Gewichten voor fijne weging: 1912-1941

Gewichten voor fijne weging per 01-01-1820, algemeen
Na 01-01-1820 werden gewichten voor fijne weging gebruikt voor de nauwkeurige weging van kostbare materialen c.q. edele metalen zoals goud en zilver, maar ook van parels, diamanten, edelstenen, grondstoffen voor medicamenten en geneesmiddelen volgens doktersrecept. Dergelijke gewichten waren bijvoorbeeld in gebruik bij goudsmeden en apothekers.


Gewichten voor fijne weging werden nauwkeuriger gejusteerd dan de gewone handelsgewichten, dat wil zeggen dat de massa veel nauwkeuriger werd bepaald. Tegenwoordig worden de gewichten voor fijne weging, die slechts een kleine afwijking van de vereiste massa mogen bezitten, gebruikt voor het afstellen of kalibreren van elektronische balansen. Kalibreren betekent in dit geval het vergelijken van de door een elektronische balans aangeduide waarde met een standaard, het gewicht voor fijne weging, en indien noodzakelijk het afregelen van de elektronische balans, zodat de aflezing binnen de door de fabrikant opgegeven meetfout valt.

Gewichten voor fijne weging: 1912-1941

Periode 1912 tot 1919; Koninklijk Besluit d.d. 06-11-1912 (Staatsblad 341)
Op Amerikaans-Frans initiatief werd een metriek karaat voor diamanten, edelstenen en parels in 1908 vastgesteld en gestandaardiseerd op exact 0,2 gram of 200 mg. De reden waarom er jarenlang internationaal naar standaardisatie van het karaatgewicht werd gestreefd was dat de massawaarde in bijna elk land verschillend was. Soms varieerde de massawaarde zelfs per stad. De massa van een 
Ceratoniazaadje werd niet door iedereen als 0,2052 gram / 205,2 mg aanvaard. De lokale handel was bovendien soms gebaat bij een verandering van de massawaarde, zoals dat ook wel bij de massa van munten het geval was.
In Nederland golden voor de massawaarde van het karaat de volgende massawaarden.
Tot ± 1800
1 karaat = 1/150 Amsterdams ons = 30,880640635/150 gram = 0,205870938 gram = 205,9 mg

Tussen ± 1800-1912
1 karaat = 1/150 Hollands Troois ons = 30,760482500/150 gram = 0,205069883 gram = 205,1 mg


In 1912 voerde Nederland het internationaal gestandaardiseerde metrieke karaat van 0,2 gram of 200 mg in. Het metrieke karaat werd onderverdeeld in 100 puntjes van elk 0,002 gram ofwel 2 milligram.
Vanaf 1912 ging Nederland van de voor die tijd gebruikelijke indeling van 1, 2, 3, 4, 8, 16, 32, 64, 100, 200, 300, 400 en 500 karaat ook over op een decimale indeling (waarbij alleen de cijfers 0 en 1 t/m 9 worden gebruikt) van 1, 2, 5, 10 en vervolgens 25, 50, 100, 250, enz. karaat. Alleen Nederland heeft, wat eigenzinnig, een massawaarde van 2 1/2 metriek karaat (M.K.) en niet van 2 M.K. ingevoerd. Dat gebeurde omdat de massawaarde van 2 M.K. gelijk zou zijn aan 0,4 gram en die massawaarde paste niet in de cijferreeks van de gewone gewichten. Mogelijk is dat echter een tussenstap geweest om de karaatgewichten als afwijkend systeem geheel af te schaffen.

Karaatgewichten bezaten tot 1912 de vorm van platte, vierkante, naar beneden taps toelopende blokjes die in de karaatgewichtdozen opgeborgen konden worden. Met de invoering van het metrieke karaat is deze eenheid van vorm helaas verloren gegaan. De grote metrieke karaatgewichten werden vanaf 1912 uitgevoerd als cilindrische knopgewichten en de kleine als milligramgewichten.
Sinds de invoering van het metrieke karaat werden karaatgewichten overigens ook geijkt.

Onder het hoofditem Gewichten en de subitems Gewichten voor fijne weging: 1912-1941, 1941-1949 en 1949-heden is informatie te vinden over de Nederlandse metrieke karaatgewichten van na 1912.

Koperen gewichten voor fijne weging massa-aanduidingen c.q. opschriften
De cilindrische koperen gewichten bezaten de massawaarden van 25, 20, 10, 5, 2 en 1 kilogram, 5, 2 en 1 ons en 50, 20, 10, 5, 2 en 1 gram. De gewichten van 25 t/m 5 kilogram waren van een kruk voorzien en de gewichten vanaf 2 kilogram t/m 1 gram van een knop.
De opschriften op de koperen gewichten werden met hoofdletters geschreven en werden gevolgd door een punt; dus KILOGRAM., ONS. en G..

Tegenover de opschriften ONS. en G. mocht op de gewichten van 1 ONS. en kleiner, bestemd voor fijne wegingen van parels, diamanten en edelgesteenten, een getal worden aangebracht waarmee het aantal metriek karaat werd aangeduid, gevolgd door de afkorting M.K. Daarbij gold;
10 metriek karaat = 10 M.K. = 2 gram = 2000 mg
5 metriek karaat = 5 M.K. = 1 gram = 1000 mg
2 1/2  metriek karaat = 2 1/2 M.K. = 0,5 gram = 500 mg
1 metriek karaat = 1 M.K. = 0,2 gram = 200 mg

Koperen gewichten voor fijne weging kantoormerk
Het kantoormerk moest als volgt afgeslagen worden;

* In het grondvlak
* Met ingang van 01-07-1913 in het grondvlak, diametraal tegenover het fabrieksmerk
* Bij de circulaire van 03-02-1914 met de onderzijde van het cijfer naar het midden van het grondvlak gericht
* Op de metrieke karaatgewichten 90 graden gedraaid

Milligramgewichten
Milligramgewichten massa-aanduidingen c.q. opschriften
Conform het K.B. d.d. 06-11-1912 (Staatsblad 341) werden de massawaarden van 1000, 500, 200 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 milligram van de uit aluminium vervaardigde milligrammen slechts aangeduid met een getal dat het aantal milligrammen aangaf, zonder de aanduiding mg. Onder de massa-aanduiding op de gewichten van 200 mg en meer mocht het getal worden ingeslagen dat de massa in metriek karaat aangaf, gevolgd door de afkorting M.K. (Metriek Karaat). Dat was echter geen verplichting.


Milligramgewichten vorm
Milligramgewichten kenden, afhankelijk van de massa, conform het K.B. van 06-11-1912 (Staatsblad 341) verschillende vormen;

* De milligramgewichten van 500, 50 en 5 mg waren rond en holvormig 
* De milligramgewichten van 1000, 100, 10 en 1 mg waren vierkant en holvormig 
* De milligramgewichten van 200, 20 en 2 mg waren langwerpig, met één opstaande korte zijde

Milligramgewichten materiaal
Milligramgewichten werden uit aluminium vervaardigd.


Milligramgewichten justeergelegenheid
Justering van milligramgewichten bij de herijk was niet toegestaan.


Milligramgewichten fabrieksmerk

Op de milligramgewichten werd geen fabrieksmerk afgeslagen.

Milligramgewichten kantoormerk
Bij het K.B. d.d. 06-11-1912 (Staatsblad 343) moest het kantoormerk op de gewichten van 1000, 500, 200, 100 en 50 mg afgeslagen worden boven het midden van het getal dat de massa aanduidt.
Op de gewichten van 20, 10, 5, 2 en 1 mg hoefde het kantoormerk niet afgeslagen te worden, die waren daarvan vrijgesteld.

De circulaire d.d. 03-02-1914 schreef voor dat het kantoormerk op de gewichten van 1000, 500 en 200 mg met de onderkant van het cijfer gericht naar de massa-aanduiding c.q. de massa-aanduiding en de benaming afgeslagen moest worden.
Op de metrieke karaatgewichten van moest het kantoormerk 90 graden gedraaid afgeslagen worden.

Milligramgewichten ijkmerken c.q. jaarletters
Bij het K.B. d.d. 06-11-1912 (Staatsblad 343) werden de mg-gewichten vrijgesteld van het afslaan van een ijkmerk c.q. jaarletter.

Periode 1919 tot 1941; Koninklijk Besluit d.d. 28-05-1919 (Staatsblad 269)

Koperen gewichten voor fijne weging massa-aanduidingen c.q. opschriften
De cilindrische koperen gewichten bezaten de massawaarden van 25, 20, 10, 5, 2 en 1 kilogram, 5, 2 en 1 ons en 50, 20, 10, 5, 2 en 1 gram. De gewichten van 25 t/m 5 kilogram waren van een kruk voorzien en de gewichten vanaf 2 kilogram tot en met 1 gram van een knop.
De opschriften op de koperen gewichten werden met hoofdletters geschreven en werden gevolgd door een punt; dus KILOGRAM., ONS. en G..

Tegenover de opschriften mocht op alle gewichten, bestemd voor fijne wegingen van parels, diamanten en edelgesteenten, een getal worden aangebracht waarmee het aantal metriek karaat werd aangeduid, gevolgd door de afkorting M.K. De overige voorschriften waren identiek aan de voorschriften zoals die gedurende de periode 1912-1919 golden conform het K.B. d.d. 06-11-1912 (Staatsblad 341).

Noot
Metrieke karaatgewichten ressorteren in Nederland sinds 1923 onder de gewichten voor fijne weging. In 1923 werd namelijk verordonneerd dat de door apothekers, apotheekhoudende geneeskundigen, goud- en zilversmeden, juweliers, handelaars in edele metalen en handelaars in edelgesteenten, ter herijk aangeboden gewichten als gewichten voor fijne weging moesten worden aangemerkt.

Milligramgewichten
Milligramgewichten massa-aanduidingen c.q. opschriften
De massa-aanduiding op het gewicht van 20 mg moest 90 graden gedraaid, nu in de lengterichting van het gewicht, afgeslagen worden en het cijfer 2 op het gewicht van 2 mg moest kleiner worden uitgevoerd in verband met beschadiging van de randen.


Milligramgewichten vorm
De afmetingen van de gewichten van 20 mg en 2 mg moesten kleiner uitgevoerd worden.

De overige voorschriften waren identiek aan de voorschriften zoals die gedurende de periode 1912-1919 golden conform het K.B. d.d. 06-11-1912 (Staatsblad 341).

Afkeuringmerk
Wanneer een gewicht niet meer voor goedkeuring in aanmerking kwam, bijvoorbeeld in verband met een volledig gevulde justeeropening, werd daarop een afkeuringmerk afgeslagen.

Het afkeuringmerk bestond uit een vertikaal gearceerde, gelijkzijdige driehoek, die normaliter door de laatste jaarletter en eenmaal daaronder werd afgeslagen.
Afkeuringmerken werden echter ook wel op het gewichtlichaam, bovenop de knop, en bij milligramgewichten door het kantoormerk en onder het getal dat het aantal milligrammen aangeeft afgeslagen.