Karaatgewichten

De oorsprong van het karaat
Zie het hoofditem Documentatie > De oorsprong van het karaat; de Ceratoniazaden.


Het karaat als massa-eenheid voor edelstenen en parels  /  de karaatgewichten
In het Nederlands kent het karaat twee betekenissen;

1
Als eenheid van goudgehalte / van goudwaarde / van de zuiverheid van goud, feitelijk het goudkaraat.
(Zie onder het hoofditem Documentatie > Goud)
2
Als massa-eenheid voor edelstenen, waaronder diamanten, en parels.

2.1
Volgens het ANSI (American National Standards Institute) wordt het karaat afgekort met de standaard afkorting CD.
2.2
In de internationale handel en juwelenindustrie wordt het karaat vaker aangeduid met carat, de Amerikaanse schrijfwijze karat, en/of afgekort als C, CM (het Engelse symbool voor metric carat of het Franse symbool voor carat métrique), CRT, CT, MK, K, KR, KRT en Kt.

De metrieke massawaarden van de karaatgewichten gedurende verschillende perioden
In onderstaand overzicht worden de gewichtsvormen en de metrieke massawaarden van het in de Nederlanden gebruikte juwelierskaraat gedurende de diverse perioden weergegeven.


Periode tot ± 1800 (platte, vierkante, naar beneden taps toelopende blokgewichten)
Juweliers gebruikten tot ± 1800 het Amsterdams pond dat sinds de Amsterdamse keur van 30-08-1630 een metrieke massawaarde kende van 1 Troois pond + 40 Trooise aas =

492,167720000 + (40 x 0,048063254) = 492,167720000 + 1,992530160 = 494,090250160 gram.
1 Amsterdams ons = 1/16 pond = 494,090250160 / 16 = 30,880640635 gram.
1 juwelierskaraat = 1/150 Amsterdams ons = 30,880640635/150 gram = 0,205870938 gram = 205,9 mg.

Periode  ± 1800-1912 (platte, vierkante, naar beneden taps toelopende blokgewichten)
Juweliers gebruikten vanaf ± 1800-1912 het Hollands Troois pond van 492,167720000 gram.

1 Hollands Troois ons = 1/16 pond = 492,167720000 / 16 = 30,760482500 gram.
1 karaat = 1/150 Hollands Troois ons = 30,760482500/150 gram = 0,205069883 gram = 205,1 mg.
1 juwelierskaraat (volgens professor van Swinden) =4  4/15 Trooise aas = 4  4/15 x 0,048063254 = 0,205069884 gram = 205,1 mg.
1 Hollands Troois mark = 160 engels = 1200 karaat.
1 karaat is 1/1200 Troois mark = 246,083860000/1200 = 0,205069883 gram.
1 engels = 1200 / 160 = 7,5 karaat= 1,538024125 gram. 
1 karaat = 1 engels / 7,5 = 1,538024125 / 7,5 = 0,205069883 gram = 205,1 mg.

Het goudkaraat  /  de goudaas
Het Hollands Troois ons werd onderverdeeld in 20 engels = 640 aas, dus 1 engels = 32 aas.
Voor gouden voorwerpen werd 1 engels verder onderverdeeld in 8 goudkaraat van ieder 4 goudaas.
1 engels = 8 goudkaraat
1 goudkaraat = 1/2560 pond = 1/160 ons = 1/8 engels = 4 aas = 0,192253016 gram = 192,2 mg
1 goudkaraat = 4 goudaas
1 goudaas = 1/4 goudkaraat = 1/640 ons = 1 aas = 0,048063254 gram

Verder geldt voor het goudkaraat;
160 goudkaraat = 1 ons = 640 aas
80 goudkaraat = 1/2 ons = 320 aas
8 goudkaraat = 32 goudaas = 32 aas = 1 engels
4 goudkaraat = 1/2 engels = 16 aas
2 goudkaraat = 1/4 engels = 8 aas
1 goudkaraat = 1/160 ons = 4 goudaas = 4 aas
1/2 goudkaraat = 2 aas
1/4 goudkaraat = 1 aas
 
Het zilversmedenkaraat  /  de zilversmedenaas
Het Hollands Troois ons werd onderverdeeld in 20 engels = 640 aas, dus 1 engels = 32 aas.
Voor zilveren voorwerpen werd 1 engels verder onderverdeeld in 8 zilversmedenkaraat van ieder 4 zilversmedenaas.
1 engels = 8 zilversmedenkaraat
1 zilversmedenkaraat = 1/2560 pond = 1/160 ons = 1/8 engels = 4 zilversmedenaas = 4 aas = 0,192253016 gram = 192,2 mg
1 zilversmedenkaraat = 4 zilversmedenaas = 4 aas
1 zilversmedenaas = 1/4 zilversmedenkaraat = 1/640 ons = 1 aas = 0,048063254 gram

Verder geldt voor het zilversmedenkaraat;
160 zilversmedenkaraat = 1 ons = 640 aas
80 zilversmedenkaraat = 1/2 ons = 320 aas
8 zilversmedenkaraat = 32 zilversmedenraas = 32 aas = 1 engels
4 zilversmedenkaraat = 1/2 engels = 16 aas
2 zilversmedenkaraat = 1/4 engels = 8 aas
1 zilversmedenkaraat = 1/160 ons = 4 zilversmedenaas = 4 aas
1/2 zilversmedenkaraat = 2 aas
1/4 zilversmedenkaraat = 1 aas

Uit het bovenstaande blijkt dat het goudkaraat en het zilversmedenkaraat aan elkaar gelijk zijn!

Het karaat van 4 greinen
Het karaat werd soms gelijk gesteld aan 4 grein. Hoewel de massa van diamanten zelden in greinen werd uitgedrukt was het daarentegen bij parels normaal om de massa in greinen aan te geven.

1 karaat = 4 (parel)grein.
1 (parel)grein = 1/4 karaat = 0,205069883/4 gram = 0,051267471 gram = 51,267471 mg ofwel ongeveer 51 mg.

Het snoeien van aas- en greingewichten c.q. azen of greinen, zoals dat wel met munten gebeurde, moet vrij eenvoudig geweest zijn. Alleen in Luik nam men daartegen maatregelen; men verlangde daar dat aasgewichten van een kartelrand voorzien moesten zijn en moesten worden geijkt.

Karaatgewichten kenden de massawaarden van in hoofdzaak 1, 2, 3, 4, 8, 16, 32 en 64 karaat.

Een enkele maal kwamen er ook gewichten met een massa van 12 en 24 karaat voor.
Boven de massawaarde van 64 karaat gold een indeling vanaf 100 karaat met in hoofdzaak gewichten met een massa van 100, 200, 300, 400, 500 en 1000 karaat.
De massa-aanduidingen werden bovenop het gewicht aangegeven, oorspronkelijk in laag reliëf, maar al spoedig meestal in reliëf en omgeven door één of meerdere cirkels. 

De fracties van 1 voormetriek karaat waren dunne vierkante koperen plaatjes ook wel “puntjes” genoemd, ze werden als volgt ingedeeld: 1/2, 1/4, 1/8, 16, 32 en 64. Zo was bijvoorbeeld;
1/32 karaat tot ± 1800 = 0,205870938 gram / 32 = 0,006433467 gram ofwel 6,4 mg.
1/32 karaat vanaf ± 1800 tot 1912 = 0,205069883 gram / 32 = 0,006408434 gram ofwel eveneens 6,4 mg.  

Met de invoering van het metrieke stelsel in Nederland per 01-01-1820 verdween het Troois gewicht. Het karaatgewicht diende daarmee in feite ook te verdwijnen, maar bleef toch in zijn oude vorm bestaan. Jarenlang werd er naar gestreefd om het karaatgewicht internationaal te standaardiseren. De reden daarvoor was dat de massa van het karaat in bijna elk land verschillend was, soms varieerde de massawaarde zelfs per stad. Al die massawaarden kwamen wel ongeveer overeen met de massa van een Ceratoniazaadje, echter de massa daarvan werd niet door iedereen als 0,2052 g of 205,2 mg aanvaard. Bovendien was de lokale handel soms, zoals dat ook wel met de massa van munten het geval was, gebaat bij het veranderen van de massawaarde.
Pas in 1908 konden er voor het karaat algemene internationale regels worden ingevoerd. Toen werd uiteindelijk op Amerikaans-Frans initiatief een metriek karaat voor edelstenen, waaronder diamanten, en parels vastgesteld en gestandaardiseerd op exact 0,2 gram of 200 milligram.

Nederland voerde bij de Wet van 07-04-1911 (Staatsblad 113), waarin bepalingen werden vastgesteld betreffende het gebruik van de benaming metriek karaat voor de massa
van 0,2 gram, het internationaal gestandaardiseerde metrieke karaat van 0,2 gram of 200 mg in. Het metrieke karaat werd onderverdeeld in 100 punten van elk 0,002 gram ofwel
2 milligram. Daarbij geldt;

1 metriek karaat = 1 karaat = 2×10-4 kilogram = 0,0002 kilogram = 0,2 gram = 200 mg.
5 karaat = 1 gram.
10 karaat = 2 gram.
5000 karaat = 5000 x 0,2 gram = 1000 gram = 1 kilogram.

In de regel zijn diamanten lichter dan 1 karaat en wordt hun massa uitgedrukt in punten.
De diamanten worden dan gemeten op het dichtstbijzijnde honderdste van een karaat. Daarbij geldt;
1 karaat = 100 punten = 0,2 gram = 200 milligram.
1 punt = 1/100 karaat = 0,002 gram = 2 milligram.
1/10 karaat = 0,10 karaat = 10/100 karaat = 10 punten.
1/20 karaat = 0,05 karaat = 5/100 karaat = 5 punten.
De massa van kleine stenen van bijvoorbeeld 0,10 en 0,05 karaat wordt dan ook meestal aangeduid in punten, in dit geval als een massa van 10 respectievelijk 5 punten.

Metrieke karaatgewichten ressorteren in Nederland sinds 1923 onder de gewichten voor fijne weging.
In 1923 werd namelijk verordonneerd dat de door apothekers, apotheekhoudende geneeskundigen, goud- en zilversmeden, juweliers, handelaars in edele metalen en handelaars in edelgesteenten, ter herijk aangeboden gewichten als gewichten voor fijne weging moesten worden aangemerkt.

Onder het hoofditem Gewichten en de subitems Gewichten voor fijne weging: 1912-1941, 1941-1949 en 1949-heden is informatie te vinden over de Nederlandse metrieke karaatgewichten van na 1912.

De karaatgewichtdozen of karaatdozen
In de 14e eeuw wordt das Garat al in een Neurenbergse kroniek vermeld als een apart gewichttype voor het wegen van parels. De oudst bekende karaatgewichten dateren van omstreeks 1600 en zijn afkomstig uit karaat- of diamantgewichtdozen. Karaatgewichten werden immers, net als muntgewichten in muntgewichtdozen, in karaatgewichtdozen opgeborgen.


Ook de Nederlanden kennen het karaat als massa-eenheid voor de massabepaling van edelstenen en parels. Terwijl we voor gouden en zilveren munten uit vele landen muntgewichtdozen kennen, zijn karaatgewichtdozen veel schaarser. Ze zijn slechts bekend uit de centra van de diamanthandel; Antwerpen, Amsterdam en Londen. De oudste dozen van omstreeks 1600 zijn, evenals de houten muntgewichtdozen uit die tijd, versierd met decoraties uit de boekdrukkunst.

De latere karaatdozen zijn aan de binnenkant van het deksel vaak voorzien van een etiket waarop de naam van de balansenmaker is vermeld. De Nederlandse etiketten zijn soms fraai gekleurd. De gelijkarmige balans ligt gewoonlijk achteraan in de doos, zodat de naald bij het sluiten van de doos niet beschadigd raakt, de schaaltjes liggen steeds links van de balansnaald, op c.q. in elkaar. De gewichten zijn allemaal aan de rechterkant van de balansnaald in vierkante vakjes ondergebracht, meestal onder een houten schuifje of klepje. De fracties bevinden zich in een apart vakje dat veelal met een schuifje wordt afgesloten.

Verscheidene Amsterdamse karaatgewichtdozen zijn voorzien van een messing pen om daarmee de vierkante gewichten gemakkelijk uit hun vakjes te kunnen halen. Ook zit er in vele karaatdozen een pincet. In de Amsterdamse karaatdozen is dat pincet aan het andere uiteinde meestal voorzien van een schepje, om daarmee de diamantjes beter te kunnen hanteren.

In het midden van het deksel van veel over het algemeen zwarte Amsterdamse karaatdozen, is aan de buitenkant een wapenschild uitgesneden. Karaatdozen zijn vaak kleiner dan muntgewichtdozen, terwijl het grootste gewicht gewoonlijk een karaatgewicht van 32 karaat is. Sporadisch vindt men een grotere doos voor het wegen van ruwe industriediamanten. De karaatbalansjes zijn over het algemeen wat kleiner dan de balansjes uit de reguliere muntgewichtdozen en de beide ronde (messing) balansschaaltjes zijn dieper van vorm.

Uit de 19e eeuw stammen de wat alledaags aandoende, Nederlandse, tot karaatdoos getransformeerde tabaksdozen. Ze zijn vervaardigd uit koper of vernikkeld koper met één bergruimte, meestal voorzien van een dekseltje, voor de gewichten en één bergruimte voor de balansschalen. Het pincet en/of het schepje wordt bij dergelijke karaatdozen meestal in een beugel in het deksel geschoven.

De balansschalen van de tot karaatdoos getransformeerde tabaksdozen en van de metrieke karaatdozen zijn meestal vervaardigd uit nieuwzilver. Nieuwzilver is een zilverkleurige legering van koper (65%), zink (23%) en nikkel (12%). Andere benamingen voor nieuwzilver zijn hotelzilver, nikkelzilver, Berlijns zilver en alpaca. Een economisch voordeel voor bijvoorbeeld horeca bedrijven is dat het onderhoud/poetsen van nieuwzilver veel minder kost dan het onderhoud van verzilverd materiaal. Het materiaal wordt vooral toegepast vanwege de corrosievastheid, de bewerkbaarheid en het fraaie op zilver lijkende uiterlijk.