Gewichten voor fijne weging 1949-heden

Gewichten voor fijne weging per 01-01-1820, algemeen

Na 01-01-1820 werden gewichten voor fijne weging gebruikt voor de nauwkeurige weging van kostbare materialen c.q. edele metalen zoals goud en zilver, maar ook van parels, diamanten, edelstenen, grondstoffen voor medicamenten en geneesmiddelen volgens doktersrecept. Dergelijke gewichten waren bijvoorbeeld in gebruik bij goudsmeden en apothekers.


Gewichten voor fijne weging werden nauwkeuriger gejusteerd dan de gewone handelsgewichten, dat wil zeggen dat de massa veel nauwkeuriger werd bepaald. Tegenwoordig worden de gewichten voor fijne weging, die slechts een kleine afwijking van de vereiste massa mogen bezitten, gebruikt voor het afstellen of kalibrerenvan elektronische balansen. Kalibreren betekent in dit geval het vergelijken van de door een elektronische balans aangeduide waarde met een standaard, het gewicht voor fijne weging, en indien noodzakelijk het afregelen van de elektronische balans, zodat de aflezing binnen de door de fabrikant opgegeven meetfout valt.

Gewichten voor fijne weging: 1949-heden

Periode 1949-heden; Beschikking d.d. 03-02-1949, in werking getreden per 01-03-1949

Koperen gewichten
Koperen gewichten voor fijne weging massa-aanduidingen c.q. opschriften
De koperen gewichten bezaten de massawaarden van 25000, 20000, 10000, 5000, 2000, 1000, 500, 200, 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 gram. Het opschrift gram werd op de koperen gewichten op de bovenkant van het gewichtlichaam als een kleine letter g, niet gevolgd door een punt, afgeslagen.


Op de gewichten ten behoeve van de massabepaling van parels, diamanten en edelstenen mocht, tegenover deze massa-aanduiding, de massa in metriek karaat worden vermeld door middel van een getal gevolgd door het symbool Kt.
Per 01-01-1969 werd dat symbool gewijzigd in een kleine letter k.
Per 28-03-1974 werd voor het metrieke karaat het symbool Kt of ct voorgeschreven. Daarbij gold;
10 metriek karaat = 10 k  /  Kt of ct = 2 gram = 2000 mg
5 metriek karaat = 5 k  /  Kt of ct = 1 gram = 1000 mg
1 metriek karaat = 1 k  /  Kt of ct = 0,200 gram = 200 mg

Koperen gewichten voor fijne weging vorm
De cilindrische gewichten van 25000 t/m 2000 gram waren van een kruk voorzien en de gewichten vanaf 1000 gram t/m 1 gram van een knop. 
De krukken en knoppen van de gewichten van 5 gram en zwaarder waren afschroefbaar.

Koperen gewichten voor fijne weging materiaal
De gewichten moesten uit messing (geelkoper) vervaardigd worden.
De gewichten mochten geplatineerd (dat wil zeggen overdekt met een laagje platina), verguld, verzilverd, verchroomd, vernikkeld of gevernist zijn.

Koperen gewichten voor fijne weging justeergelegenheid
Als de gewichten voorzien waren van een afschroefbare kruk c.q. knop werd de ruimte daaronder als justeerruimte gebruikt. De gewichten van 1 en 2 gram, die waren uitgevoerd met een vaste knop, kenden geen justeermogelijkheid.

Koperen gewichten voor fijne weging gieters- of fabrieksmerk
Het weinig in het oog vallende gieters- of fabrieksmerk moest in het grondvlak afgeslagen worden.

Koperen gewichten voor fijne weging kantoormerk
Het kantoormerk moest in het grondvlak, diametraal tegenover het fabrieksmerk, met de onderzijde van het cijfer naar het midden van het grondvlak gericht worden afgeslagen.
Op de metrieke karaatgewichten moest het kantoormerk 90 graden gedraaid ofwel loodrecht op de hiervoor genoemde richting afgeslagen worden.

Koperen gewichten voor fijne weging ijkmerken c.q. jaarletters
De ijkmerken c.q. jaarletters op de koperen gewichten van 25000 t/m 5 gram moesten op het gewichtlichaam, dicht onder de bovenrand en onder het midden van de massa-aanduiding afgeslagen worden. Ieder volgend ijkmerk moest recht onder het voorgaande ijkmerk afgeslagen worden of anders rechts naast het eerste ijkmerk van de laatste rij.
Op de gewichten van 2 en 1 gram moesten de ijkmerken in het grondvlak afgeslagen worden.

Per 23-10-1950 werd voorgeschreven dat in gewichten die van een beschermingslaag van het metaal waren voorzien het ijkmerk c.q. de jaarletter 90 graden gedraaid moest worden afgeslagen.
Was een gewicht na de eerste ijk verchroomd, vernikkeld of iets dergelijks, dan werden de ijkmerken c.q. de jaarletters na controle van de beschermingslaag verder 90 graden gedraaid afgeslagen.

Per 01-01-1970 verviel het op die bijzondere manier afslaan van de ijkmerken c.q. de jaarletters.
Per 01-01-1970 werd de plaats voor de ijkmerken c.q. de jaarletters gewijzigd in verband met de beschadiging van het conische gewichtlichaam van de gewichten van 1000 t/m 5 gram.
Het eerste ijkmerk c.q. de eerste jaarletter moest nu in het grondvlak, dichtbij de rand en diametraal tegenover het kantoormerk afgeslagen worden.
Bij de herijk werden de ijkmerken c.q. jaarletters willekeurig in het grondvlak afgeslagen.
Nadat het grondvlak vol was bij de gewichten van 5 gram en zwaarder bovendien op het gewichtlichaam, op de manier zoals dat vóór 1970 was voorgeschreven. Dat wilde zeggen;
dicht onder de bovenrand onder het midden van de massa-aanduiding , ieder volgend ijkmerk recht onder het voorgaande ijkmerk of anders rechts naast het eerste ijkmerk van de laatste rij.

03-10-1949
Door de Reijers en Zn. N.V. Amsterdam (1948-1953) werden 140 stuks gewichten voor fijne weging van 1 gram aangeboden, waarbij het cijfer 1 en de letter g naast elkaar stonden terwijl ze eigenlijk afzonderlijk naar het middelpunt gericht afgeslagen moesten worden. De gewichten werden toch toegelaten.

23-10-1951
Gewichten van 1000, 200 en 100 gram van de Haagsche Balansen en Gewichtenfabriek N.V. te Den Haag, fabrieksmerk H, waarbij de naamafslag te diep was aangebracht werden tot de keuring toegelaten.

05-11-1981
Op 30 gewichten van 2 gram en 6 gewichten van 1 gram, van de Haagsche Balansen en Gewichtenfabriek N.V. te Den Haag, fabrieksmerk H, waren bij de eerste ijk abusievelijk de EEG-merken (E4 en H4) aangebracht in plaats van het nationale kantoor- en goedkeuringsmerk. De gewichten werden toch toegelaten. Bij herkeuring werd het nationale goedkeuringsmerk afgeslagen.

Voor de milligramgewichten golden de voorschriften uit de
Periode 1941-heden;
Beschikking d.d. 09-05-1939 (in werking getreden per 01-01-1941)

Afkeuringmerk
Wanneer een gewicht niet meer voor goedkeuring in aanmerking kwam, bijvoorbeeld in verband met een volledig gevulde justeeropening, werd daarop een afkeuringmerk afgeslagen.
Het afkeuringmerk bestond uit een vertikaal gearceerde, gelijkzijdige driehoek, die normaliter door de laatste jaarletter en eenmaal daaronder werd afgeslagen.
Afkeuringmerken werden echter ook wel op het gewichtlichaam, bovenop de knop, en bij milligramgewichten door het kantoormerk en onder het getal dat het aantal milligrammen aangeeft afgeslagen.

Metrieke karaatgewichten: 1969-heden

Periode 1969-heden; Beschikking d.d. 30-12-1968, in werking getreden per 01-01-1969.
(volgens toelating 1061)

Metrieke karaatgewichten
Metrieke karaatgewichten massa-aanduidingen c.q. opschriften
Aan Gottlieb Haigis G.m.b.H. te Albstadt in Duitsland werd op 06-06-1984 toelating voor metrieke karaatgewichten verleend. Dergelijke gewichten werden geproduceerd in een Duitse en Belgische uitvoering en werden gebruikt voor de weging van parels, diamanten en edelstenen. Daarbij gold;
10 metriek karaat = 2000 mg
5 metriek karaat = 1000 mg
1 metriek karaat = 200 mg

De gewichten bezaten de massawaarden van 500, 250, 200, 100, 50, 25, 20, 10, 5, 2, 1, 0,5, 0,25, 0,2, 0,1, 0,05, 0,02 en 0,01 Kt.

De massawaarde in metriek karaat werd op de bovenkant van het gewicht afgeslagen.
Bij de gewichten van 1 Kt (= 1 karaat = 200 mg) t/m 500 Kt (= 500 karaat = 100 gram) werd de massa aangeduid met het symbool Kt of ct.

Bij de gewichten van 0,01 Kt (= 0,01 karaat = 2 mg) t/m 0,5 Kt (= 0,5 karaat = 100 mg) mocht de massa naar keuze worden aangeduid in;
* decimale breuken, waarbij vanaf 0,1 Kt en zwaarder de gewichten waren voorzien van het symbool Kt of ct, op de gewichten kleiner dan 0,1 Kt werd de massa slechts aangegeven door een getal
* honderdsten van een metriek karaat zonder het symbool Kt of ct, op de gewichten kleiner dan 0,1 Kt werd alleen de teller van de breuk vermeld en werd de noemer van de breuk weggelaten

Metrieke karaatgewichten vorm

De gewichten van 500 t/m 1 Kt naar keuze;
* cilindrisch, voorzien van een vaste knop (Belgische uitvoering)
* omgekeerd, afgeknot piramidevormig (Duitse uitvoering)
 
De gewichten met een massa van 0,5 Kt t/m 0,01 Kt waren lamelgewichten voorzien van een opstaande rand.

Metrieke karaatgewichten materiaal
De gewichten met een massa van 500 t/m 1 Kt werden vervaardigd van vernikkeld messing, de gewichten met een lichtere massa van aluminium.

Metrieke karaatgewichten justeergelegenheid
De gewichten kenden geen justeergelegenheid.

Metrieke karaatgewichten
gieters- of fabrieksmerk
Op de gewichten van 500 t/m 1 Kt werd het fabrieksmerk in de bovenkant van het gewicht afgeslagen. Op de gewichten met een lichtere massa werd geen fabrieksmerk afgeslagen.

Metrieke karaatgewichten kantoormerk
Op de gewichten van 500 t/m 1 Kt werd het kantoormerk in het grondvlak kort tegen de rand, met de onderkant naar het midden van het grondvlak gekeerd, afgeslagen.
Op de lamelgewichten van 0,5 Kt en 0,25 Kt werd het kantoormerk afgeslagen onder het getal dat de massawaarde aangeeft.
De lichtere gewichten werden niet van een kantoormerk voorzien.

Metrieke karaatgewichten ijkmerken c.q. jaarletters
Op de gewichten van 500 t/m 1 Kt moest het eerste goedkeuringsmerk in het grondvlak kort tegen de rand en diametraal tegenover het kantoormerk afgeslagen worden. De volgende goedkeuringsmerken moesten op een willekeurige plaats in het grondvlak worden afgeslagen.
Wanneer het grondvlak vol was gestempeld, moesten bij de gewichten van 25 Kt en zwaarder de volgende goedkeuringsmerken op het gewichtlichaam, dicht onder de bovenrand onder het midden van de massa-aanduiding, afgeslagen worden. Ieder volgend ijkmerk moest recht onder het voorgaande ijkmerk worden afgeslagen of anders rechts naast het eerste ijkmerk van de laatste rij.

Op de lamelgewichten van 0,5 Kt en 0,01 Kt werden geen goedkeuringsmerken afgeslagen.
Dergelijke gewichten werden bij de ijk en herijk in een met lak verzegelde enveloppe gestoken.
Het goedkeuringsmerk werd in het lakzegel aangebracht.

Milligramgewichten: 1978-heden

Periode 1978-heden; EEG-ijkbeschikking d.d. 30-05-1978, in werking getreden per 01-07-1978.

Milligramgewichten
Volgens de EEG- ijkbeschikking d.d. 30-05-1978, in werking getreden per 01-07-1978, kenden de allerkleinste metrieke, decimaal ingedeelde milligramgewichten de volgende vormen;
* Driehoekig; de gewichten van 1000, 100, 10 en 1 mg
* Vierkant; de gewichten van 200, 20 en 2 mg
* Vijfhoekig; de gewichten van 500, 50 en 5 mg
Ook mochten draadvormige gewichten gebruikt worden die dan uit 1, 2 respectievelijk 5 segmenten dienen te bestaan.
Dergelijke gewichten werden vroeger van koper of van een koperlegering, van platina, goud of zilver gemaakt. Vanaf ongeveer 1980 werden ze echter meestal uit aluminium vervaardigd. Ze werden vanaf 50 mg geijkt.

Precisiegewichten
: 1978-heden

Periode 1978-heden; EEG-ijkbeschikking d.d. 30-05-1978, in werking getreden per 01-07-1978.

Precisiegewichten

In het kader van de gewichten voor fijne weging worden de zogeheten precisiegewichten hier niet behandeld. Precisiegewichten zijn de gewichten met een grotere nauwkeurigheid dan de gewichten voor gewone weging, met uitzondering van de metrieke karaatgewichten, conform de EEG-ijkbeschikking d.d. 30-05-1978. Dergelijke gewichten worden ingedeeld in de nauwkeurigheidsklassen E1, E2, F1, F2 en M1.
Volledigheidshalve wordt er voor wat betreft deze precisiegewichten verwezen naar het Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten, door Jan Bot / Ad van Diest, blz. 161 t/m 167. Het Vademecum werd uitgegeven door de Vereniging van Verzamelaars van Maten en Gewichten te Amsterdam. 1983.