men dus optimaal beveiligd tegen te lichte muntstukken en werd er paal en perk gesteld aan, zoals het in plakkaten wordt genoemd, de "vuyle baatsugt der Menschen".

Zeeuwse Dormant uit 1612 collectie DNB
50 mark krukgewicht collectie DNB
50 mark krukgewicht collectie W
8 mark krukgewicht collectie W
6 mark krukgewicht collectie W
4 mark krukgewicht uit Utrecht collectie W
4 mark krukgewicht collectie W
2 mark krukgewicht collectie W
1 mark krukgewicht collectie W
1/4 mark krukgewicht collectie W
1 Keuls Trooise mark krukgewicht collectie W
1/2 Keuls Trooise mark krukgewicht collectie W
1 mark blokgewicht collectie W
Broodvormig gewicht collectie W / berekende massa nog onbekend
1/8 pond Leeuwarden of 1/8 Troois pond collectie W
1 Troois pond sluitgewicht S.G. Nagel collectie W
16 Troois lood sluitgewicht P.J. le Cointe collectie W
8 Troois lood sluitgewicht J. l’Admiral collectie W
Slaper van 1/2 kati van de stad Batavia collectie W
4, 4, 3 en 2 engels vervaardigd door Jacob l’Admiral collectie W
4, 3, 3, 2, 1, 1/2, 1/2 en 1/2 engels vervaardigd door Pieter Jacob le Cointe collectie W
2 engels vervaardigd door Abraham Groengraft collectie W
3, 3 en 1 engels vervaardigd door Stephanus Gerardus Nagel collectie W
3 engels vervaardigd door Theodorus Antonius Nagel collectie W
2 engels vervaardigd door Theodorus Antonius Nagel collectie W
1/2 engels vervaardigd door Theodorus Antonius Nagel collectie W
3 engels vervaardigd door Gerrit Mathijsz Man collectie W
1 engels met het opschrift 1 EN / Franse of Trooise lelie collectie W
10, 9, 8, 7, 5 en 4 engels vervaardigd en geijkt door F.J. de Batist collectie W
3, 2 en 1 engels vervaardigd en geijkt door Jacques Delmotte collectie W
5 engels geijkt door Wolschot collectie W
5 engels vervaardigd door Jacobus Franciscus Wolschot collectie W
3 engels met drie Franse of Trooise lelies collectie W
1 Troois lood met cijfer I en één Franse of Trooise lelie collectie W
3 engels met drie Franse of Trooise lelies collectie W