Gewichten voor fijne weging: 1820-1870

IJkwet d.d. 21-08-1816 (Staatsblad 34) en het Koninklijk Besluit d.d. 08-06-1819 (Staatsblad 37)
De IJkwet van 21-08-1816 (Staatsblad 34) trad op 01-01-1820 in werking. Met die IJkwet werd per
01-01-1820 in Nederland niet alleen het Trooise gewicht afgeschaft maar werd ook het metrieke, decimale stelsel, het eenvormig stelsel van maten en gewichten, ingevoerd. De wet betrof alleen nog voorschriften met betrekking tot lengtematen en gewichten. In het K.B. d.d. 08-06-1819 (Staatsblad 37) werden de nieuwe maten en gewichten met hun definitieve benamingen beschreven. Voor de inhoudsmaten werden daarin toen nog geen voorschriften vastgesteld, dat gebeurde in meerdere fasen pas vanaf 1822 tot en met 1832.

Gewichten voor fijne weging
Na 01-01-1820 werden gewichten voor fijne weging gebruikt voor de nauwkeurige weging van kostbare materialen c.q. edele metalen zoals goud en zilver, maar ook voor parels, diamanten, edelstenen, grondstoffen voor medicamenten en geneesmiddelen volgens doktersrecept. Dergelijke gewichten waren bijvoorbeeld in gebruik bij goudsmeden en apothekers.


Gewichten voor fijne weging werden nauwkeuriger gejusteerd dan de gewone handelsgewichten, dat wil zeggen dat de massa veel nauwkeuriger werd bepaald. Die grotere nauwkeurigheid werd in vroeger tijden gewaarborgd door zowel de Trooise gewichten van vóór 01-01-1820 alsook de gewichten voor fijne weging van na 01-01-1820 te vervaardigen uit materialen die niet gemakkelijk oxideerden en/of beschadigd raakten. De gekozen materialen waren meestal brons, messing, en in enkele gevallen zelfs zilver. Zo gebruikte de chemicus J. R. Glauber (1604-1670) bij zijn onderzoekingen een set zilveren gewichten. Voor het wegen van gouden munten zijn enkele zilveren sluitgewichten bekend.

Tegenwoordig worden de nauwkeurig gejusteerde gewichten voor fijne weging, die slechts een kleine afwijking van de vereiste massa mogen bezitten, gebruikt voor het afstellen of kalibreren van elektronische balansen. Kalibreren betekent in dit geval het vergelijken van de door een elektronische balans aangeduide waarde met een standaard, het gewicht voor fijne weging, en indien noodzakelijk het afregelen van de elektronische balans, zodat de aflezing binnen de door de fabrikant opgegeven meetfout valt.

Het particuliere merk van de arrondissementsijker

Tussen 1820 en 1870 sloeg de arrondissementsijker die de verificatie had verricht bij de eerste ijk, als een gewicht aan de voorschriften voldeed, zijn particuliere merk en een jaarletter in het gewicht af. Op de ijkkantoren waar meer dan één ambtenaar in dienst was had niet elke ijker een eigen particulier merk, in dat geval gebruikten alle ijkers hetzelfde merk.


De plaats van het particuliere merk van de arrondissementsijker was tussen 1820 en 1870 nog niet voorgeschreven. Op de koperen gewichten werd dat merk meestal op de kraag rond de kruk of rond de knop afgeslagen, maar ook wel op het grondvlak. Soms werd dat merk echter op het gewichtlichaam tussen de jaarletters afgeslagen,  dat gebeurde vaak bij de herijk c.q. bij een wisseling van ijker.

Bij de herijk door dezelfde ijker werd er namelijk alleen een nieuwe jaarletter afgeslagen. Als een gewicht dat elders was geijkt ter herijk werd aangeboden en het particuliere merk van de dienstdoende ijker was nog niet op het gewicht afgeslagen, dan moest het gewicht van een nieuw merk van de arrondissementsijker worden voorzien. Dat gebeurde bijvoorbeeld als een ijker was overgeplaatst of omdat degene die het gewicht ter herijk aanbood uit een ander arrondissement afkomstig was. De betreffende ijker sloeg in dat geval zijn eigen particuliere merk en een jaarletter op het gewicht af. Op koperen gewichten kunnen dus meerdere particuliere merken van arrondissementsijkers voorkomen.

Op gewichten voor fijne weging sloeg de arrondissementsijker, conform het K.B. d.d. 20-12-1821 (Staatsblad 24) Artikel 3, zijn particuliere merk twee keer af. Dat K.B. omvat “eene instructie voor de arrondissements-ijkers, betreffende hun toezigt over, en hunne visitatie en examinatie van de gewigten, in gebruik op ’s Rijks munten, de kantoren van waarborg der gouden en zilveren werken en alle daaronder ressorterende personen”.


Onder alle daaronder ressorterende personen werden verstaan; “de goud- en zilver-smeden, juweliers, kasthouders, horologiemakers en andere in gouden en zilveren werken handeldrijvende personen, mitsgaders de beleenbankhouders, essaijeurs der commercie en specie-handelaars”.

De vrij vertaalde inhoud van de volgende artikels uit het K.B. d.d.20-12-1821 (Staatsblad 24) over de gewichten voor fijne weging zijn het vermelden waard;

Artikel 1
Dergelijke gewichten mogen alleen uit koper vervaardigd worden en dienen voor wat betreft de nauwkeurigheid met de standaardgewichten overeen te komen.

Artikel 2
Dergelijke gewichten “zullen alzoo ter onderscheiding van die welke in alle andere handelingen gebruikt worden, boven en behalve de letters N.P. (Ned. pond), N.O. (Ned. once), N.L. (Ned. lood) en N.W. (Ned. wigtje), ook de cijfers dragen, uitdrukkende in decimale berekening, het respective getal wigtjes, als: 1000, 500, 200, 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1”.

Artikel 2 van het K.B. d.d. 20-12-1821 werd in de praktijk niet altijd strikt nageleefd. Zo werden de cijfers die het aantal wigtjes aangeven over het algemeen wel op handelsgewichten voor fijne weging aangebracht. Op gewichten voor fijne weging die niet voor handelsdoeleinden maar voor speciale doeleinden werden gebruikt gebeurde dat klaarblijkelijk niet consequent. Zo gebeurde dat niet bij de ongeijkte gewichten voor fijne weging, zoals die bij De Munt in gebruik waren. Die gewichten waren voorzien van een standring en een justeerkamer die was afgesloten met een speciale justeerschroef  met een grote iets bolle schroefkop waarin op enige afstand van elkaar twee gaatjes waren geboord. Op die speciaal geboorde, sabotage bestendige schroefkop paste een uitsluitend daarvoor bestemde schroefsleutel, zo werd voorkomen dat de massa van het gewicht door onbevoegde personen ongeoorloofd kon worden gewijzigd.

Bij De Nederlandsche Bank waren gewichten voor fijne weging in gebruik die zijn voorzien van de opschriften conform het K.B. d.d. 20-12-1821 Artikel 2. Opvallend is dat die gewichten weliswaar qua opschrift en dubbele afslag van het particuliere merk van de arrondissementsijker voldoen aan het K.B. d.d. 20-12-1821 Artikel 1, 2 en 3, echter de cijfers die het aantal wigtjes moeten aangeven ontbreken daarop. Wel zijn er jaarletters op afgeslagen. Dergelijke gewichten zijn in een enkel geval aan de bovenzijde voorzien van een met een afschroefbare knop afgesloten justeerkamer, maar ze kennen over het algemeen geen justeerkamer en geen justeeropening.

Artikel 3
De arrondissements-ijkers dienen op dergelijke gewichten tweemaal hun persoonlijke merkteken af te slaan, “in plaats dat de gewigten, in alle andere handelingen in gebruik, met niet meer dan met één afslag van dit teeken zijn voorzien”.

Tussen 1820 en 1870 werden er handelsgewichten geproduceerd waarop door de fabrikant de massa-aanduidingen NPK, NP, NO, NL of NW, met eventueel daarbij de cijfers die het aantal wigtjes aangaven, waren aangebracht. Dergelijke gewichten werden, conform het K.B. d.d. 20-12-1821 (Staatsblad 24) Artikel 2, altijd gemaakt voor fijne weging. Echter pas nadat de arrondissementijker dergelijke gewichten exact had gejusteerd en conform Artikel 3 van dat K.B. twee keer zijn particuliere merk daarin had afgeslagen, gevolgd door de dan geldende jaarletter, waren die gewichten officieel geschikt als handelsgewichten voor fijne weging. Een uitzondering hierop zijn de omgekeerd taps toelopende metrieke krukgewichten waarop NO is afgeslagen, dat gebeurde vanwege ruimtegebrek op dergelijke gewichten.

Opmerking: Op de meeste sluitgewichten uit de periode 1820-1870 is een dubbele afslag van het particuliere merk van een arrondissementsijker afgeslagen. Daaruit blijkt dat metrieke sluitgewichten veelal voor fijne weging werden gebruikt.

Milligramgewichten
Milligramgewichten massa-aanduidingen c.q. opschriften
Voor de weging van lichte, kostbare waren werd het wigtje gebruikt dat, net als het Ned. pond in 1000 delen werd onderverdeeld.


Conform de IJkwet d.d. 21-08-1816 (Staatsblad 34) en het K.B. d.d. 08-06-1819 (Staatsblad 37) waren de metrieke, decimaal ingedeelde milligramgewichten vierkante of ronde lamelgewichten vervaardigd uit koper. De opschriften voor de milligramgewichten waren in de IJkwet d.d. 21-08-1816 en het K.B. d.d. 08-06-1819 niet voorgeschreven. De massawaarden van 1000, 500, 200 100, 50, 20, 10, 5, 2 en 1 milligram werden meestal aangeduid met een getal dat overeenkwam met het aantal milligrammen, echter zonder de aanduiding mg. Ook werd de massa wel in korrels aangeduid, aangegeven met K.. Daarvoor geldt;
5 korrels = 500 mg  /  2 korrels = 200 mg  /  1 korrel = 100 mg  /  5/10 korrel = 50 mg  /  2/10 korrel = 20 mg  /  1/10 korrel = 10 mg  /  5/100 korrel = 5 mg  /  2/100 korrel = 2 mg  /  1/100 korrel = 1 mg

Milligramgewichten vorm
Milligramgewichten waren vierkante of ronde plaatjes.

Het bij keurmeesters van goud en zilver in gebruik zijnde essaaigewicht mocht van een opstaand randje worden voorzien.

Milligramgewichten materiaal
Milligramgewichten werden uit koper vervaardigd. Voor het gebruik als essaaigewicht mochten het wigtje en de onderdelen daarvan ook van zilver worden gemaakt.


Milligramgewichten justeergelegenheid
Volgens het Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten (1985) werd er in de IJkwet d.d. 21-08-1816 en het K.B. d.d. 08-06-1819 over de justering van milligramgewichten bij de herijk niets vermeld. Daarover was in 1985 ook nog niets bekend. Inmiddels zijn er milligramgewichten aangetroffen die met tinsoldeer zijn verzwaard om ze bij de herijk op de vereiste massa te brengen. Met ingang van mei 1880 werd dit echter uitdrukkelijk niet meer toegestaan.


Milligramgewichten fabrieks c.q. verkopersmerk

Over het afslaan van een fabrieks c.q. verkopersmerk op milligramgewichten werd in de voorschriften niets vermeld.

Milligramgewichten het particuliere merk van de arrondissementsijker
Volgens het Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten (1985) werd er in de IJkwet d.d. 21-08-1816 en het K.B. d.d. 08-06-1819 over het afslaan van het particuliere merk van de arrondissementsijker op milligramgewichten niets vermeld. Daarover was in 1985 ook nog niets bekend.

Milligramgewichten ijkmerken c.q. jaarletters
Volgens het Vademecum van de Nederlandse metrieke gewichten (1985) werd er in de IJkwet d.d. 21-08-1816 en het K.B. d.d. 08-06-1819 over het afslaan van ijkmerken c.q. jaarletters op milligramgewichten niets vermeld. Daarover was in 1985 ook nog niets bekend.
Inmiddels zijn er milligramgewichten aangetroffen die van ijkmerken c.q. jaarletters zijn voorzien.

Afkeuringmerk
Wanneer een gewicht niet meer voor goedkeuring in aanmerking kwam, bijvoorbeeld in verband met een volledig gevulde justeeropening, werd daarop een afkeuringmerk afgeslagen.

Het afkeuringmerk bestond uit een vertikaal gearceerde, gelijkzijdige driehoek, die normaliter door de laatste jaarletter en eenmaal daaronder werd afgeslagen.
Afkeuringmerken werden echter ook wel op het gewichtlichaam, bovenop de knop, en bij milligramgewichten door het kantoormerk en onder het getal dat het aantal milligrammen aangeeft afgeslagen.